817 Choice overload, in de afwijsstand staan en nogmaals hypergamie en hypogamie (shoppen voor vrouwen, solliciteren voor mannen)

En zo kwam ik uit op dit leuke dating-filmpje van Tila Pronk (hier eerder genoemd). Los van dat het een leuk en actueel vraagstuk uit de moderne online dating-wereld behandelt, weten jullie dat ik altijd op zoek ben naar nieuwe termen en uitdrukkingen (eerder mankeeping, clown-monster paradox etc). Deze keer kom ik voor het eerst tegen (en onderwerp van filmpje) de choice-overload en de rejection mind-set. Ik ga hieronder samen met AI verder in op de inhoud van het filmpje en vooral de raakvlakken met mijn eigen relatie-overpeinzingen alhier.

Shoppen voor vrouwen, solliciteren voor mannen. Prachtige samenvatting! NB ik voeg hier op eigen titel aan toe dat dit onderzoek is gedaan voor de jongere daters, het plaatje verandert naarmate we ouder worden, waarbij er juist een overschot aan zoekende vrouwen ontstaat ergens rond 50plus, shoppende heren moeten dus even geduld hebben haha.

Waar het op neerkomt, en dat sluit aan op mijn stokpaardje ‘systemisch kijken’, dat juist door het enorme aanbod aan kandidaten in de datingmarkt kritischer selecteren aan de orde van de dag is. Kiezen wordt niet makkelijker maar juist moeilijker, dat is de choice overload. Steeds kritischer worden met name aan de kant van de vrouwen, leidt bij de mannen tot de voor de hand liggende reactie om dan maar steeds meer te gaan liken (je weet maar nooit, niet geschoten is altijd mis). Waardoor vrouwen denken en ervaren: wie ik ook kies en like, altijd is het prijs, zijn die mannen dan niet een beetje meer kritisch, liken ze dan echt iedereen, ben ik dan zomaar willekeurig geliket? Waardoor ze nog kritischer en cynischer worden, waardoor de mannen nog minder serieus worden genomen, waardoor … afwijzen tot een nieuwe default wordt gemaakt en er een nieuwe mindset ontstaat namelijk de ‘rejection mind-set’.

Dus stel jezelf de vraag als het niet lukt: sta ook ikzelf onbewust in de afwijsstand? De oplossing (zoals ik het lees gericht aan vrouwen maar kan evengoed gelden voor mannen) is terecht: ga niet eindeloos kijken maar zoek er bewust een stuk of 10 uit, blijf niet afwijzen en letten op een foute foto of spellingsfoutjes, ga niet te lang chatten maar maak (bij de zachtere blik op de ander) een fysieke afspraak.

Meteen neem ik in deze blog mee een stukje dat ik toevallig tegelijkertijd las over hypergamie (in het Frans, op Substack) waarin de auteur meerdere dimensies van ‘omhoog kijken/daten’ bespreekt en tegelijkertijd beweert dat vrouwen niet langer kijken naar de genoten opleiding van de man. Er zou dus daar sprake zijn van ‘hypogamie’, zoeken op hetzelfde level. Het nieuwe woord wat ik mag toevoegen aan de lijst is dus: hypogamie. Das mooi om te lezen natuurlijk maar gaat me net iets te snel. Vandaar mijn vraag of stelling: vrouwen kijken dan misschien niet meer zo naar de de opleiding, maar dat is omdat opleiding niet meer zoveel zegt, ‘opleidingsinflatie’, maar opleiding is maar een proxy voor ‘intelligent, belezen, weldenkend, goede gesprekspartner’ etc en geldt ook dan dat vrouwen niet naar die plus op die dimensies blijven zoeken?

PS1: onderaan een systeemdiagram omdat dit bij uitstek een verhaal is met zichzelf versterkende (en ongewenste) feedback lussen. Omdat die systeempjes mijn ding zijn.

