801 Vissen naar sukkels
Wat een titel! En mijn vertaling van Phishing for Phools van economen Akerlof en Shiller uit 2015. En wat een economen. Nobelprijswinnaars beiden (je weet dat de nobelprijs voor economie niet echt is hè? een truc om het vak op een hoger plan te brengen). Akerlof kan voor mij al niet meer stuk door zijn ‘market for lemons’. Het zijn wat mij betreft niet de economen met knappe hoogstandjes en modellen (zoals de school van de ‘rationele verwachtingen hypothese, knap werk) maar met de rare inspirerende ideeën waar ik fan van ben. Denk naast Akerlof aan Olson aan Stiglitz, zij bestuderen de ‘aberraties’, ‘kronkels’ en zijpaden. Dit boek gaat nog een stuk verder in mijn ogen: wat we een aberratie plachten te noemen tillen zij op naar het level van volstrekt regulier en normaal en behorend tot de core van het vak economie. Dus wat ik hier wat zuur en cynisch altijd probeer te onderzoeken en verkennen: jongens, het is officieel, het moet meer onderwerp van onderzoek worden, het is niet een uitzondering maar de regel. Actoren zoeken de randjes op van wat kan en mag, en buiten de zwakke plekken van burgers, consumenten, iedereen systematisch uit. Dat is geen eigenschap van slechte personen maar een systeem-eigenschap, dat is hoe het werkt, wat er uit de machine tevoorschijn komt (in onze maatschappij, wellicht niet altijd en overal, ben geen historicus).
En deze boektip kreeg ik van Kees Cools, oud-medestudent uit Tilburg en (wat ik niet wist) iemand die veel onderzoek heeft gedaan naar boardrooms, scheve schaatsen, grote ego’s en economie die ziekmaakt (met Jim van Os). Eindelijk een boek dat het soort cynische constateringen die ik al veel te lang doe op een nieuwe manier onderbouwt. Kijk, nu kan ik hier voor de lezer en mijn toekomstige zelf een lange samenvatting neerpennen, maar hé die nieuwe 5.6 is zo F goed geworden dat ik daar zelf niet meer aan kan tippen. Deze week voor een andere klus uitgebreid de vergelijking gemaakt tussen de inmiddels ‘verboden’ Claude Fable 5 en de 5.6 van GPT en ik kies op dit moment voor de laatste. Claude was erg traag en had niet de gewenste kwaliteit en moet ik de hele tijd op het metertje ‘usage’ kijken want mijn ‘verbruiks-punten’ zijn (te) snel op. Bovendien kan ik er meteen uithalen wat voor mij het meest relevant is, waar ik naar op zoek ben. Dit is nu een voorbeeld van mijn eerder gemaakte punt waarom zou je nog een (non-fictie) boek van kaft tot kaft lezenhttps://rudymentair.nl/2026/02/11/560-een-non-fictie-boek-is-niet-meer-van-deze-tijd/? Zelf ga ik er nu mee in dialoog, vraag naar de kern, naar het nieuwe, naar de links met eigen thema’s etc. Blijf ik dan in mijn bubbel? Ja waarschijnlijk wel, hoewel je ook die vraag gewoon kunt stellen: joh, ik merk dat ik in mijn bubbel blijf, geef eens wat inzichten die me ongemakkelijk overkomen of die ik zelf nooit zou (willen) zien.
Dan nog over die Nobelprijs. Volgens mij, als ik er nu over nadenk (ik dus, niet AI!) dan is dat een mooi voorbeeld van wat de heren Nobelprijswinnaars in hun boek behandelen. De Nobelprijs is in het leven geroepen om economen meer cachet en status te geven, vertrouwen op te bouwen rond het vak en de beoefenaren. Welnu, nu dat vertrouwen er is (?), geeft dat de volgende gebruikers de gelegenheid uitspraken te doen (die niet kloppen, die een ander doel dienen, whatever, die het op sukkels gemunt hebben, ten dienste staan van banken) die datzelfde vertrouwen opgebruiken en er doorheen draaien. En voor mij is dit boek een voorbeeld waarom het bestuderen van de bad guys of de ‘vervelende dingen’ bijdraagt aan het begrijpen ervan en dus een remmende kracht kan vormen voor de uitwassen. Achterin het boek gaan de auteurs namelijk in op die vraag, waarom we nog in zo’n samenleving kunnen en willen leven. Omdat je altijd een kleine groep mafkezen, zeurpieten, klagers en cynici hebt die vragen blijven stellen en de spiegel voorhouden, de lobby houd je er niet mee tegen en je moet oppassen dat je op feestjes niet door iedereen gemeden wordt, maar dit boek steekt je een hart onder de riem dat je goed bezig bent. Dus heren Dilts en Bregman, dat is waarom ik ook de bad guys graag gemodelleerd wil zien.

Laat ik eens beginnen met deze quote uit een ESB-artikel van januari 2025 van de genoemde Cools. Meteen met de deur in huis door te refereren aan het boek van Akerlof en Shiller. Friedman komt ook weer om de hoek kijken met zijn evil praatjes (zie de serie over Ayn Rand). De quote ’to let us buy, and to pay too much …’ is goud en ga ik boven mijn bed hangen. Klanten uitmelken … Of bij Spotify (paar blogs terug) waar de grootste concurrent voor hun verdienmodel ‘silence’ is. Vaak hoor je die uitspraken van de CEO’s alleen ‘binnen deze vier muren’ overigens. Ik ben er zelf ook wel getuige van geweest. ‘We moeten deze week nog 20 uitzendkrachten bij KPN wegprakken’ (en nee, dat was niet bij Randstad).
