816 De economie van het genoeg

Gisteren pas zag ik de toespraak die Hans Stegeman (zie hier ook blogs 356 en verder) gaf in mei over de economie van het genoeg. Deels een herwaardering van het gedachtegoed van econoom Bob Goudzwaard die op dit terrein een voortrekkersrol heeft vervuld. Onderaan een feitelijk samenvatting (met bron) van die toespraak. Stegeman vertaalt hier de ‘grenzen aan de groei’-discussie op zijn eigen manier. Hij laat zien hoe we samen een andere taal zijn gaan spreken, hoe gewoon het is geworden om te praten alsof groei vanzelfsprekend en logisch is, hoe onze instituten op groei zijn gebouwd en voegt als recent items de toenemende angst-en-defensie-uitgaven en ai-met-de-techbros toe die groei misschien nog meer onontkoombaar maken.

Veel hiervan mag als genoegzaam bekend worden verondersteld en sluit aan bij een reeks denkers vanaf de Club van Rome (en daarvoor nog, maar dit wordt vaak als een signaalpunt en start gezien) naar de recente Piketty-studies. Over de laatste gesproken: Simon van Teutem schrijft in De Correspondent dat het loslaten van die groeigedachte (icm belastinghervorming ala Piketty) onzinnig, onhaalbaar en onwenselijk is, een apart tegengeluid uit die hoek wat mij betreft (nog eens naar kijken, belangrijkste reden is dat techniek veel kan/moet oplossen en/of dat er geen draagvlak is voor degrowth).

Hoe dan ook, de reden waarom ik verwijs naar de lezing van Stegeman is zijn oproep of conclusie. Eigenlijk laat Stegeman zien hoe duivels de groei in onze hele bestaan is ingeslopen. Hij houdt een systemisch betoog waar iedereen zijn rol inneemt zonder het altijd te beseffen. Hij maakt het nog erger door ook de oorlogsdreiging en AI erbij te halen. Dan zou je ook de harde conclusie verwachten: jongens, zo stevenen af op een kladderadatsch van ongekende omvang, we staan aan de vooravond van …. een revolutie, een opstand, rampen. Maar nee hoor, het is een soort van anticlimax in de zin van: wij zijn zelf de makers van deze situatie, wij zijn mensen, wij kunnen dit ook omdraaien, ik roep u op om eens komend weekend na te denken of u al die spulletjes wel nodig heeft. Het is een boterzacht lieflijk verzoek aan zijn weldenkende en hoogopgeleide publiek om zich eens achter de oren te krabben. Nou, met alle respect …. juist deze boodschap en juist dit publiek gaat daar zeker geen spat verandering in brengen. Naar mijn inschatting moet Stegeman die tegenstrijdigheid zelf ook zien en is de verklaring voor het zachte einde dat hijzelf ook belanghebbende is, deel van zijn publiek, in zijn nieuwe rol, waardoor hij zowel het ene (een harde boodschap brengen) als het andere (mensen niet tegen de haren in strijken, ze niet zelf aanspreken) moet doen in één lezing.

De andere reden om hier wat langer bij stil te staan is dat het voor mij wederom een mooie aanleiding is om het systeemdenken ala RSD weer in te zetten dit boeiende thema nog eens in beeld te brengen. Ik doe dat dan wel met mijn eigen toevoeging dat ‘we are all in it for the money’, we hebben zelf boter op ons hoofd, we willen het liever niet zien maar alleen graag benoemen en bespreken.

De bewuste oproep waar ik op doel

…. het begrip weerbaarheid biedt een opening. Als we bereid zijn inefficiënt te investeren in defensie omwille van veiligheid, dan moeten we ook bereid zijn inefficiënt te investeren in zorg, onderwijs, sociale cohesie en natuur. Want dat is ook weerbaarheid. Ik zei in het begin dat ik hoopte dat u uw weekend heeft overpeinsd en de vraag heeft kunnen overdenken of beprijzen uw leven rijker maakt. Ik kan u in ieder geval wel mijn antwoord geven: prijzen werken in markten. Maar laten we alsjeblieft niet hopen dat ons leven wordt gedomineerd door markten. Dat is mij de prijs niet waard. Bob Goudzwaard geloofde dat systemen kunnen veranderen, als er mensen zijn die bereid zijn de belangen te benoemen die verandering in de weg staan. Een diagnose van de structuren die keuzes maken voordat mensen die zelf kunnen stellen.


