798 RSD #13: en nog steeds weet bijna niemand hoe ons geld wordt ‘gemaakt’
Ik probeer het kort te houden, een bericht dat langs komt, van Thomas Bollen, een mooie reminder van wat oude blogs (oa bespreking van zijn boek, maar zie ook de uitspraak van Rabo-CEO) weer even erbij te halen in deze serie over systeemdenken. De situatie is in 10 jaar niet veel verbeterd, van ‘de gewone mensen’ weet een hele kleine minderheid hoe ons geld tot stand komt, dat het de uitkomst is van een private winst-gerichte instelling. En dat ondanks vele publicaties (oa die van Bollen) die het idee dat onze banken alleen maar geld doorgeven (bewaren en uitlenen) onjuist en misleidend is. Okay, op de websites van onze banken zijn teksten schoorvoetend wat aangepast, maar niemand leest die. De truc is wellicht als we mensen omgekeerd vragen wat ze logisch zouden vinden (wenselijk achten) van ons geld(-systeem). Dan ineens is het zo klaar als een klontje: dat is een publieke taak, het is de backbone van onze maatschappij immers. Maar ja, als ik het bij een bank voor het zeggen zou hebben, dan gaan we de lobby versterken om het te houden zoals het is, werkt prachtig zo, niks meer aan doen.

Uitleg
Dit nieuwe diagram, getiteld “Waarom onwetendheid over geldschepping blijft bestaan”, legt de vinger op een klassieke maatschappelijke paradox. Thomas Bollen fileert hier een ‘systeemziekte’ die het monetaire stelsel al decennia beschermt tegen democratische verandering. Met de principes van Peter Senge en Donella Meadows in de hand, kunnen we de afbeeldingen de tekst van Bollen ontleden in vier heldere lussen.
1. R1: De Status-quo / Onwetendheidslus (Versterkend)
Dit is de primaire vicieuze cirkel die het systeem in een ijzeren greep houdt.
- De dynamiek:
Weinig publieke kennis(slechts 12% weet hoe het werkt) zorgt voorweinig politiek debat. Omdat de politiek er het zwijgen toe doet, is erweinig druk op media en onderwijsom dit basale feit uit te leggen. Dit houdt de publieke onwetendheid in stand ($+$). - Bollen’s perspectief: Het feit dat we in 2026 exact op hetzelfde percentage (12%) staan als twaalf jaar geleden in 2014, bewijst hoe hardnekkig deze lus ronddraait. Senge noemt dit de fixatie op events: we reageren op dagelijkse incidenten, maar de trage, diepe structuren (zoals het gebrek aan monetair onderwijs) zien we over het hoofd.
2. R2: De Professionele Bubbel (Versterkend, maar zwak)
Dit is een prachtig voorbeeld van wat Senge detailcomplexiteit en foutief lineair leren noemt: het idee dat ‘meer rapporten schrijven’ het probleem oplost.
- De dynamiek: Sinds centrale banken (zoals de Bank of England in 2014) papers publiceerden over hoe geldcreatie echt werkt, is er
meer kennis bij insidersontstaan. Deteksten en websites zijn iets aangepast. - Het systeemdefect: Deze informatiestroom is getekend met een zwakke stippellijn naar de massa. Het is schoorvoetend en bereikt de gewone kiezer niet.
- Bollen’s perspectief: Bollen beschrijft hoe zelfs topbestuurders in deze bubbel gevangen zitten. Rabo-econoom Wim Boonstra moest na 2008 zijn eigen bestuursvoorzitter en de CFO van ING “een lesje bankieren” geven. En in 2022 beweerde toenmalig Rabo-CEO Wiebe Draijer op camera nog steeds vol overtuiging dat zijn bank slechts een ’tussenpersoon’ was. Als de top van de piramide het al niet weet, hoe kan de informatiestroom dan ooit de bodem bereiken?
3. R3: De Lobby / Institutioneel belang (Versterkend)
Deze lus legt de werkelijke machtsstructuur bloot.
- De dynamiek: Doordat
private banken geld scheppenwanneer ze leningen verstrekken (circa 97% van het geld in omloop), hebben zij eengrote private invloedop de economie en de politiek. Dit creëert een enormbelang bij de status quo. Vanuit dat belang is erweinig nadruk op fundamentele uitleg. Dit houdt depublieke onwetendheidgroot, wat weer leidt totminder druk op banken en politiek. - Bollen’s perspectief: Bollen schrijft het ijskoud op: “De macht van het grote geld op de politiek is inmiddels groter dan de macht van de politiek op de inrichting van het geldstelsel.”
4. B1: De Verlichtende Interventie / De Omgekeerde Vraag (Balancerend)
Hoe doorbreek je een systeem dat zichzelf zo effectief afschermt? Donella Meadows stelt dat je de doelen en de informatiestroom van het systeem moet veranderen om een echte hefboom (leverage point) te vinden. Dat is precies wat de B1-lus onderin probeert te doen via de stichting Ons Geld.
- De Interventie: Vraag de burger niet alleen “hoe werkt het?”, maar stel de omgekeerde (normatieve) vraag: “Wie zou ons geld moeten creëren?”
- Het vliegwiel van de verandering: Deze vraag activeert de intuïtie van mensen. Uit het onderzoek blijkt dat 55% vindt dat een publieke instantie geld moet maken, en slechts 7% kiest voor private banken.
- De doorbraak: Dit creëert een
zichtbare kloof tussen feit (privaat) en voorkeur (publiek). Dit inzicht genereertpolitieke aandacht en veranderdruk. Die veranderdruk zet een rem (het minteken) op de grote private invloed van de banken.
De Essentie & Conclusie
Helemaal onderaan de plaat staat de belangrijkste systemische conclusie: “Mensen komen niet in actie omdat ze denken dat het systeem al publiek is ingericht. De omgekeerde vraag maakt de kloof zichtbaar — en kan de eerste rem op de status quo worden.”
Dit sluit naadloos aan bij wat Senge creative tension noemt. Zolang 88% van de mensen denkt dat de overheid het geld al beheert, is er geen spanning en dus geen energie voor verandering. Pas wanneer je de werkelijkheid (het is privaat) confronteert met de diepe wens (het moet publiek zijn), ontstaat de noodzakelijke maatschappelijke spanning om het waterwerk van ons geld te verbouwen.
Een andere (en volgens mij) betere versie van het verhaal