Uitgebreide samenvatting van Phishing for Phools
George Akerlof en Robert Shiller proberen in dit boek één betrekkelijk eenvoudige gedachte toe te voegen aan de klassieke economie: Een vrije markt zoekt niet alleen voortdurend naar betere manieren om onze behoeften te vervullen. De markt zoekt óók voortdurend naar winstgevende manieren om onze zwakheden uit te buiten. Dat tweede proces noemen zij phishing for phools. Een phisher probeert iemand iets te laten doen wat voordelig is voor de verkoper, bemiddelaar of machthebber, maar niet werkelijk in het belang is van degene die wordt beïnvloed. Een phool is degene die erin trapt — en dat kan volgens de auteurs iedereen zijn. Hun cruciale punt is dat manipulatie geen toevallige afwijking van de markt is. Zij ontstaat voorspelbaar uit concurrentie. Zodra ergens geld te verdienen valt aan een menselijke zwakte, zal vroeg of laat iemand die mogelijkheid ontdekken en benutten. Doet een fatsoenlijke ondernemer het niet, dan doet een minder terughoudende concurrent het wel. Daarmee wordt manipulatie een evenwichtseigenschap van het systeem.
Dat maakt dit boek opvallend verwant aan jouw eigen systeemdenken. Het gaat uiteindelijk veel minder over slechte individuen dan over een systeem dat bepaalde gedragingen selecteert, beloont en normaliseert.
1. Het centrale begrip: het phishing-evenwicht
De standaard economische gedachte luidt ongeveer:
- mensen weten wat zij willen;
- ondernemingen proberen dat zo goedkoop mogelijk te leveren;
- concurrentie dwingt producenten efficiënt te werken;
- het marktevenwicht geeft daardoor, afgezien van enkele uitzonderingen, een goede uitkomst.
Akerlof en Shiller voegen één variabele toe: mensen willen niet altijd wat goed voor hen is en kiezen niet altijd wat zij achteraf werkelijk hadden willen kiezen. Wij hebben volgens hen als het ware twee soorten voorkeuren. De eerste betreft wat we bij rustig nadenken werkelijk belangrijk vinden: gezond zijn, financiële rust, een goed huwelijk, zinvol werk, een betrouwbare overheid. De tweede bestaat uit onze feitelijke impulsen: onmiddellijke bevrediging, status, gemak, bevestiging, angst om iets mis te lopen, behoefte aan erkenning en gevoeligheid voor verhalen. De auteurs verbeelden die tweede voorkeur als een aap op onze schouder. Die aap wil suiker, aandacht, een grotere auto, een snelle winst, nog één drankje of het gevoel bij de winnaars te horen. De markt levert vervolgens niet alleen aan de verstandige mens, maar minstens zo effectief aan die aap.
Waarom dit systemisch is
Het klassieke economische evenwicht zegt dat onbenutte winstkansen verdwijnen: iemand zal ze benutten. Akerlof en Shiller passen precies dezelfde logica toe op manipulatie. Als consumenten:
- abonnementen vergeten op te zeggen;
- emoties boven hun budget stellen;
- ingewikkelde contracten niet begrijpen;
- gevoelig zijn voor status;
- overoptimistisch zijn;
- slecht reageren op schaarste en tijdsdruk;
dan ontstaan bedrijven, verkooptechnieken en financiële producten die precies daarop zijn afgestemd. Manipulatie is daarmee niet alleen het werk van enkele slimmeriken. Zij wordt door concurrentie geïndustrialiseerd. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste Rudy-zin uit het boek: Als ergens winst zit in het uitbuiten van een menselijke zwakte, ontstaat er concurrentie om die zwakte zo effectief mogelijk te benutten. De markt corrigeert die uitbuiting dus niet noodzakelijk. De markt kan haar juist perfectioneren.
2. Geen complot van slechte mensen
De auteurs benadrukken dat zij geen eenvoudig verhaal vertellen over hebzuchtige schurken tegenover onschuldige slachtoffers. De meeste ondernemers zijn geen monsters. Ze proberen hun bedrijf overeind te houden, hun doelstellingen te halen en hun baan te behouden. Maar iemand die principieel weigert psychologische zwakheden van klanten te gebruiken, kan worden weggeconcurreerd door iemand die dat wel doet. Daar ontstaat een bekend systeemmechanisme:
concurrentiedruk
→ benutten van zwakheden
→ hogere omzet en winst
→ navolging door concurrenten
→ normalisering
→ nieuwe concurrentiedruk.
Het systeem heeft dus geen centrale regisseur nodig. Iedereen kan afzonderlijk rationeel handelen en toch gezamenlijk een ongewenste uitkomst produceren. Dat sluit direct aan op jouw analyse van Spotify, werkgevers en werknemers. Spotify hoeft niet uitzonderlijk kwaadaardig te zijn. Het moet kosten beheersen, aandeelhouders bedienen, gebruikers vasthouden en concurreren. Artiesten kunnen moeilijk collectief optreden, terwijl consumenten vooral een goedkoop en gemakkelijk product willen. Iedereen vervult zijn rol; juist daardoor reproduceert het systeem de uitkomst. Akerlof en Shiller zouden zeggen: dat is geen incident, dat is het evenwicht.
3. De consument als dubbel wezen
Een van de interessantste aspecten is dat het boek de consument niet slechts als slachtoffer behandelt. De consument:
- klaagt over reclame, maar wil niet voor advertentievrije media betalen;
- wil sparen, maar wil ook direct consumeren;
- wil gezond leven, maar eet wat voor hem wordt geoptimaliseerd;
- wil betrouwbare politiek, maar reageert op simpele beelden en persoonlijke verhalen;
- wil eerlijke bedrijven, maar kiest vaak toch voor goedkoop, snel en gemakkelijk.
Hier zit precies de dubbelheid die jij onlangs beschreef: we zijn burger, consument, werknemer, spaarder, kiezer en belegger tegelijk. Iedere pet levert andere voorkeuren op. Als burger willen we:
- fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden;
- eerlijke media;
- weinig vervuiling;
- integere politiek;
- bescherming tegen manipulatie.
Als consument willen we:
- lage prijzen;
- onbeperkte keuze;
- direct gemak;
- entertainment;
- gratis diensten;
- snelle levering.
Als belegger of pensioenhouder willen we bovendien rendement. Het systeem hoeft ons dus niet volledig te misleiden. Het hoeft slechts telkens de juiste pet te activeren. De burger die tegen uitbuiting is, wordt bij de kassa veranderd in een koopjesjager. De milieubewuste burger wordt bij het boeken van een vakantie een consument. De voorstander van eerlijke journalistiek wordt bij het afsluiten van een abonnement iemand die het toch wel duur vindt. Dit is een sterker inzicht dan: “reclame misleidt mensen.” De werkelijke dynamiek is: wij leveren zelf de zwakke plek waarop het systeem verder bouwt.