In hoeverre heeft de auteur ons allemaal als schuldige genoemd? Dus het gegeven dat wij allemaal graag zien dat het anders gaat, en dat met de mond belijden, maar dat puntje bij paaltje we niet terug willen in gemak en welvaart. En dat we dus onze eigen grootse vijanden zijn met de kennis die we met de ene pet hebben maar met de andere pet ontkennen of niet willen zien. Los uiteraard van de belangen van andere partijen die dat prachtig omarmen en benutten en uiteindelijk daar niet de prijs voor betalen.



Daarom heb ik een alternatieve tekst gemaakt bij deze praatplaat annex lezing

🎙️ De Finale Toespraak: “Vandaag Geen Borrel”

Dames en heren, goedemiddag.

Als auteur van de praatplaat die u voor u ziet, zou ik u nu heel netjes, beschaafd en volgens het boekje door de lussen van dit schema kunnen praten. Ik zou u uit kunnen leggen hoe het Groeidwang-systeem werkt, hoe AI onze verzorgingsstaat uitholt, en hoe we met z’n allen moeten ‘kantelen’ naar een Economie van het Genoeg.

Maar laat ik eerlijk met u zijn: mijn eigen plaat is eigenlijk veel te braaf. Toen ik dit tekende, heb ik het verpakt in mooie icoontjes, vriendelijke kleurtjes en beschaafde termen. Maar daarmee trapte ik deels in mijn eigen valkuil — de lus die u rechtsonder ziet: R4, de Niet-Erkennings-lus. Het gebruik van softe, geaccepteerde taal om de boodschap maar behapbaar en ‘gezellig’ te houden, zodat niemand te veel van zijn à propos raakt.

Maar als we kijken naar de rauwe realiteit van vandaag — een tijdperk gedomineerd door oorlog en algoritmen — dan helpt een braaf schema ons niet meer verder. Systeemtransities in de geschiedenis zijn nóóit verlopen omdat een welgestelde klasse na het bekijken van een mooie praatplaat besloot ‘wat bewuster te gaan leven’.

Links bovenin tekende ik R1: het Groeidwang-systeem. Dat is de meedogenloze motor van onze economie. Vraag naar welvaart drijft productie op, winst vertaalt zich in politieke macht, en die macht verklaart ‘groei’ tot de enige heilige norm. Het uitgestelde effect? We putten de planeet en onze sociale weefsels uit, maar pompen ondertussen miljarden in defensie onder het mom van ‘weerbaarheid’.

Rechtsboven ziet u R2: AI & Erosie van de Verzorgingsstaat. Big Tech en overheden drukken automatisering door onder het motto “efficiëntie is alles”. De winsten en de data vloeien naar een piepkleine elite, terwijl de maatschappelijke rekening — verschraling van zorg, onderwijs, sociale zekerheid en toenemende stress — volledig bij de burger wordt neergelegd. En de tech-giganten lachen in hun vuistje, want de maatschappelijke schade hoeven zij toch niet te vergoeden.

