821 We zijn er even uit … (1)
Ik heb besloten er even tussenuit te gaan, pauze, retraite, weer boeken lezen, zelf ervaringen opdoen offline. Natuurlijk kan ik het daar niet bij laten, in weinig woorden. Ik wil er drie vormen aan geven. Ik wil net als Hans Stegeman een publiek toespreken waarin ik mijn lezing geef over mijn pauze. Ik wil ook een interview geven aan en met mezelf, de stopper en de doorganger. En ik wil (zoals ik bij Stegeman deed) een minder braaf verhaal over het stoppen, een oproep, een call for action, iets met druk eronder en erachter.
En ehh, als er echt iets dringends is, dan ga ik mijn eigen voornemen gewoon schenden hoor. Overig typische AI teksten, met de bekende opsommingen en ritmes en herhalingen, maar inhoudelijk niet verkeerd. Ik heb als brondocument mijn eigen uitgebreide aantekeningen meegegeven nav evaluatie na blog 700 en 800 en gisteren overviel het me voor de 3 keer … dus vandaar die PAUZE.

1. De lezing — De machine die niet meer kon pauzeren
Dames en heren, goedemiddag.
Ik zou hier natuurlijk een heel eenvoudige mededeling kunnen doen.
Ik neem een pauze.
Punt.
Dat zou duidelijk, efficiënt en buitengewoon on-Rudyachtig zijn. Want zodra ik het woord pauze opschrijf, wil ik onmiddellijk weten waarom ik een pauze nodig heb, welke krachten mij ervan weerhouden, of het werkelijk een pauze is, hoe eerdere denkers over pauzes hebben gedacht, wie er belang heeft bij mijn doorgaan en of er misschien een systeemdiagram van te maken valt.
En voordat u het weet, is de pauze zelf weer een serie van zeven blogs geworden.
Daarom wil ik vanmiddag drie dingen doen.
Eerst wil ik uitleggen hoe iets wat begon als een vrije hobby ongemerkt een systeem werd.
Daarna wil ik laten zien waarom dat systeem steeds minder oplevert, juist doordat het zo goed functioneert.
En ten slotte wil ik vertellen waarom stoppen met schrijven niet hetzelfde is als ophouden met denken.
I. Van vrijheid naar ritme
Toen ik met deze blogs begon, was het idee overzichtelijk.
Ik had gedachten, aantekeningen, observaties, halve theorieën en terugkerende ergernissen. Ze stonden in schriftjes, losse bestanden, oude mappen en vooral in mijn hoofd. Ik wilde ze ergens neerleggen. Niet eens primair voor een publiek, maar voor mezelf.
Een digitaal archief.
Een plek waar ik later kon terugvinden wat ik ooit had gedacht over banken, huizen, liefde, economie, AI, macht, status, Ayn Rand, Osho, Bulgakov, elektrische auto’s, foute mannen en de merkwaardige gewoonte van mensen om het ene te zeggen en ondertussen het tegenovergestelde te doen.
Dat werkte.
Sterker nog: het werkte veel beter dan voorzien.
Een gedachte werd een blog. Een blog riep een tweede gedachte op. AI stelde een vraag. Ik zag een verband. Er kwam een boek voorbij, een krantenartikel, een ergernis, een gesprek of iemand die iets beweerde waarvan ik dacht: wacht eens even, hoe zit dit eigenlijk?
En zo ontstond er een zichzelf versterkende lus.
Een waarneming leidde tot verwondering.
Verwondering leidde tot onderzoek.
Onderzoek leidde tot een tekst.
De tekst gaf het prettige gevoel dat er weer iets was afgerond.
En dat prettige gevoel vergrootte de kans dat ik de volgende dag opnieuw begon.
Een keurige positieve feedbacklus.
In een economisch model zouden we zeggen: het systeem leverde precies het gedrag op waarvoor het was ingericht.
Alleen was het nooit bewust zo ingericht.
II. De groeidwang van de blogger
Het merkwaardige van een goed werkend systeem is dat het niet vanzelf weet wanneer het genoeg is.
Bedrijven weten dat niet.
Economieën weten dat niet.
Sociale media weten dat niet.
En bloggers kennelijk ook niet.
Blog 100 was een mijlpaal. Blog 500 was een indrukwekkend archief. Bij 700 keek ik terug en dacht ik al voorzichtig aan vertragen. Bij 800 gebeurde ongeveer hetzelfde.
En toch kwam 801.
En 802.
En daarna nog een paar onderwerpen die echt niet konden wachten.
Dat is het klassieke probleem van groeidwang: elk afzonderlijk besluit om nog even door te gaan is volkomen verdedigbaar. Alleen de optelsom is dat niet meer.
Er ligt altijd nog iets op de stapel.
Een serie over bitcoin, als voorbeeld van een idee dat zich losmaakt van zijn bedenker.
Een verdere uitwerking van optimale extractie en optimale uitsluiting.
Een analyse van mensen als Maarten van Rossem of Geert Mak.
Een dossier over geloof, volgers en de wonderlijke overlevingskracht van verhalen.
Een hernieuwde blik op Pirsig, Branden, architectuur, ondernemerschap, digitale noodhulp en de rol van AI als onvermoeibare gesprekspartner.
Allemaal interessant.
Allemaal mogelijk.
Allemaal nog niet gedaan.
Maar een voorraad onderwerpen is geen opdracht.
Een gedachte die nog niet is uitgewerkt, is niet automatisch een schuld.
Toch ging het soms wel zo voelen. Wat ooit luidde als: ik wil dit graag uitzoeken, verschoof langzaam naar: dit moet ik nog uitzoeken.
Daar zit maar één woord verschil tussen.
Maar psychologisch is het een compleet ander systeem.