4. Verleiding en financiële onzekerheid
In het eerste hoofdstuk vragen de auteurs waarom mensen in rijke samenlevingen, ondanks een enorme stijging van de welvaart, nog steeds voortdurend financiële stress ervaren. De klassieke econoom denkt dat huishoudens hun inkomen over consumptie, sparen en vrije tijd verdelen. Naarmate mensen rijker worden, zouden zij meer sparen en minder hoeven werken. Maar dat is maar beperkt gebeurd. Mensen zijn veel rijker geworden en hebben tegelijkertijd:
- weinig buffers;
- doorlopende schulden;
- financiële stress;
- steeds nieuwe behoeften;
- weinig gevoel van overvloed.
De verklaring van Akerlof en Shiller is dat economische groei niet alleen meer middelen produceert. Zij produceert ook voortdurend nieuwe behoeften, verlangens en verleidingen. De markt vult niet slechts bestaande wensen. Zij investeert professioneel in het scheppen en activeren van wensen. Hun voorbeelden zijn eenvoudig maar treffend:
- de melk staat achter in de supermarkt zodat je langs andere producten moet;
- snoep ligt bij de kassa wanneer zelfbeheersing en geduld afnemen;
- een Cinnabon wordt geplaatst waar mensen wachten, ruiken en kwetsbaar zijn;
- sportscholen verkopen abonnementen aan het optimistische toekomstige zelf;
- opzeggen wordt vervolgens bewust lastig gemaakt.
Het sportschoolvoorbeeld is bijzonder sterk. Veel klanten kiezen een duur maandabonnement omdat zij verwachten vaak te gaan. Achteraf zouden zij goedkoper uit zijn geweest met betalen per bezoek. De sportschool verkoopt dus niet alleen toegang tot sport, maar profiteert van de afstand tussen: wie iemand vandaag denkt morgen te worden; en wat hij morgen werkelijk doet.
Aansluiting bij schaarste
Dit verbindt mooi met Mullainathan en Shafir. Schaarste vernauwt de aandacht en maakt langetermijnplanning moeilijker. Phishing for Phools voegt daaraan toe dat er vervolgens professionele partijen bestaan die winst maken uit die vernauwde aandacht. Dus:
schaarste vermindert bandbreedte
→ mensen nemen duurdere kortetermijnbesluiten
→ commerciële partijen bieden precies die besluiten aan
→ schulden en vaste lasten stijgen
→ schaarste neemt verder toe.
Dat is een klassieke versterkende lus. De arme consument wordt dan niet uitsluitend slachtoffer van zijn eigen gebrek aan planning. Zijn beperkte bandbreedte is een marktsegment.
5. Reclame: niet informeren, maar het verhaal in je hoofd veranderen
Het hoofdstuk over reclame is inhoudelijk een van de sterkste delen van het boek. Mensen denken volgens de auteurs niet hoofdzakelijk in losse feiten. Zij denken in verhalen, rollen, beelden en scripts. Een reclame hoeft daarom niet te bewijzen dat een product technisch beter is. Zij moet een stukje verhaal aanbrengen in het verhaal dat de consument al over zichzelf vertelt. Een auto wordt:
- zelfstandigheid;
- mannelijkheid;
- veiligheid;
- succes;
- goed ouderschap;
- ontsnapping.
Een zeep wordt schoonheid. Een overhemd wordt aristocratische nonchalance. Een sinaasappel wordt gezondheid en zonlicht. Een politicus op een grasmaaier wordt “een gewone man zoals wij”. De kunst van reclame bestaat uit het verbinden van een product aan een identiteit of verlangen dat al aanwezig is. Reclame hoeft ons niet volledig te doorgronden. Een belangrijk aanvullend punt is dat adverteerders onze psychologie niet eens volledig hoeven te begrijpen. Ze kunnen simpelweg testen:
- advertentie A of B;
- kop links of rechts;
- angst of verlangen;
- status of gezelligheid;
- rood knopje of groen knopje;
- maandprijs of totaalprijs.
Wat meer conversie geeft, blijft bestaan. Dat betekent dat het systeem door selectie steeds effectiever kan worden, zonder dat iemand precies begrijpt waarom iets werkt. De auteurs vergelijken dit impliciet met evolutie: de succesvolle verleiding overleeft. Hier ligt een modernere toepassing die in 2015 nog maar gedeeltelijk zichtbaar was: digitale platforms kunnen op enorme schaal experimenteren met aandacht, emotie en gedrag. De marketingmachine hoeft geen theorie van Rudy te lezen. Zij hoeft alleen te meten waarop Rudy klikt.
Voor jouw thema rond reclame
Jij zegt vaak: mensen vinden reclame vervelend, maar willen ook niet betalen voor reclamevrije media. Dit boek geeft daarvoor een goede structuur.
- De consument wil gratis of goedkoop.
- Het medium zoekt een andere betaler.
- De adverteerder wordt de werkelijke klant.
- Het medium moet aandacht leveren.
- Verhalen worden geselecteerd op vasthouden van aandacht.
- Sensatie, conflict, herkenning en verontwaardiging winnen.
- De gebruiker klaagt over oppervlakkigheid, maar klikt erop.
- Zijn klik bevestigt het verdienmodel.
Het resultaat is geen eenvoudige manipulatie van bovenaf. Het is een gezamenlijk geproduceerd phishing-evenwicht.
6. Nieuws en de waan van de dag
De auteurs gebruiken de langdurige aandacht voor de verdwenen vlucht MH370 als voorbeeld. Het nieuws bleef deze zaak behandelen omdat zij de vorm had van een onweerstaanbaar verhaal: een raadsel dat opgelost moest worden. De publieke betekenis van het onderwerp was niet noodzakelijk groter dan die van talloze structurele kwesties. Maar het verhaal was psychologisch veel aantrekkelijker. Daaruit volgt een belangrijk onderscheid:
- wat maatschappelijk belangrijk is;
- wat nieuwswaardig voelt;
- wat commercieel aandacht trekt.