PS2: ik meende meer over Pronk te hebben geschreven, maar kon dat op mijn eigen blogs niet terug vinden, klopt omdat dat terecht is gekomen in mijn dating-boekje, vandaar onderaan een heel hoofdstuk gratis te downloaden over eerder/ander werk van Pronk en mijn reactie daar op.


Kern van het college

Tila Pronk behandelt een paradox: datingapps geven toegang tot méér mogelijke partners dan ooit, maar maken het daardoor niet noodzakelijk gemakkelijker om iemand te kiezen. Het college is de publieksversie van haar onderzoek met Jaap Denissen naar choice overload en de door hen benoemde rejection mind-set. (Universiteit van Nederland). In drie experimenten kregen alleenstaande heteroseksuele deelnemers van 18 tot 30 jaar reeksen potentiële partners te zien. Naarmate zij meer profielen beoordeelden, nam de kans dat ze iemand accepteerden gemiddeld met 27 procent af tussen het eerste en het laatste profiel. Dat kwam niet doordat de latere foto’s objectief slechter waren. De beoordelaars werden gaandeweg minder tevreden over het aanbod en pessimistischer over hun eigen kans om via het platform iemand te vinden. Ze gingen als het ware steeds meer in de afwijsstand staan. (Sage Journals). Het mechanisme is dus niet uitsluitend klassieke keuzestress, waarbij iemand verlamd raakt door te veel mogelijkheden. Er gebeurt iets actievers:

Door veelvuldig afwijzen wordt afwijzen zelf de standaardhandeling.

De gebruiker zoekt steeds minder naar een reden om iemand te ontmoeten en steeds meer naar een reden om iemand weg te swipen. In twee studies zette de daling al na ongeveer een dozijn beoordelingen in; in het experiment waarin werkelijk een match mogelijk was, leek het effect wat later op gang te komen. De precieze grens was niet eenduidig. (Sage Journals) Het effect bleek in deze onderzoeken doorgaans sterker bij vrouwen. Zij accepteerden aanvankelijk al minder profielen en stapelden daardoor sneller afwijzingen op. Bij vrouwen nam in het experiment met echte mogelijke matches uiteindelijk ook de kans op een match af. De onderzoekers opperen daarom dat niet alleen het aantal aangeboden profielen, maar vooral het aantal reeds verrichte afwijzingen het gedrag verder kan verharden. (Sage Journals) Pronks praktische vertaling is inmiddels: bekijk niet eindeloos profielen, beperk een sessie bijvoorbeeld tot ongeveer tien kandidaten, beoordeel een profiel niet alsof je meteen over een levenspartner beslist en ga betrekkelijk snel over naar een echte ontmoeting. Een spelfout, verkeerde fotohoek of ongelukkige pet zegt weinig over de vraag of iemand aardig, betrouwbaar of interessant is. (RTL.nl)

Wat dit aan jouw boek toevoegt

De belangrijkste zin voor jouw boek is volgens mij: Datingapps registreren selectiviteit niet alleen; ze produceren haar mede. Dat is een wezenlijke aanvulling op de lijn rond de selectrice, de verkeerde mannen en het Goudlokje-probleem. De selectrice is niet uitsluitend een vrouw met te hoge eisen, een verkeerd zelfbeeld of een voorkeur voor onbereikbare mannen. Zij bevindt zich ook in een omgeving die haar voortdurend oefent in elimineren. Daarmee verschuift de verklaring van karakter naar systeem:

  • De vrouw krijgt overvloed aangeboden en reageert daarop met steeds fijnmaziger uitsluiting.
  • De gemiddelde man krijgt juist schaarste aan aandacht en reageert daarop door steeds ruimer en soms vrijwel blind te liken.
  • Vrouwen ervaren die massale, weinig gerichte belangstelling vervolgens als bewijs dat mannen oppervlakkig zijn.
  • Mannen ervaren de geringe respons als bewijs dat vrouwen onrealistisch selecteren.
  • Beide kanten voeren daarna precies het gedrag op dat de klacht van de andere kant bevestigt.