En dan komen we bij het hart van de plaat, linksonder: R3, Onze Eigen Petten. En laten we de hand in eigen boezem steken. Wij — en ja, ik die dit getekend heeft én iedereen in deze bevoorrechte zaal — zijn de grote genieters van dit systeem. Met onze eerste pet snappen we hoe scheef het allemaal loopt. We knikken begrijpend als het over ongelijkheid of klimaat gaat. Maar met onze tweede pet, als consument, vermogensbezitter, huizenbezitter of pensioengenieter, weigeren we ook maar één millimeter comfort op te offeren. Omdat die spagaat schuurt, vluchten we massaal in drie gevaarlijke illusies:

  1. De Technologische Wensdroom: We hopen stilzwijgend op een goddelijke uitvinding die ons redt, zodat we lekker door kunnen gaan zonder ooit iets in te leveren.
  2. Het Lieve Activisme: We praten in softe termen over ‘bewustwording’, om maar niet de echte confrontatie aan te hoeven gaan met macht, bezit en kapitaal.
  3. Het Cynische Wegkijken: “Na mij de zondvloed, mijn individuele aandeel is toch te klein.”

Economen als Thomas Piketty laten zien dat een systeem met deze mate van ongelijkheid zichzelf niet vriendelijk en vrijblijvend hervormt. Als we blijven wachten, keert de wal het schip keihard via klimaatrampen, massa-migratie, grondstoffenoorlogen of maatschappelijke implosie.

Dames en heren, we zijn aan het einde gekomen van deze lezing. En normaal gesproken zou ik nu zeggen: “Laten we hier buiten gezellig een borrel op drinken met een hapje erbij, praat erover na en een fijne avond.” Maar dat gaan we vandaag dus niet doen. Er is geen borrel. Er zijn geen bitterballen. Sterker nog: terwijl u hier zat te knikken bij mijn praatplaat, zijn al uw auto’s buiten van de laadpalen gehaald en de tankkleppen vergrendeld. U zult vanavond zelf ander vervoer moeten regelen om thuis te komen.

En wanneer u dadelijk eindelijk thuis arriveert, zult u ontdekken dat er bij u is ingebroken. Schrik niet: uw spullen zijn niet gestolen. Ze zijn overgebracht naar een centraal depot. Daar zijn alle overbodige zaken die u helemaal niet nodig heeft voor een goed leven vast voor u gesorteerd en verwijderd. U kunt de absolute basisbenodigdheden op afspraak komen ophalen.

Vindt u dit absurd? Voelt u woede, schrik of machteloosheid? Goed. Want dit doe ik om u wakker te schudden uit de luxe verdoving waarin we ons met z’n allen bevinden. Dít is namelijk het exacte perspectief dat ons te wachten staat als we blijven hangen in onze comfortabele hypocrisie en wachten tot het systeem geforceerd voor ons kiest. De transitie zal niet beschaafd zijn als wij weigeren hem zelf vorm te geven.

Succes met de terugreis vanavond. Dank u wel.


Kort antwoord

De auteur noemt ons impliciet medeplichtig, maar niet echt schuldig in volle systemische zin. Hij zegt ongeveer:

  • wij leven in een groeisysteem;
  • wij denken en spreken in de taal van dat systeem;
  • wij accepteren efficiëntie, groei en noodzaak als vanzelfsprekend;
  • wij laten ons daardoor meeslepen;
  • maar de grote architectuur van dat systeem wordt vooral bewaakt door machtige belangen, eigendomsverhoudingen en politieke keuzes.

Dus: ja, wij doen mee, maar nee, hij maakt van de burger niet de hoofdschuldige. En precies daar zit ook jouw lichte onvrede: hij erkent wel dat we in het systeem zitten, maar werkt minder uit hoe wij zelf met verschillende “petten” dat systeem dagelijks reproduceren. Er zitten in het betoog wel degelijk elementen van collectieve medeverantwoordelijkheid.

1. Wij spreken de taal van het systeem

Zijn slot is daar vrij duidelijk over. Hij zegt in feite:

  • wij noemen bbp “welvaart”;
  • wij noemen iets “onbetaalbaar” terwijl we bedoelen dat we ervoor kiezen het niet te betalen;
  • wij zien schulden voor toekomstige generaties wel, maar uitgeputte natuur of afgebroken verzorgingsstaat minder.

Dus hij zegt eigenlijk: ook in ons hoofd en in onze taal is de groeilogica gaan wonen. Dat is meer dan alleen kritiek op Den Haag of grote bedrijven. Dat is ook kritiek op ons denken.