Die drie vallen niet vanzelf samen. De nieuwsmarkt levert daardoor niet noodzakelijk het nieuws dat burgers nodig hebben om de wereld te begrijpen. Zij levert mede het nieuws waaraan kijkers moeilijk kunnen ontsnappen. Dit sluit rechtstreeks aan bij jouw systeemdiagram over de waan van de dag:
opvallende gebeurtenis
→ media-aandacht
→ publieke onrust
→ politieke reactie
→ nieuw conflict en nieuwe beelden
→ meer media-aandacht.
Terwijl structurele oorzaken:
- ingewikkeld zijn;
- traag werken;
- geen duidelijk gezicht hebben;
- geen climax kennen;
- zich slecht lenen voor dagelijkse updates.
De gebeurtenis wint daardoor structureel van het systeem.
7. Auto’s, huizen en creditcards: kwetsbaar op de belangrijke momenten
De auteurs behandelen drie markten waarop consumenten bijzonder kwetsbaar zijn:
- auto’s;
- huizen;
- krediet.
Dat zijn juist situaties waarin:
- de bedragen groot zijn;
- de consument weinig ervaring heeft;
- producten moeilijk vergelijkbaar zijn;
- tijdsdruk bestaat;
- emotie een rol speelt;
- de verkoper veel vaker onderhandelt dan de klant.
De autoverkoper
De verkoper kan de aandacht verschuiven tussen:
- catalogusprijs;
- maandbedrag;
- looptijd;
- inruilwaarde;
- accessoires;
- financiering;
- onderhoud.
Zolang de klant zich op één gunstig cijfer richt, kan elders marge worden toegevoegd. Het gaat dus niet alleen om liegen. Het gaat om focusmanipulatie: zorgen dat de klant naar het juiste vakje kijkt terwijl elders waarde wordt afgeroomd.
Het huis
Een huis is nog sterker met emoties beladen. De koper ziet zijn toekomst, gezin, status en veiligheid. Tegen de tijd dat de financiering en bijkomende kosten aan de orde komen, is hij psychologisch al eigenaar. Daarom is de afsluitfase zo geschikt voor:
- advieskosten;
- punten;
- provisies;
- verzekeringen;
- onduidelijke marges;
- tijdsdruk.
Dit is interessant voor jouw woningmarktthema. Een huis is niet alleen een schaars goed of beleggingsobject. De hele transactieketen kan waarde onttrekken aan mensen die in een emotioneel, zeldzaam en ingewikkeld beslismoment zitten. De consument denkt dat hij een woning koopt. Een hele keten ziet:
- een hypotheek;
- provisie;
- taxatie;
- verzekering;
- notariswerk;
- bemiddeling;
- onderhoud;
- toekomstige oversluitmomenten.
De creditcard als psychologische techniek
Creditcards veranderen volgens aangehaald experimenteel onderzoek de bereidheid om geld uit te geven. Betalen wordt losgemaakt van de directe pijn van verlies. Het product verkoopt dus niet alleen krediet. Het verandert de beleving van de transactie. Daarna ontstaat een zichzelf versterkende dynamiek:
minder betaalpijn
→ meer uitgaven
→ hogere schuld
→ rente en boetes
→ minder financiële ruimte
→ grotere behoefte aan krediet.
De fraaie ironie is dat het betaalmiddel eerst als gratis gemak wordt aangeboden en daarna winstgevend wordt door precies het gedrag dat het zelf mede stimuleert.
8. Reputatiemijnbouw: fatsoen als uitputbare grondstof
Een van de beste begrippen uit het boek is reputation mining: reputatiemijnbouw. Een onderneming of beroepsgroep bouwt jarenlang vertrouwen op. Vervolgens kan een latere generatie bestuurders of verkopers dat vertrouwen verzilveren door slechtere producten te verkopen alsof de oude kwaliteitsgarantie nog steeds geldt. De auteurs gebruiken de kredietbeoordelaars en banken voor de financiële crisis als voorbeeld. Eenvoudig gezegd:
- Een instelling bouwt jarenlang een goede naam op.
- Klanten hoeven daardoor niet alles zelf te onderzoeken.
- Nieuwe bestuurders ontdekken dat vertrouwen economisch te gelde kan worden gemaakt.
- De kwaliteit daalt, maar het oude keurmerk blijft.
- Op korte termijn stijgt de winst.
- Pas later wordt zichtbaar dat de reputatie is uitgehold.
- De schade komt terecht bij klanten, werknemers, belastingbetalers en het financiële systeem.
Dit is sterk systeemdenken omdat reputatie wordt gezien als kapitaalvoorraad. Je kunt die voorraad:
- opbouwen;
- onderhouden;
- gebruiken;
- overbelasten;
- uitputten.
Bestuurders kunnen persoonlijk worden beloond voor het leegtrekken van een voorraad die door voorgangers is opgebouwd. De negatieve gevolgen treden pas later op en worden vaak door anderen gedragen. Dat zie je niet alleen bij banken. Het begrip is toepasbaar op:
- wetenschap;
- journalistiek;
- universiteiten;
- goede doelen;
- overheidsinstellingen;
- accountants;
- keurmerken;
- politieke partijen;
- publieke omroepen;
- technologiebedrijven.
Een universiteit kan bijvoorbeeld jarenlang academische reputatie opbouwen en die vervolgens verzilveren met steeds duurdere, lichtere of massalere opleidingen. Een accountant kan leven van het vertrouwen in onafhankelijkheid terwijl de betalende klant steeds bepalender wordt. Een platform kan aanvankelijk gebruikersbelang centraal stellen en na dominantie steeds meer advertenties en manipulatieve functies toevoegen.
De fatsoenlijke organisatie als prooi
Dit raakt ook jouw belangstelling voor instituties die beginnen met een missie en later door managers, procedures en financiële prikkels worden overgenomen. Een sterke reputatie trekt namelijk niet alleen klanten aan. Zij trekt ook partijen aan die zien hoeveel waarde uit dat vertrouwen kan worden gehaald.
