813 Spreidingsweg lekker ongenuanceerd: een oplossing die simpel is en werkt
… maar nevernooitniet zal worden ingevoerd en/of goedgekeurd. Want waar gaat het om? Na het begripvolle betoog van de Volkskrant én een diepergravend rapport van SCP, ligt de vraag voor de hand hoe we die onrust en ‘foute’ perceptie van de feiten in rustiger vaarwater kunnen krijgen. Ik moet dit eigenlijk helemaal niet doen, het is me allemaal te politiek en je zegt al snel iets te veel of te weinig, of net met verkeerde klemtoon of whatever, maar ik vind het denkexperiment wel spannend om een door de molen te helen. Waarschuwing vooraf: een heerlijk simpele en ongenuanceerde oplossing die volgens mij gewoon werkt maar nooit zal worden ingevoerd.
Het is tijd voor een ongenuanceerde maar makkelijke oplossing. Spreidingswet zonder nuance, deel 2. We maken een top 10 dure wijken in Nederland. Daar komen de nieuwe azc’s met 300 plekken. Geen rekenmodellen of te duur. Het is een principe kwestie, de vluchtelingen zijn welkom en krijgen prima plekken in warme buurten.
Hoe betalen we dat dan?
Een extra heffing naar vermogen en draagkracht. We doen dan wel een Zuidas-check want we willen niet dat er een run komt op de inhuur van juristen en advocaten.
Maar dat is toch niet te controleren?
Daag me niet uit, we kijken naar plotselinge pieken in de omzet van de Zuid-as en voeren checks in op postcode-gebied en kijken een laagje verder naar de achterliggende bedrijven uiteraard.
Ja maar dat geld zit vaak in de stenen, dat hebben deze rijke buurten echt niet op de plank liggen.
Okay geen probleem, we maken arrangementen en overeenkomsten, er komt een schuldbekentenis, je betaalt in termijnen, we verrekenen bij de verkoop van het huis, volop mogelijkheden, komen we vast wel uit.
Ja maar dat is toch niet democratisch?
Ho even, we doen het wel netjes, dus er komt overleg en inspraakavonden, maar vast staat dat de azc’s er komen, het gaat alleen een beetje over de inkleuring en randvoorwaarden. Duidelijke taal, dat is nodig.
En dan?
Dan gaan we de lijst van wijken gewoon af naar beneden, dus dan komen de middenwijken aan de beurt en in the end de goedkopere wijken. We kunnen zelfs afspraken maken over wat er gebeurt met de azc’s als er geen behoefte meer is aan opvang, wellicht een buurtcentrum waarvan de wijk eigenaar wordt of er komen andere tijdelijke opvangplekken, mogelijkheden genoeg. Er wordt niet verder gebouwd en opgevangen voordat de eerste 10 dure wijken zijn gerealiseerd. Dan moet je eens kijken hoe snel de protesten en onrust afnemen, cq een andere vorm aannemen, geen borden in de lucht en varkenskoppen op de hekken, maar boze brieven en dure procedures maar bedenk de zuidas-check, de protesten nemen iig andere meer theoretische vormen aan. Wa denkte gij GDV?
Ik denk: als provocatie is dit ijzersterk, als letterlijke wet is het bewust te grof — maar juist daardoor legt het iets bloot wat honderd genuanceerde rapporten verdoezelen. Dit is eigenlijk geen spreidingswet, maar een geloofwaardigheidstest voor solidariteit: Vluchtelingen zijn welkom. Prima. Dan beginnen we op de plekken waar de meeste draagkracht, ruimte, voorzieningen, juridische kennis en politieke invloed aanwezig zijn. Niet omdat bewoners van rijke wijken persoonlijk schuldig zijn aan migratie. Wel omdat het huidige systeem voortdurend de omgekeerde selectie maakt: goedkope grond, leegstaand vastgoed, bestuurlijk zwakkere gemeenten en buurten die al veel sociale problemen dragen. Daar wordt vervolgens bij verteld dat opvang een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.