2. Wij accepteren selectieve inefficiëntie

Hij laat de weerbaarheidsparadox zien:

  • voor defensie accepteren we buffers, redundantie, overcapaciteit;
  • voor zorg, natuur en onderwijs niet.

Dat impliceert dat er maatschappelijk brede acceptatie bestaat voor bepaalde prioriteiten. Dus niet alleen “zij bovenin” beslissen dat, maar ook:

  • wij vinden veiligheid concreet;
  • wij vinden zorg en natuur sneller “kostenposten”;
  • wij laten die rangorde passeren.

3. Wij houden de vanzelfsprekendheid in stand

Zijn punt over cultuur is ook een zacht verwijt aan ons allemaal:

  • verandering begint met andere taal;
  • andere woorden maken andere politiek mogelijk;
  • zolang we zelf blijven denken in groei, efficiëntie en onvermijdelijkheid, verandert er weinig.

Dat is dus een vorm van collectieve medeplichtigheid: niet zozeer kwaadaardig, maar door meedoen in de vanzelfsprekendheid.

Waar hij ons juist níet ver genoeg aanwijst

Hier zit volgens mij jouw kernpunt. De auteur maakt wel duidelijk dat we in een systeem zitten, maar hij zegt onvoldoende scherp dat wij ook vaak actief dubbel gedrag vertonen:

  • we willen duurzaamheid, maar ook goedkope spullen;
  • we willen vrede, maar ook geopolitieke zekerheid zonder in te leveren;
  • we willen minder groei, maar niet minder gemak;
  • we willen een sterke publieke sector, maar niet altijd de lasten of keuzes die daarbij horen;
  • we willen de economie van het genoeg, maar vaak niet het persoonlijke genoeg.

Dat is precies jouw bekende thema: met de ene pet weten we hoe het zit, met de andere pet handelen we alsof we het niet weten. Of nog scherper: als burger, denker of moreel mens belijden we iets; als consument, kiezer, spaarder, reiziger of woningbezitter willen we vaak gewoon door. De auteur hint daar wel op, maar maakt het niet tot een dragend onderdeel van zijn diagnose.

De auteur zit sterk op:

  • eigendom;
  • politieke belangen;
  • groeidwang;
  • winsten die privaat vallen en kosten die publiek zijn.

Dat is terecht. Maar jij zou daaraan toevoegen:

  • het systeem leeft óók doordat gewone mensen het dagelijks reproduceren;
  • niet alleen omdat ze dom zijn, maar omdat hun leven, gemak en positie ermee verweven zijn;
  • en juist daarom is morele verontwaardiging alleen onvoldoende.

Niet alleen “zij profiteren”, maar ook “wij profiteren een beetje”

Dat is een ongemakkelijke waarheid die in jouw werk vaker terugkomt. De prijs van het systeem wordt ongelijk verdeeld:
de elite profiteert veel meer, maar de gewone burger profiteert vaak ook een beetje:

  • goedkope spullen;
  • mobiliteit;
  • pensioenrendement;
  • stijgende huizenprijzen;
  • gemak;
  • technologische diensten;
  • uitbesteed vuil werk;
  • politieke rust op korte termijn.

Daardoor wordt het ingewikkeld. Want dan zijn we niet louter slachtoffers. Dan zijn we eerder: gedeeltelijke profiteurs van een systeem dat we tegelijk moreel afkeuren. En dat maakt systeemverandering zo moeilijk. (RR; zie ook Akerlof, wij hebben zwakke plekken als burgers en consumenten en het systeem dwingt naar het maximaal exploiteren van die zwakke plekken).