Pronk zei later dat mannen ongeveer de helft van de getoonde vrouwen liken, tegenover ongeveer vijf procent van de mannen door vrouwen. Zij beschrijft de ervaring kernachtig als shoppen voor vrouwen en solliciteren voor mannen. Die percentages komen niet uit het oorspronkelijke experiment en moeten dus niet als universele natuurconstanten worden opgevoerd, maar ze illustreren wel dezelfde zichzelf versterkende dynamiek. (RTL.nl) Dit is bij uitstek jouw systeemblik: afzonderlijk gedrag kan voor iedere deelnemer begrijpelijk zijn, terwijl het gezamenlijke resultaat voor vrijwel iedereen slechter wordt.

Het Goudlokje-effect wordt nog scherper

In jouw Goudlokje- of subtopanalyse zoekt iemand niet simpelweg een goede partner, maar iemand die precies goed is: aantrekkelijk, succesvol en gewild, maar niet zo aantrekkelijk of autonoom dat hij onveilig wordt of buiten bereik ligt. Pronk voegt daaraan toe dat “precies goed” op een app geen vast criterium blijft. Het referentiepunt beweegt tijdens het swipen. Na iedere afwijzing lijkt het logisch om ook de volgende kandidaat streng te beoordelen:

  • deze is leuk, maar misschien komt er straks een leukere;
  • deze voldoet bijna, maar bij zoveel aanbod hoeft “bijna” niet genoeg te zijn;
  • deze verdient misschien een ontmoeting, maar het kost niets om eerst nog honderd anderen te bekijken.

De perfecte kandidaat wordt daardoor niet gevonden, maar vooruitgeschoven. Goudlokje zoekt geen bed dat precies goed ligt; ze blijft de showroom rondlopen omdat achter iedere deur nog een beter bed kan staan.

Belangrijk voor de boodschap aan mannen

Voor mannen dreigt uit dit soort onderzoek gemakkelijk de verkeerde conclusie te volgen: ik moet nóg aantrekkelijker worden, betere foto’s maken, harder concurreren en het algoritme slimmer bespelen. Jouw boek kan een andere conclusie trekken. Een profiel hoeft niet de hele man te bewijzen. Het moet vooral voldoende vertrouwen en nieuwsgierigheid oproepen om de overgang te maken van:

vergelijkbaar profiel → werkelijk mens

Dat sluit direct aan op jouw hoofdstukken over presentatie, profielen, dates, de tweede stap en verbinding. De kwaliteiten waarop een duurzame relatie drijft — humor in interactie, aandacht, warmte, stabiliteit, zelfuitbreiding, omgaan met verschil — zijn op een statisch profiel nauwelijks waarneembaar. De app laat juist de kenmerken domineren waarop mensen snel vergelijkbaar zijn: uiterlijk, statusmarkeringen, leeftijd, opleiding, lengte, stijl en verbale foutloosheid. Het boek kan mannen daarom adviseren niet alleen te vragen: Hoe zorg ik dat zij mij kiest? maar ook: Is zij nog werkelijk aan het kiezen, of is zij gewend geraakt aan afwijzen en vergelijken? Dat past uiteindelijk ook bij “Jij kiest de vrouw die blijft.” Een geschikte partner is niet alleen iemand die jou aantrekkelijk genoeg vindt. Het is iemand die alternatieven kan loslaten, onvolmaaktheid kan verdragen en bereid is van beoordeling naar investering over te gaan.