9. De financiële crisis: rotte avocado’s met een AAA-sticker
De auteurs vergelijken financiële producten met avocado’s. Wanneer een verkoper bekendstaat om perfecte avocado’s, kan hij tijdelijk winst maken door matige avocado’s tegen de prijs van goede te verkopen. Hij exploiteert zijn reputatie. Voor de financiële crisis gebeurde iets soortgelijks:
- riskante hypotheken werden gebundeld;
- die bundels werden in ingewikkelde stukken verdeeld;
- kredietbeoordelaars gaven hoge beoordelingen;
- beleggers vertrouwden op de reputatie van de beoordelaars;
- banken financierden zich met zeer veel kortlopende schuld;
- toen de slechte kwaliteit zichtbaar werd, verdween het vertrouwen abrupt.
Complexiteit speelde hier een cruciale rol. Zij was niet alleen noodzakelijk voor risicospreiding, maar ook geschikt om risico te verbergen. De kern is niet dat iedereen dom was. Iedere schakel had lokaal begrijpelijke prikkels:
- de hypotheekverkoper verdiende aan productie;
- de bank verdiende aan verpakking en doorverkoop;
- de kredietbeoordelaar werd betaald door de aanbieder;
- de belegger zocht rendement op een “veilig” product;
- de bestuurder werd beloond op korte termijn;
- toezichthouders geloofden in zelfregulering.
De risico’s werden doorgeschoven totdat niemand zich nog volledig eigenaar voelde. Dit is een belangrijk Rudy-thema: de organisatie van verantwoordelijkheidloosheid. Niet één actor beschikt over het complete beeld, maar veel actoren verdienen aan het niet te scherp bekijken van het complete beeld.
10. Politiek als phishing-markt
De auteurs trekken een expliciete parallel tussen markt en democratie. In de markt concurreren aanbieders om geld. In de democratie concurreren politici om stemmen. De optimistische theorie zegt dat concurrentie politici naar de voorkeur van de gemiddelde kiezer duwt. Maar dat werkt alleen wanneer kiezers goed geïnformeerd zijn en werkelijk op beleid reageren. In de praktijk zijn kiezers:
- druk met hun dagelijks leven;
- nauwelijks in staat ingewikkelde wetgeving te volgen;
- gevoelig voor herkenbare beelden;
- afhankelijk van media;
- vatbaar voor identiteit, angst en sympathie.
Daarom ontstaat een politiek phishing-evenwicht. De winnende strategie is volgens de auteurs ongeveer: Presenteer publiekelijk een herkenbaar verhaal voor gewone kiezers.
- Neem op ingewikkelde, weinig zichtbare dossiers standpunten in die belangrijke financiers helpen.
- Gebruik het geld van die financiers om het publieke verhaal breder te verspreiden.
De politicus kan zo tegelijkertijd twee verhalen vertellen:
- één verhaal aan de kiezer;
- één verhaal aan de donor of belangengroep.
De bekende foto van de gewone politicus op de markt, in de fabriek of op de tractor is dan geen oppervlakkig randverschijnsel. Het is een essentieel onderdeel van de constructie.
Lobbyen is subtieler dan omkoping
Akerlof en Shiller beschrijven lobbyen niet simpelweg als: bedrijf betaalt politicus en krijgt wetgeving terug. De werkelijke constructie is verfijnder. Lobbyisten:
- leveren informatie;
- formuleren argumenten;
- schrijven bruikbare teksten;
- kennen de procedures;
- weten waar politieke financiering zit;
- helpen de politicus verschillende publieken tegelijk te bedienen;
- worden vaak gerekruteerd uit voormalige politici en medewerkers.
Ze vormen de brug tussen geld, expertise, wetgeving en politieke overleving. Dat past goed bij jouw thema “alles weten maar wegorganiseren”. Technische kennis leidt niet automatisch tot betere collectieve besluiten. Kennis kan juist worden ingezet om belangen zo technisch en onzichtbaar mogelijk in regelgeving te verwerken. De leek ziet een wet van honderden pagina’s. De gespecialiseerde belanghebbende ziet precies één cruciale definitie, uitzondering of voetnoot.
11. Overheid: oplossing, maar zelf eveneens manipuleerbaar
Het boek is niet simplistisch anti-overheid en ook niet simplistisch pro-overheid. Regulering is noodzakelijk omdat marktpartijen anders winst maken met:
- verborgen informatie;
- verslaving;
- gevaarlijke producten;
- ondoorzichtige contracten;
- reputatiemijnbouw.
Maar zodra regels bestaan, verschuift de strijd. Eerst probeert de onderneming de consument te beïnvloeden. Daarna probeert zij ook:
- de toezichthouder te beïnvloeden;
- de definities in regels te veranderen;
- onderzoek te sturen;
- controle-instanties te onderfinancieren;
- uitzonderingen te verkrijgen;
- deskundigen en voormalige ambtenaren in te huren.
De phishing richt zich dan niet meer uitsluitend op het publiek, maar op de bewaker van het publiek. Dat is misschien het belangrijkste inzicht voor jouw analyse van bureaucratie en macht: een regel sluit het spel niet af. De regel creëert een nieuw speelveld. De systeemreactie is:
misbruik
→ maatschappelijke verontwaardiging
→ regulering
→ aanpassing door marktpartijen
→ beïnvloeding of omzeiling van de regel
→ complexere regulering
→ grotere afhankelijkheid van specialisten
→ nog meer invloed voor georganiseerde partijen.
Voor gewone burgers stijgt ondertussen de complexiteit. Grote organisaties kunnen gespecialiseerde juristen, lobbyisten en complianceafdelingen betalen. Kleine spelers niet. Regulering kan zo tegelijkertijd bescherming bieden en de machtspositie van grote spelers versterken.
12. Voedsel: de markt verkoopt geen voeding maar consumptie
Bij voedsel is het doel van de producent niet dat de consument voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Het doel is verkoop. Dat verschil lijkt banaal, maar is fundamenteel. Een verzadigde consument koopt weinig. Een consument die blijft verlangen, koopt meer. Daarom wordt voedsel geoptimaliseerd op:
- suiker;
- zout;
- vet;
- textuur;
- geur;
- portiegrootte;
- verpakking;
- plaatsing;
- herhaalaankoop.