III. De afnemende meeropbrengst
Economen kennen het begrip afnemende meeropbrengst.
De eerste uren die je ergens in steekt leveren veel op. Daarna blijft de productie misschien stijgen, maar elke extra inspanning voegt minder toe.
Ook bij bloggen bestaat zoiets.
De eerste ontdekking dat achter een mooie morele redenering vaak een belang schuilgaat, is verhelderend.
De tiende keer is het een patroon.
De honderdste keer dreigt het een automatisme te worden.
Ik begon mezelf steeds vaker dezelfde conclusie te horen trekken. Achter de façade zat macht. Achter de nobele woorden zat bezit. Achter de innovatie zat extractie. Achter het beleid zat een groep die de baten ontving en een andere groep die de rekening betaalde.
Vaak is dat ook zo.
Maar zelfs een juiste analyse kan een gevangenis worden wanneer iedere nieuwe observatie al bij voorbaat naar dezelfde uitgang wordt geleid.
Dan verdwijnt de verwondering.
Dan wordt tegendenken een reflex.
Dan verandert scherpte in voorspelbaarheid.
En dan is er nog iets onaangenamers.
Voor het eerst voelde ik niet alleen vermoeidheid, maar soms weerstand. In een enkel geval zelfs iets wat op walging leek. Niet van de onderwerpen, maar van mijn eigen neiging om opnieuw hetzelfde apparaat aan te zetten.
Artikel erin.
Rudy-filter eroverheen.
AI erbij.
Ontmaskering eruit.
Illustratie maken.
Publiceren.
Klaar.
Volgende.
Dat is efficiënt. Maar efficiëntie was nooit het doel.
Het doel was leren.
IV. Het archief dat zijn maker voorbijgroeide
Er staan inmiddels ruim achthonderd blogs.
Dat is geen verzameling losse stukjes meer. Het is een archief. Een landschap. Misschien zelfs een klein particulier onderzoeksinstituut, al ontbreken de subsidie, de secretaresse en de mensen die beleefd applaudisseren wanneer ik een nieuw rapport presenteer.
Het vreemde is alleen dat ik steeds nieuwe kamers aan het huis bouw, terwijl ik nauwelijks meer weet wat er in de bestaande kamers ligt.
Ik weet dat er sterke reeksen tussen zitten.
De dossiers over Osho, Rand en Bulgakov.
De systeemdiagrammen.
De pogingen om dikke boeken terug te brengen tot een aantal stellingen.
De bierviltjes-MKBA’s waarin niet de schijnprecisie, maar de grote geldstromen, de winnaars en de verliezers centraal staan.
De analyses van fout gedrag, niet om het te bewonderen, maar omdat je een mechanisme moet begrijpen voordat je het kunt bestrijden.
Daar ligt vermoedelijk meer samenhang dan ik zelf nog kan overzien.
Maar in plaats van vragen te stellen aan dat archief, bleef ik het aanvullen.
Dat lijkt op iemand die iedere week een nieuw boek koopt omdat hij zo geïnteresseerd is in lezen, terwijl de ongelezen stapels inmiddels de deur blokkeren.
Op een gegeven moment is nog een boek kopen geen liefde voor literatuur meer.
Dan is het uitstel van lezen.
V. Wat een pauze wel en niet betekent
Daarom neem ik een pauze.
Niet omdat de onderwerpen op zijn.
Niet omdat ik ineens geloof dat banken rechtvaardig zijn, de woningmarkt logisch functioneert, Big Tech het beste met ons voorheeft en foute mannen vooral verkeerd begrepen knuffelberen zijn.
Ook mijn manier van kijken verdwijnt niet.
De systeembenadering blijft.
Het tegendenken blijft.
Het modelleren van mensen en hun redeneringen blijft.
De liefde voor grove berekeningen, tweede-orde-effecten, onverwachte verbindingen en de vraag wie wint hier eigenlijk bij? blijft.
Wat tijdelijk stopt, is de automatische vertaling van iedere gedachte naar een publicatie.
Ik wil niet meteen reageren op alles wat voorbijkomt.
Ik wil onderwerpen laten liggen zonder dat ze bederven.
Ik wil clusteren, terugkijken, selecteren en misschien eindelijk ontdekken wat ik in die achthonderd blogs nu werkelijk heb opgebouwd.
De pauze is daarom geen leegte.
Het is onderhoud.
Een economie kan niet eeuwig alleen maar nieuwe producten maken zonder haar infrastructuur te herstellen. Een mens kan dat evenmin.
Misschien moet het archief eerst kenbaar worden voordat het groter wordt.
Misschien moeten er paden komen in plaats van nog meer bomen.
Misschien moet ik enkele dossiers beter opdienen, samenvatten of onder de aandacht brengen.
En misschien moet ik ook gewoon eens iets doen wat niet onmiddellijk in woorden, pijlen, blokken of modellen hoeft te eindigen.
Tot slot
Dames en heren, normaal eindigt een lezing met een conclusie.
Vandaag eindig ik met het tijdelijk uitstellen daarvan.
Ik weet nog niet precies wat er na de pauze komt. Misschien minder blogs. Misschien langere dossiers. Misschien meer fictie. Misschien meer praktische experimenten. Misschien exact hetzelfde, maar dan in een tempo waarin een gedachte weer de kans krijgt mij te verrassen.
De site gaat niet weg.
Het archief blijft open.
De ideeën liggen er.
Alleen de machine wordt even uitgezet.
En mocht ik morgen wakker worden met een briljant inzicht dat absoluut onmiddellijk gepubliceerd moet worden, dan zal ik mijzelf streng toespreken.
Ik zal zeggen: Rudy, schrijf het op.
Maar druk eens een keer niet meteen op publiceren.
Dank u wel.