Het sterke punt: zichtbaar eerlijke lastenverdeling
De maatregel hoeft het landelijke opvangprobleem niet eens volledig op te lossen. Het belangrijkste effect is symbolisch en institutioneel. De overheid laat eindelijk iets zien wat iedereen onmiddellijk begrijpt: We vragen niet opnieuw solidariteit aan de mensen die al het vaakst moeten inschikken. Daarmee beantwoord je het perceptieprobleem niet met cijfers, maar met een zichtbare daad. Dat is waarschijnlijk veel effectiever dan uitleggen dat statushouders maar een beperkt percentage van de woningen krijgen of dat asiel maar een klein gedeelte van de totale migratie vormt. Een bewoner van een arme wijk denkt niet in landelijke percentages. Die ziet dat zijn wijk opnieuw wordt aangewezen, terwijl de villawijk verderop buiten beeld blijft. Wanneer de eerste tien locaties aantoonbaar in de duurste wijken komen, verandert het verhaal. Niet omdat iedereen het plotseling leuk vindt, maar omdat het argument van systematische afwenteling minder sterk wordt.
De Zuidas-check is het beste onderdeel
De Zuidas-check is geestig omdat hij een vertrouwd bestuurlijk instrument omdraait. Bij toeslagen, uitkeringen en kleine ondernemers vinden we het normaal om te kijken naar:
- opvallende transacties;
- omzetpieken;
- achterliggende constructies;
- feitelijke zeggenschap;
- verbonden ondernemingen;
- mogelijke ontwijking.
Maar zodra vermogende burgers via advocaten, stichtingen, vastgoedconstructies en procedures een publiek besluit proberen te vertragen, heet dat ineens een zorgvuldige rechtsgang. Jouw voorstel zegt in feite: We zijn niet tegen juridisch advies, maar we gaan ook hier letten op georganiseerde ontwijking, opgeblazen kosten en constructies achter de schermen. Als satirisch element is dat raak. De burger met een spandoek wordt snel als bedreigend of irrationeel beschreven. De welgestelde burger laat een advocaat een brief van 38 pagina’s sturen en geldt als verantwoordelijk en juridisch goed geïnformeerd. Het protest verdwijnt niet; het krijgt een net pak aan.
Maar maak van rijkdom niet letterlijk een postcodeboete (zie later)
Eén onderdeel zou ik voor de uiteindelijke versie veranderen. Laat de plaatsingsvolgorde wel door rijkdom en draagkracht bepalen, maar financier de opvang via een landelijke progressieve heffing. Een postcodeheffing klinkt lekker hard, maar roept onnodige zijpaden op:
- niet iedereen in een dure wijk is rijk;
- er wonen ook huurders;
- iemand kan een duur huis maar weinig liquide vermogen hebben;
- bewoners kunnen gaan verhuizen of bezit verschuiven;
- de opvang lijkt dan een straf voor een wijk;
- rijke buurten zouden kunnen beweren dat zij de locatie mogen afkopen.
Dat verzwakt het principe. Beter is: De rijkste buurten leveren eerst de locaties; de rijkste Nederlanders leveren relatief het meeste geld. Dat zijn twee verschillende verdelingen, die allebei op draagkracht worden gebaseerd. Het probleem van vermogen in stenen is inderdaad oplosbaar. Daar bestaan allang technieken voor:
- betaling in termijnen;
- uitstel tot verkoop;
- een fiscale claim op de woning;
- verrekening met de nalatenschap;
- een lening of schuldbekentenis;
- een vrijstelling voor aantoonbaar lage inkomens.
Bij arme mensen weten overheden voortdurend betalingsregelingen, beslagvrije voeten, vorderingen en terugbetalingsschema’s te bedenken. Het argument dat vermogende mensen hun bezit toevallig niet contant op de rekening hebben staan, hoeft dus geen eindstation te zijn.
Inspraak zonder vetorecht
Ook je formulering over democratie is sterk: Er komt inspraak, maar niet meer over de vraag óf de opvang er komt. Alleen over de manier waarop. Dat is helemaal niet zo exotisch. Bij veel publieke besluiten staat de hoofdrichting al vast. Bewoners mogen meepraten over:
- ontsluiting;
- veiligheid;
- dagbesteding;
- omvang van gebouwen;
- groen;
- beheer;
- begeleiding;
- toekomstig gebruik.
Het verschil is dat theoretisch opgeleiden inspraak vaak verwarren met het recht om een besluit net zo lang juridisch en procedureel te vertragen tot het alsnog verdwijnt. Jouw aanpak maakt duidelijk: Participatie is geen individueel vetorecht. Dat moet dan wel gepaard gaan met echte lokale invloed op de uitvoering. Anders wordt het opnieuw een ritueel avondje met flap-overs, waarna de oorspronkelijke plannen ongewijzigd doorgaan.