De auteurs noemen dit bewust phood: industrieel voedsel dat precies aansluit op onze evolutionaire en psychologische zwakheden. De markt produceert daarmee niet noodzakelijk wat onze gezondheid maximaliseert, maar wat onze aankoopneiging maximaliseert. Dit maakt de individuele boodschap — “eet gewoon minder” — onvolledig. Het individu moet iedere dag opnieuw weerstand bieden aan organisaties die professioneel testen waar zijn weerstand breekt. Dit levert een asymmetrische strijd op:
- de consument heeft beperkte aandacht en wilskracht;
- de onderneming beschikt over data, laboratoria, marketing en voortdurende experimenten.
13. Farmacie: de arts en toezichthouder als nieuwe doelgroep
Bij geneesmiddelen kan de patiënt niet zomaar ieder middel kopen. Er bestaan artsen, wetenschappelijke tijdschriften en toezichthouders. Maar daardoor verdwijnt het commerciële spel niet. Het verplaatst zich naar de schakels die toestemming en legitimiteit verschaffen. De farmaceutische onderneming moet dan niet alleen de patiënt overtuigen, maar ook:
- onderzoekers;
- artsen;
- medische tijdschriften;
- beoordelingscommissies;
- toezichthouders;
- verzekeraars.
De casus Vioxx laat zien hoe een product ondanks formele wetenschappelijke waarborgen grote schade kan veroorzaken. Het probleem is niet noodzakelijk dat onderzoek geheel verzonnen wordt. Manipulatie kan subtieler plaatsvinden:
- welk onderzoek wordt uitgevoerd;
- welke vergelijking wordt gekozen;
- welke uitkomst centraal staat;
- welke bijwerking als bijzaak wordt behandeld;
- hoe het artikel wordt geschreven;
- welke experts worden ingezet;
- hoe artsen worden benaderd;
- wanneer twijfel publiek wordt gemaakt.
Dat is een belangrijk algemeen inzicht: In moderne systemen wordt zelden openlijk tegen de regel ingegaan. Het winstgevende spel bestaat uit het sturen van de informatiestroom waarbinnen de regel wordt toegepast.
14. Innovatie is niet automatisch vooruitgang
Economen behandelen innovatie meestal als motor van productiviteit en groei. Akerlof en Shiller erkennen dat innovatie veel vooruitgang brengt, maar wijzen erop dat innovatie ook betere manipulatietechnieken kan voortbrengen. Een innovatie kan:
- een werkelijk probleem oplossen;
- transactiekosten verlagen;
- gezondheid verbeteren;
- informatie toegankelijk maken;
maar ook:
- verslaving versterken;
- prijsvergelijking moeilijker maken;
- toezicht omzeilen;
- gedragsdata verzamelen;
- risico verpakken;
- aandacht langer vasthouden;
- verborgen kosten invoeren.
Technologische vooruitgang en maatschappelijke vooruitgang zijn dus niet identiek. Dit is inmiddels zeer herkenbaar bij digitale platforms. Een aanbevelingsalgoritme is technologisch indrukwekkend, maar de richting waarin het optimaliseert is doorslaggevend:
- welzijn;
- informatiekwaliteit;
- omzet;
- kijktijd;
- advertentiewaarde;
- gedragsbeïnvloeding.
De techniek bepaalt niet zelf het doel. Het verdienmodel doet dat.
Musk en de dubbelheid van innovatie
Hier zit ook een aansluiting op jouw belangstelling voor Musk. Dezelfde eigenschappen die iemand in staat stellen grote gevestigde systemen te doorbreken — extreme doelgerichtheid, lak aan conventies, risicobereidheid, status en controle — kunnen ook ontsporen wanneer er nauwelijks tegenmacht resteert. De held van de innovatie kan daardoor tegelijk:
- problemen oplossen;
- markten openbreken;
- publieke infrastructuur beheersen;
- regels omzeilen;
- reputatie exploiteren;
- persoonlijke impulsen institutionele gevolgen geven.
Het boek werkt dit niet via Musk uit, maar levert wel het kader: innovatie verdient niet automatisch moreel krediet enkel omdat zij innovatie is.
15. Tabak en alcohol: voorkeur of georganiseerde verslaving?
Tabak en alcohol vormen extreme voorbeelden omdat consumenten vaak weten dat het product schadelijk is en het toch blijven gebruiken. Bij tabak is het maatschappelijke verhaal in de loop van de tijd veranderd. Roken werd eerst verbonden aan:
- volwassenheid;
- vrijheid;
- mannelijkheid;
- elegantie;
- ontspanning.
Later werd het verbonden aan:
- ziekte;
- afhankelijkheid;
- stank;
- schade aan anderen;
- domheid.
Die verschuiving van het verhaal was minstens zo belangrijk als prijs en regelgeving. De roker verloor sociale status. Bij alcohol is die omslag veel minder sterk. Alcohol blijft verbonden aan:
- gezelligheid;
- vieren;
- volwassenheid;
- vakantie;
- romantiek;
- ontspanning.
Daarom wordt iemand die niet drinkt vaak gevraagd waarom, terwijl iemand die niet rookt niets hoeft uit te leggen. De auteurs laten hiermee zien dat voorkeuren niet puur individueel zijn. Ze worden sociaal ondersteund en commercieel versterkt.
De burgerpet en de feestpet
Dit sluit aan op jouw recente gedachte over de “foute man” en de onbereikbare ster. Rationeel keuren we bepaald gedrag af. Emotioneel zijn we gevoelig voor:
- status;
- durf;
- charisma;
- onbereikbaarheid;
- overtreding van regels;
- groepsbevestiging.
We veroordelen de verslaafde, maar romantiseren het feest. We wantrouwen de dominante leider, maar bewonderen daadkracht. We haten machtsmisbruik, maar worden aangetrokken door macht. De markt en politiek hoeven die dubbelheid niet te veroorzaken. Ze hoeven haar slechts te herkennen en uit te vergroten.