De auteur kiest uiteindelijk meer voor systeemkritiek dan voor morele zelfbeschuldiging

Dat is denk ik de juiste lezing. Hij zegt niet: jullie allemaal zijn hypocriet. Hij zegt eerder: jullie denken en spreken al binnen een systeem dat grenzen slecht kan zien. Dat is een zachtere formulering dan jij misschien zou kiezen. Jij zou waarschijnlijk sneller zeggen: we zijn niet alleen gevangen, we zijn ook zelf dragers van de gevangenis. Of in jouw eigen termen:

  • we lopen weg van de waarheid;
  • we splitsen rollen op;
  • we outsourcen de vuile kanten;
  • we willen de voordelen en ontkennen de lasten;
  • en zo worden we onze eigen vijand.

Waarom hij dat misschien niet verder uitwerkt

Waarschijnlijk om twee redenen.

1. Hij wil de analyse structureel houden

Als hij te veel op individuele schuld of hypocrisie gaat zitten, dreigt het klassieke liberale misverstand: “Zie je wel, het probleem is uiteindelijk menselijk gedrag.” Terwijl hij juist wil laten zien: nee, het probleem zit dieper, in eigendom, instituties, groeidwang en macht. Dus hij vermijdt bewust een moralistisch verhaal.

(RR: ik wil ook niet moraliseren, maar een systemisch verhaal waarin alles zo ingesloten lijkt in feedback-lussen kan niet eindigen met een oproep om eens na te denken dit weekend! De conclusie zou moeten luiden: we moeten het systeem zelf anders inrichten, maar hoe dan en hoe krijgen we dat voor elkaar, daar zou de kern van zijn leeropdracht of hoe die dingen ook heten over moeten gaan, niet alleen wat oude gedachten op een rij zetten en bundelen voor een welgesteld publiek die zichzelf verpoost met lezingen en debatten zonder duidelijke richting, in die zin neem ik mijn petje af voor Piketty).

2. Hij wil hoop en taalverandering openhouden

Zijn toon is: ander vocabulaire, ander paradigma, andere instituties.
Als hij te veel zegt dat “wij allemaal het probleem zijn”, dan wordt de lezing zwaarder, schuldiger en misschien minder politiek bruikbaar. Maar jij voelt terecht dat daar een gat zit: de stap van systeemkritiek naar systeemreproductie door gewone mensen blijft onderbelicht.

De auteur noemt ons impliciet medeverantwoordelijk, maar niet voluit medeschuldig. Hij laat zien dat wij de taal, prioriteiten en vanzelfsprekendheden van het groeisysteem hebben geïnternaliseerd. Maar hij werkt onvoldoende uit hoe wij met verschillende rollen — burger, consument, spaarder, werknemer, kiezer — zelf actief bijdragen aan het voortbestaan van precies dat systeem dat we met de mond bekritiseren. En nog scherper: Zijn hoofdvijand is het systeem van macht en groei. Jouw extra punt is dat dat systeem zo sterk is juist omdat het ook via ons gewone gedrag wordt gereproduceerd.

R-lus van morele splitsing

  • meer kennis over schade van het systeem
    → meer behoefte aan morele distantie
    → meer rolensplitsing (“ik ben privé niet verantwoordelijk”)
    → minder gedragsverandering
    → systeem blijft intact
    → meer ervaren onmacht
    → nog meer uitwijking naar taal, symboliek en abstracte steun.

R-lus van gedeeld gemak

  • systeem levert gemak en welvaart
    → burgers willen niet echt terug
    → politiek vermijdt harde keuzes
    → systeem blijft groeien
    → schade neemt toe
    → burgers klagen meer, maar willen comfort behouden
    → systeem levert opnieuw “noodzaak” voor uitstel.

Dat zit maar half in zijn lezing, en juist daar zit jouw aanvulling.


Hier is een feitelijke samenvatting van de tekst van de Bob Goudzwaard Lezing 2026, uitgesproken door Hans Stegeman.