Waar het college tekortschiet

De titel Hoe saboteert Tinder de liefde? is sterker dan het onderzoek zelf rechtvaardigt. De experimenten laten overtuigend zien dat mensen binnen een beoordelingssessie afwijzender kunnen worden. Ze bewijzen niet dat Tinder rechtstreeks verantwoordelijk is voor het grotere aantal singles, noch dat gebruikers daardoor minder duurzame relaties krijgen. De onderzoekers noemen zelf dat nog onbekend is of het effect ook optreedt bij andere vormen van daten, zoals speeddaten. Bovendien ging het alleen om heteroseksuele deelnemers tussen 18 en 30 jaar. Voor de oudere doelgroep die in jouw materiaal vaak voorkomt, is het mechanisme aannemelijk, maar niet door deze studie rechtstreeks bewezen. (Sage Journals) Ook verklaart het onderzoek niet waarom sommige kandidaten structureel veel meer belangstelling krijgen dan andere. Status, aantrekkelijkheidshiërarchieën, leeftijd, klasse en de ongelijke verdeling van aandacht — thema’s die in jouw boek centraal staan — blijven grotendeels buiten beeld. Pronk onderzoekt vooral wat opeenvolgend kiezen met de kiezer doet, niet hoe de markt vooraf al winnaars en verliezers creëert.

Logische plaats in het boek

Dit materiaal hoort nadrukkelijk in het latere deel over online dating, profielen en de overgang naar echte dates, niet bij Pronks zelfuitbreiding in het gedeelte balans en relativering. Een passende tussentitel zou zijn:

De app maakt van kiezen afwijzen

Datingapps beloven een grotere kans op liefde doordat zij het aanbod vrijwel onbeperkt maken. Maar dat aanbod verandert ook degene die kiest. Onderzoek van Tila Pronk en Jaap Denissen laat zien dat mensen tijdens het beoordelen van profielen steeds afwijzender worden. Niet omdat de kandidaten slechter worden, maar omdat het voortdurende afwijzen een houding wordt. De gebruiker zoekt niet langer naar een reden om iemand te ontmoeten, maar naar een reden om door te gaan naar de volgende. Dat treft mannen en vrouwen verschillend. Veel mannen reageren op weinig belangstelling door steeds ruimer te liken. Veel vrouwen reageren op een overvloed aan belangstelling door steeds scherper te filteren. De man voelt zich een sollicitant die honderd brieven moet versturen; de vrouw voelt zich een personeelsfunctionaris die honderd ongeschikte kandidaten moet wegwerken. Beide strategieën zijn begrijpelijk en beide maken de omgeving onaangenamer voor de ander. De selectrice is daarom niet alleen een type vrouw. Zij is ook het product van een selectiemachine. Tinder toont niet eenvoudig wat mensen aantrekkelijk vinden, maar leert hen om mensen als verwisselbare opties te behandelen. De werkelijke opgave is dan ook niet nóg beter leren swipen. Het is op tijd ophouden met vergelijken en ontdekken wie er achter het profiel zit.

De sterkste toevoeging aan jouw bestaande betoog is dus dat de markt niet alleen voorkeuren zichtbaar maakt, maar voorkeuren, verwachtingen en afwijsgedrag tijdens het gebruik vervormt. De app is niet het neutrale toneel waarop mannen en vrouwen hun spel spelen. Zij is de derde speler.



Hier helemaal gratis een heel hoofdstuk uit mijn boekje over daten voor 50plus-mannen. Ik neem het hier op om nieuwsgierig te maken naar de rest én omdat ik hierboven verwees naar Tila Pronk waar ik meende eerder over haar werk te hebben geschreven, maar dat bleek alleen in het boekje te zijn.


Hypergamie (Scott Alexander) (bron: substack)

Scott Alexander analyseert de theorie van vrouwelijke hypergamie (de neiging van vrouwen om te trouwen met mannen van een hogere sociale status) door drie varianten te onderzoeken:

  • Opleidingshypergamie (Opleiding): Vrouwen zijn tegenwoordig gemiddeld hoger opgeleid dan mannen. De data laat zien dat vrouwen nu juist hypogaam zijn op dit vlak: ze trouwen vaak met lager opgeleide mannen. De eerdere krapte op de huwelijksmarkt voor hoogopgeleide vrouwen is verdwenen.
  • Financiële hypergamie (Geld): Hier geldt hypergamie wél. Uit onderzoeken blijkt consistent dat vrouwen de voorkeur geven aan een partner die meer verdient dan zijzelf.
  • Sociale hypergamie (Klasse/Status): In de praktijk is er sprake van homogamie: mensen trouwen binnen hun eigen sociale klasse. Hoewel mannen uiterlijk belangrijker vinden en vrouwen status, leidt dit er niet toe dat rijke/statusrijke mannen massaal trouwen met aantrekkelijke vrouwen uit lagere klassen. Klasse prevaleert.
  • Persoonlijke anekdote: De auteur illustreert dit met een 35-jarige Amerikaanse farmaceute met een doctoraat. Haar succes schrikte af of maakte haar veeleisend: ze zocht niet zozeer iemand met meer status of opleiding, maar wél iemand die meer verdiende — als indicator voor ambitie, gedeelde waarden en de mogelijkheid om op hem te kunnen bouwen.