16. Faillissement met winst: wanneer mislukking het verdienmodel wordt
In de hoofdstukken over de Amerikaanse savings-and-loancrisis bespreken de auteurs bankruptcy for profit: faillissement als winststrategie. Normaal denkt men dat de eigenaar belang heeft bij een gezonde onderneming. Maar onder bepaalde juridische en financiële voorwaarden kan een eigenaar persoonlijk geld verdienen terwijl het bedrijf risico’s opstapelt en uiteindelijk failliet gaat. Dat gebeurt wanneer:
- winsten privé kunnen worden afgeroomd;
- verliezen bij schuldeisers, verzekeraars of overheid terechtkomen;
- boekhoudregels ruimte laten;
- toezicht zwak is;
- bestuurders op korte termijn worden beloond;
- risico’s pas later zichtbaar worden.
Dan ontstaat de perversie:
meer risico
→ tijdelijk hogere papieren winst
→ hogere beloning en onttrekkingen
→ grotere uiteindelijke verliezen
→ faillissement
→ rekening bij derden.
De onderneming faalt, maar de betrokken bestuurder kan rijker eindigen. Dit sluit rechtstreeks aan op jouw belangstelling voor eigendom en macht. “Wie is de eigenaar?” is niet voldoende. Belangrijker is:
- wie ontvangt de opwaartse winst?
- wie draagt het neerwaartse risico?
- wanneer wordt afgerekend?
- wie kan vertrekken voordat de rekening komt?
17. Michael Milken en de kracht van een nieuw verhaal
Het hoofdstuk over junk bonds laat zien hoe financiële vernieuwing wordt verbonden aan een overtuigend verhaal. Junk bonds konden worden gepresenteerd als democratisering van financiering: ook ondernemingen zonder keurige kredietwaardigheid kregen toegang tot kapitaal. Daar zat een kern van waarheid in. Maar rond die waarheid groeide een systeem waarin:
- risico werd gebagatelliseerd;
- rendement werd benadrukt;
- reputatie en netwerken vertrouwen produceerden;
- ondernemingen met veel schuld werden overgenomen;
- financiële partijen aan transacties verdienden;
- risico bij latere houders bleef liggen.
Zoals vaker is het phishing-verhaal niet volledig verzonnen. De beste manipulatie bestaat uit een geloofwaardig verhaal waarin een belangrijk deel van de werkelijkheid ontbreekt.
18. Waarom is de samenleving dan nog leefbaar?
Na alle voorbeelden ontstaat een logische vraag: als manipulatie zo structureel is, waarom stort de samenleving dan niet voortdurend in? Het antwoord van de auteurs is: omdat er ook tegenkrachten bestaan. Er zijn:
- klokkenluiders;
- kritische wetenschappers;
- journalisten;
- consumentenorganisaties;
- integere ambtenaren;
- rechters;
- sociale bewegingen;
- beroepsnormen;
- mensen die uit overtuiging niet alles doen wat winstgevend is.
Deze personen en instituties beperken het phishing-evenwicht. De markt functioneert dus niet redelijk omdat egoïsme vanzelf tot het goede leidt. Zij functioneert redelijk omdat er voortdurend mensen en instituties zijn die de schadelijke gevolgen van dat egoïsme begrenzen. Dat is een belangrijk correctief op zowel links als rechts. Niet alleen de markt maakt de welvaart. Ook:
- normen;
- vertrouwen;
- beroepseer;
- regulering;
- publiek toezicht;
- maatschappelijke actie
zijn productief. De integere accountant, onderzoeker of toezichthouder lijkt soms een rem op de economie, maar bewaakt in werkelijkheid de infrastructuur waarop de economie draait.
Waar het boek bijzonder goed aansluit op jouw belangstelling
1. Het systeem selecteert gedrag
De kern is niet dat slechte mensen toevallig de macht grijpen. De kern is dat een systeem met bepaalde beloningen de mensen en gedragingen selecteert die daarbij passen. Een leider die verkoop weigert boven klantbelang te plaatsen, kan verdwijnen. Een journalist die alleen belangrijk maar weinig aantrekkelijk nieuws maakt, verliest publiek. Een politicus die geld weigert en ingewikkelde waarheden vertelt, verliest verkiezingen. Een artiest die zich niet aan distributieplatforms aanpast, verliest bereik. Het systeem zegt niet expliciet: word slechter.
Het zegt:
- verkoop meer;
- trek meer aandacht;
- haal meer stemmen;
- verlaag kosten;
- vergroot bereik;
- lever rendement.
De morele verschuiving ontstaat in de vertaling van die doelstelling naar dagelijks gedrag.
2. Iedereen zit in de game
Het boek ondersteunt sterk jouw gedachte dat maatschappelijke problemen niet netjes kunnen worden verdeeld tussen daders en slachtoffers. De consument wil lage prijzen. De werknemer wil een goed loon. De belegger wil rendement. De burger wil regels. De belastingbetaler wil lage lasten. Maar dezelfde persoon vervult al die rollen. Daardoor zijn we:
- slachtoffer van lage lonen én klant van goedkope producten;
- tegenstander van reclame én gebruiker van gratis media;
- bezorgd over klimaat én reiziger;
- kritisch op banken én spaarder die rendement verlangt;
- tegen platformmacht én gebruiker van het gemakkelijkste platform.
De dynamiek wordt daardoor niet opgelost door alleen “de bedrijven” of “de consument” schuldig te verklaren.
3. Reputatie wordt opgebouwd door idealisten en verzilverd door managers
Reputatiemijnbouw past vrijwel perfect bij jouw belangstelling voor organisaties die ooit een duidelijke missie hadden. Vaak verloopt het proces zo:
- Pioniers bouwen een organisatie vanuit vakmanschap en overtuiging.
- Daardoor ontstaat vertrouwen.
- De organisatie groeit.
- Bestuurders worden professioneler en verder van het primaire werk geplaatst.
- Meetbare financiële doelstellingen winnen.
- De oude reputatie blijft klanten en medewerkers aantrekken.
- De werkelijke kwaliteit wordt langzaam uitgehold.
- Wie kritiek heeft, lijkt de organisatie te beschadigen.