De tijdelijke gebouwen nalaten aan de wijk is meer dan een aardigheidje
Dit is wellicht het constructiefste onderdeel. Een opvanglocatie hoeft niet alleen een tijdelijke belasting te zijn. Spreek vooraf af wat de buurt later krijgt:
- een buurtcentrum;
- starterswoningen;
- woonruimte voor spoedzoekers;
- een huisartsenpost;
- ateliers;
- tijdelijke opvang voor dakloze gezinnen;
- onderwijs- of zorgvoorzieningen;
- grond of gebouwen in gemeenschappelijk eigendom.
Dan ontstaat een tastbare nalatenschap. De wijk weet: Wij leveren nu een bijdrage, maar verliezen niet alles zodra de landelijke organisatie vertrekt. Dat is werkelijke wederkerigheid, in plaats van een communicatiebudget, een tijdelijk wijkfeest en een telefoonnummer voor klachten.
Waar het voorstel werkelijk over gaat
Op papier gaat het over AZC’s. In werkelijkheid gaat het over de vraag: Mogen mensen met veel cultureel en politiek kapitaal hun morele voorkeuren blijven uitspreken, terwijl zij de praktische gevolgen grotendeels kunnen ontwijken? De maatregel dwingt een congruentie af tussen woorden en werkelijkheid. Wie zegt dat migratie verrijkend is, krijgt de gelegenheid die verrijking dichtbij te ervaren. Wie zegt dat de lasten eerlijk moeten worden verdeeld, kan niet automatisch zijn eigen buurt uitzonderen. Wie juridische procedures belangrijk vindt, mag procederen, maar kan niet doen alsof de inzet van dure professionele vertraging geen machtsmiddel is. Daarom vermoed ik dat je gelijk hebt dat de protesten van vorm veranderen. Geen hooibalen of varkenskoppen, maar:
- bezwaarschriften;
- natuuronderzoeken;
- parkeerberekeningen;
- monumentenstatussen;
- verkeersveiligheidsrapporten;
- procedures over stikstof;
- plotseling ontdekte vleermuizen;
- zorgen over kwetsbare kinderen;
- principiële beschouwingen over behoorlijk bestuur.
En juist dat zou uiterst leerzaam zijn. Dan wordt zichtbaar dat weerstand tegen een AZC niet uitsluitend voortkomt uit lage opleiding, vreemdelingenangst of populisme. Ook keurige, kosmopolitische en goed geïnformeerde mensen blijken ineens uitstekend in staat om hun eigen belang te verdedigen.
De versie die overeind blijft
Ik zou je ongenuanceerde oplossing tot vier regels reduceren:
1. Nieuwe grote opvanglocaties komen eerst in het rijkste deciel van Nederlandse buurten.
2. Geen nieuwe structurele locatie in een armere buurt voordat dit rijkste deciel zijn evenredige aandeel heeft geleverd.
3. De financiering komt uit een landelijke progressieve vermogens- en draagkrachtheffing, met uitgestelde betaling waar vermogen in stenen zit.
4. Na beëindiging van de opvang gaat een vooraf afgesproken deel van gebouwen en voorzieningen over naar de wijk.
Dat is simpel genoeg om te begrijpen, stevig genoeg om de dubbele moraal zichtbaar te maken en minder makkelijk af te schieten als willekeurige strafexpeditie. De kernzin voor de blog zou kunnen zijn: Wie vluchtelingen welkom heet, hoeft niet eerst een rapport te schrijven. Hij kan ook de deur van zijn eigen wijk openzetten. Of nog ongenuanceerder: Eerst de wijken met advocaten, daarna pas weer de wijken met spandoeken.
Die postcode-check heb je helemaal verkeerd begrepen, die doe je op de toegenomen omzet in de Zuidas-opdrachten
Je hebt gelijk. Ik las de postcodecheck ten onrechte als een heffing op bewoners van dure postcodes. Jij bedoelt iets veel venijnigers en interessanters: een Zuidas-check op georganiseerde juridische tegenmacht. Zodra bekend wordt dat er een AZC in een dure wijk komt, kijken we of er opvallende omzetstijgingen ontstaan bij advocaten-, advies- en communicatiekantoren:
- Uit welke postcodegebieden komen de nieuwe opdrachten?
- Worden de procedures rechtstreeks door bewoners betaald, of via wijkverenigingen, stichtingen en vastgoedvennootschappen?