Tja ik geloof dat vrouwen nu minder letten op opleiding. Maar dat komt ook omdat er sprake is van opleidingsinflatie, en dus is opleiding per se geen goed signaal meer. Vrouwen blijven wel degelijk zoeken naar iemand waar ze een goed en dieper gesprek mee kunnen voeren, iemand die interesse toont, nieuwsgierig is en kan reflecteren. Opleiding is geen garantie maar nog steeds een noodzakelijk maar niet voldoende signaal. Dus ik denk dat de auteur hier het kind met het badwater weggooit.


Wat je zegt komt neer op: opleiding was ooit een proxy voor iets anders — cognitief vermogen, gespreksdiepte, nieuwsgierigheid, reflectievermogen — en die onderliggende eigenschappen zijn niet verdwenen als selectiecriterium, alleen is het signaal (het diploma) verzwakt door inflatie. Dat is een heel ander verhaal dan “vrouwen geven niets meer om intellect/niveau van hun partner”, wat de platte lezing van “vrouwen zijn hypogaam qua opleiding” suggereert. Een paar dingen die dit sterker maken dan alleen intuïtie:

  • Signaling-theorie zelf voorspelt dit. Als een signaal goedkoop wordt om te verkrijgen (meer mensen halen een bachelor/master, kwaliteitsverschil tussen instellingen groeit, “wat je studeerde” telt meer dan “of je studeerde”), dan devalueert het signaal terwijl de onderliggende eigenschap waarvoor het ooit stond onveranderd blijft gezocht. Opleiding als credential en opleiding als proxy voor denkvermogen lopen dan uit elkaar — precies wat jij beschrijft.
  • Dit is meetbaar te onderscheiden van wat Scott/de studies meten. Zij kijken naar opleidingsniveau (jaren onderwijs, diploma) als variabele. Als jouw these klopt, zou je verwachten dat vrouwen bij gelijk opleidingsniveau wél sterk differentiëren op proxies voor gespreksdiepte en nieuwsgierigheid — iets wat opleidingsstatistieken per definitie niet vangen. De studies die Scott aanhaalt kunnen dus “geen opleidingshypergamie” concluderen terwijl er onder de motorkap wél een intellect/curiosity-hypergamie zit die alleen niet met het bot instrument “diploma” gemeten wordt.
  • Waar de auteur het kind met het badwater weggooit: hij concludeert “geen hypergamie op deze as” uit een nulresultaat op een grofmazige variabele, zonder te toetsen of het onderliggende construct (waar opleiding ooit voor stond) nog steeds selectief werkt via andere kanalen — gespreksvaardigheid, interesse tonen, reflectie. Dat is een verschil tussen “het signaal werkt niet meer” en “het gezochte kenmerk bestaat niet meer.”

Voor je eigen kader is dit bruikbaar: het past bij je bredere gewoonte om onderscheid te maken tussen bovenstroom (het meetbare, geïnflateerde signaal — het diploma) en onderstroom (de onderliggende, nog steeds actieve selectiedruk — denkvermogen en nieuwsgierigheid). Opleidingsinflatie is dan een tak-specifiek geval van een patroon dat je toch al kent: het oppervlak devalueert terwijl de onderliggende logica intact blijft, wat een grofmazige data-analyse laat zien als “verdwenen” terwijl het alleen van kanaal is veranderd.


Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*