- Daardoor kan de uitholling langer doorgaan.
De oorspronkelijke moraal wordt zo een marketingbezit van de latere organisatie.
4. De macht zit vaak in het bepalen van het verhaal
De auteurs benadrukken niet alleen geld of informatie, maar vooral narratief gezag. Wie kan bepalen welk verhaal mensen vertellen over:
- zichzelf;
- succes;
- leiderschap;
- gezondheid;
- mannelijkheid;
- vooruitgang;
- eigendom;
- werk;
- ondernemerschap;
kan keuzes sturen zonder directe dwang. Dat past bij jouw irritatie over managementpraatjes. Een organisatie kan medewerkers uitknijpen en tegelijk het verhaal vertellen dat “mensen ons belangrijkste kapitaal zijn”. Het verhaal hoeft de werkelijkheid niet correct te beschrijven. Het moet de werkelijkheid bestuurbaar maken.Ook Sineks leiderschapsverhaal kan in dit licht twee functies hebben:
- oprecht normatief ideaal;
- legitimatieverhaal waarmee organisaties zich menselijk presenteren.
Het boek zou zeggen dat het tweede gebruik voorspelbaar ontstaat zodra het eerste verhaal reputatiewaarde heeft.
5. Controle kan het systeem versterken dat zij wil temmen
Regulering is nodig, maar wordt:
- complex;
- juridisch;
- specialistisch;
- procedureel.
Daardoor kunnen juist grote en goed georganiseerde partijen haar beter bespelen. Dit sluit aan op jouw thema van hoogopgeleiden die problemen “wegorganiseren”. Meer kennis en regels betekenen niet automatisch meer grip. Ze kunnen ook leiden tot:
- nieuwe adviseurs;
- compliance-industrieën;
- formulieren;
- keurmerken;
- verantwoordingslagen;
- grotere afstand tot de werkelijkheid;
- minder verantwoordelijkheid bij ieder afzonderlijk.
Iedereen voldoet dan aan zijn deel van de procedure, terwijl het geheel nog steeds verkeerd uitpakt.
Mijn beoordeling van het boek
Sterke kanten
De grote kracht is dat Akerlof en Shiller gedragspsychologie koppelen aan marktevenwicht. Veel gedragswetenschap zegt: mensen maken voorspelbare fouten. Dit boek zegt vervolgens: Zodra fouten voorspelbaar zijn, worden zij economisch exploiteerbaar. Zodra zij exploiteerbaar zijn, ontstaan organisaties die zich daarin specialiseren. Dat is de stap van individueel gedrag naar systeemwerking. Een tweede sterk punt is dat de auteurs niet vervallen in een eenvoudig anti-marktverhaal. Markten produceren enorme welvaart, keuze en innovatie. Precies dezelfde motor die echte behoeften opspoort, spoort echter ook zwakheden op. Het goede en het schadelijke komen uit hetzelfde mechanisme.
Zwakkere kanten
Het boek is breed en soms anekdotisch. Niet elk voorbeeld bewijst even hard dat sprake is van een volledig economisch evenwicht. Ook blijft de oplossing relatief traditioneel:
- toezicht;
- regels;
- maatschappelijke bewegingen;
- beroepsnormen;
- individuele alertheid.
Dat is terecht, maar enigszins onbevredigend. Want wanneer ook politiek, toezicht en wetenschap kunnen worden “gephisht”, blijft de vraag wie de bewakers bewaakt. Daarnaast blijft het onderscheid tussen wat mensen “werkelijk willen” en wat hun impuls wil filosofisch lastig. Wie bepaalt wat het echte belang van iemand is? De auteurs lossen dat pragmatisch op door te wijzen op keuzes die vrijwel niemand achteraf gewenst kan hebben: verslaving, faillissement, schadelijke medicijnen en misleiding.
De kern in één systeemmodel
De redenering van het hele boek kan worden teruggebracht tot deze lus:
menselijke zwakheden en beperkte informatie
→ bieden winstkansen
→ ondernemers experimenteren met beïnvloeding
→ succesvolle technieken groeien en worden gekopieerd
→ producten, media en instituties worden beter in het activeren van zwakheden
→ consumenten maken meer keuzes die zij achteraf niet wensen
→ schulden, afhankelijkheid, aandachtsschaarste en onzekerheid nemen toe
→ mensen worden nóg kwetsbaarder voor beïnvloeding.
Daartegenover staat een remmende lus:
zichtbare schade
→ onderzoek en maatschappelijke verontwaardiging
→ nieuwe verhalen en normen
→ regulering, toezicht en zelfbeperking
→ minder ruimte voor uitbuiting
→ herstel van vertrouwen.
Maar vervolgens ontstaat meestal een nieuwe aanpassingslus:
regulering
→ commerciële aanpassing en lobby
→ omzeiling of beïnvloeding van toezicht
→ complexere regels
→ grotere informatievoorsprong van professionele partijen
→ nieuwe vormen van phishing.**
Eindconclusie
Phishing for Phools zegt uiteindelijk niet dat vrije markten mislukken omdat mensen slecht zijn. Het zegt iets ongemakkelijkers: Markten werken vaak precies zoals je op grond van concurrentie mag verwachten. En juist daarom zullen ze niet alleen onze behoeften bedienen, maar ook systematisch onze zwakheden opsporen, testen en exploiteren. Het kapitalisme produceert dus niet alleen goederen en diensten. Het produceert ook:
- verlangens;
- verleidingen;
- verhalen;
- afhankelijkheden;
- afleiding;
- ingewikkeldheid;
- legitimatie;
- manieren om verantwoordelijkheid door te schuiven.
De consument is daarbij niet alleen het passieve slachtoffer. Hij levert met zijn voorkeur voor gemak, lage prijzen, gratis diensten, status en onmiddellijke bevrediging de grondstof waarop het systeem bouwt. Daarmee ligt de diepste boodschap zeer dicht bij jouw eigen werk: we zitten allemaal in het systeem, we vervullen verschillende rollen en we houden gezamenlijk mechanismen in stand die bijna niemand als geheel zegt te willen. Het boek levert daarvoor één bijzonder bruikbare naam: het phishing-evenwicht.