- Wie zijn de uiteindelijke financiers en belanghebbenden?
- Zijn verschillende bezwaren in werkelijkheid onderdeel van één georganiseerde campagne?
- Is sprake van een plotselinge stapeling van ruimtelijke, ecologische, verkeerskundige en bestuursrechtelijke procedures rond dezelfde locatie?
Dus niet: U woont in een dure wijk en daarom controleren we u. Maar: Rond een publiek besluit ontstaat plotseling een uitzonderlijke geldstroom naar professionele obstructie. We kijken wie daarachter zit en welk belang ermee wordt verdedigd.
Dat maakt de omkering veel sterker
Bij een arme burger vinden we het heel normaal om een laagje verder te kijken. Een onverwachte storting, een afwijkend energieverbruik, samenwonen op hetzelfde adres of een betaling van een familielid kan aanleiding zijn voor onderzoek. De formele werkelijkheid is dan nooit genoeg: de overheid zoekt naar de feitelijke situatie achter de constructie. Bij vermogende bewoners gebeurt het tegenovergestelde. Zij richten een stichting op, huren advocaten in en laten deskundigen rapporten schrijven. Dan heet dezelfde georganiseerde belangenbehartiging ineens:
- rechtsbescherming;
- burgerparticipatie;
- zorgvuldige besluitvorming;
- bescherming van natuur en leefomgeving;
- principieel verzet tegen onbehoorlijk bestuur.
De Zuidas-check vraagt daarom: Wie financiert deze plotselinge principiële bezorgdheid? Niet om het recht op juridische bijstand af te schaffen, maar om zichtbaar te maken dat ook keurige procedures een vorm van klassenmacht kunnen zijn.
Het postcode-element
De postcode is in jouw constructie een herkomstsignaal van opdrachten. Stel dat na de aanwijzing van drie locaties ineens:
- de omzet van gespecialiseerde bestuursrechtkantoren stijgt;
- nieuwe stichtingen worden opgericht;
- opdrachten uit precies die betrokken postcodegebieden binnenkomen;
- vastgoedbedrijven of bewonerscollectieven de financiering verzorgen;
- vergelijkbare bezwaargronden door verschillende formeel onafhankelijke partijen worden ingediend.
Dan volgt een nadere check naar de financierings- en eigendomsstructuren. Niet alleen het eerste factuuradres bekijken, maar ook:
- de achterliggende rechtspersoon;
- verbonden ondernemingen;
- uiteindelijke belanghebbenden;
- gezamenlijke financiers;
- relaties met vastgoedeigenaren en projectontwikkelaars.
Oftewel: follow the money, zoals we dat bij vrijwel ieder ander verdacht patroon ook zeggen te doen.
Niet verbieden, wel transparant maken
Voor een enigszins serieus uitvoerbare variant zou ik niet zeggen dat de overheid zomaar vertrouwelijke communicatie tussen advocaat en cliënt mag inzien. De check richt zich op:
- openbare omzet- en sectorsignalen;
- financiering van collectieve procedures;
- opdrachtgevers en uiteindelijk belanghebbenden;
- stichtingen en juridische vehikels;
- samenloop van procedures en belangen;
- mogelijke belangenverstrengeling.
De inhoud van juridisch advies blijft beschermd. Maar de maatschappelijke organisatie en financiering van een campagne hoeven niet automatisch onzichtbaar te blijven. Dat past ook beter bij de grap: de rijke bewoners mogen volop procederen. Alleen behandelen we hun georganiseerde verzet met dezelfde achterdocht waarmee de overheid normaliter naar ingewikkelde constructies van uitkeringsgerechtigden, kleine ondernemers en toeslagenouders kijkt.
Gecorrigeerde passage
Natuurlijk mogen bewoners bezwaar maken en juridische hulp inhuren. Maar we voeren wel een Zuidas-check uit. Bij plotselinge omzetpieken van advocaten-, advies- en communicatiekantoren onderzoeken we uit welke postcodegebieden de nieuwe opdrachten komen en wie de uiteindelijke financiers zijn. Een wijkvereniging, stichting of vastgoedvennootschap is geen eindstation: we kijken een laagje verder. Niet omdat procederen verboden is, maar omdat georganiseerde professionele obstructie óók een vorm van belangenbehartiging is. Bij arme mensen noemen we zoiets al snel een constructie. Bij rijke mensen heet het rechtsbescherming. Dat verschil schaffen we af.