Kerngegevens

  • Titel: De economie van het genoeg in een tijd van oorlog en algoritmen
  • Auteur/Spreker: Hans Stegeman
  • Datum lezing: 29 mei 2026 (gepubliceerd op Substack op 28 juni 2026)
  • Aanleiding: Eerbetoon aan de Nederlandse econoom Bob Goudzwaard

Inleiding & Profeestelling

  • Afnemende economische groei: De economische groei in Nederland neemt per generatie af (van gemiddeld 3,3% naar 1,2% per jaar), maar het overheidsbeleid blijft gericht op minimale groei (zoals de norm van 1,5% per jaar) boven alle andere belangen.
  • De Weerbaarheidsparadox: Er wordt maatschappelijk geaccepteerd dat er grote, kortetermijn-inefficiënte investeringen worden gedaan in herbewapening, defensie, buffers en redundantie. Tegelijkertijd geldt die logica niet voor de natuur, onderwijs en de verzorgingsstaat; daar blijft efficiëntie en kostencultuur de norm.

I. Goudzwaard en Ongeprijsde Schaarste

  • Groeidwang als ideologie: Bob Goudzwaard analyseerde al in de jaren 70 dat schone lucht, water en biodiversiteit ongeprijsde schaarste zijn. Economische groei is veranderd van een middel in een ideologie en ‘afgod’ waar mensen aan dienen.
  • Macht en keuzes: Economische theorieën en beleid behandelen maatschappelijke schade vaak als ‘externaliteiten’. Goudzwaard benadrukte dat economie geen natuurwet is, maar het resultaat van keuzes met duidelijke winnaars en verliezers.

II. De Vier Groeiafhankelijkheden

Volgens de tekst is het economische systeem institutioneel vergrendeld door vier groeiafhankelijkheden:

  1. De Markt: Bedrijven streven naar winst en efficiëntie (wat banen kost). Om de vraag/consumptie op peil te houden, is voortdurende macro-economische groei nodig.
  2. De Welvaartsstaat: Publieke voorzieningen stijgen in kosten (Baumols kostenziekte) en worden gefinancierd uit groeigevoelige belastingen op arbeid.
  3. Het Financiële Systeem: Schulden, pensioenfondsen en rendementen rusten op de belofte van toekomstige economische groei.
  4. Technologie (Directed Technical Change): Technologische innovatie stelt het rendement van investeerders centraal in plaats van wat maatschappelijk het meest nuttig is.

III. AI en de Erosie van de Welvaartsstaat

  • Verschuiving van arbeid naar kapitaal: In de afgelopen decennia is het arbeidsinkomensaandeel in Nederland gedaald van ruim 80% naar onder de 70%.
  • Drie welvaartslekken door AI:
    1. Kostenbesparing: AI wordt door bedrijven voornamelijk ingezet als kostenbesparende mensvervanger, waardoor winsten naar aandeelhouders vloeien.
    2. Krimpende belastinggrondslag: Meer dan de helft van de Nederlandse belastinginkomsten komt uit arbeid. AI holt deze grondslag uit terwijl zorg- en onderwijskosten stijgen.
    3. Winstverschuiving: De gegenereerde waarde van AI concentreert zich bij een beperkt aantal Amerikaanse techgiganten, wat leidt tot belastingontwijking in Europa.

IV. Vier Gewenste Verschuivingen

Om te komen tot een “Economie van het Genoeg” stelt de auteur vier verschuivingen voor:

  1. Van onvermijdelijkheid naar keuze: Niet alleen meten op BBP of brede welvaart, maar gelijktijdig moraal, paradigma’s en instituties veranderen (bijv. zorg financieren op basis van menselijke behoefte i.p.v. efficiëntie).
  2. Van efficiëntie naar weerbaarheid: De logica van toegestane inefficiëntie (zoals bij defensie) doortrekken naar de zorg, het onderwijs, sociale vangnetten en de natuur.
  3. Eigendom bevragen: Digitale infrastructuur, algoritmen en data niet louter privaat laten exploiteren, maar behandelen als digital commons (publiek eigendom).
  4. Van wensdenken naar onvermijdelijkheid: Accepteren dat de structurele economische groei laag blijft (rond de 1% of minder, onder meer door vergrijzing en beperkte productiviteitswinst uit AI) en het systeem actief ontkoppelen van de noodzaak tot groei.
Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*