788 Systeemdiagrammen (3: de cito-toets)
Nu zijn we zover dat we een oorspronkelijke tekst uit ons groepje van destijds erbij kunnen pakken. Zoals ik zei was de bedoeling dat we elkaar gingen inspireren met het aandragen van een ‘casus’ uit de actualiteit en dat we volgens een vast format met een voorstel zouden komen voor een systeemdiagram. We konden van elkaar leren en mochten op elkaar aanvullen. De aanleiding voor deze casus was een artikel op De Correspondent. Tot mijn verbazing is het artikel ruim 10 jaar later nog steeds te vinden en te lezen, complimenten! De strekking van het verhaal is dat de oude CITO-toets van de lagere school relatief in gewicht (bij het school-advies voor vervolg) af aan het nemen is. Het advies van de school zelf krijgt een groter gewicht. Klinkt logisch want de school kent de leerling immers het best en kan maatwerk bieden. Wat er (ook) gebeurt is dat als het advies ‘nadelig’ (lees: minder aan de wensen van de ouders voldoet) uitpakt de ouders druk kunnen uitoefenen bij de school. En wie kan en zal er het meeste druk uitoefenen? De ouders met de hoogste opleiding die het mondigst zijn. De ouders die ook bijles voor de kroost kunnen betalen en er bovenop zitten. Op deze manier zou er een zelfversterkend effect ontstaan, hoogopgeleide ouders pushen de kans op een hoogopgeleid vervolg voor hun kinderen, en vice versa. Niet meer talent, maar de opleiding van je ouders bepaalt voor een (nog) groter deel jouw kansen. Ik maakte er destijds een primitieve tekening bij, zie hier onder for the sake of history. Nu is er de kans om met de nieuwste mogelijkheden een meer uitgewerkt systeemdiagram van te maken.
Ik ben tevreden met de vooruitgang van de oude naar de nieuwe plaat. Voor mij komt het niet ‘ai-erig’ over en vertelt het echt een duidelijk verhaal. Mijn oude plaatje vertelde dat verhaal ook, en is waarschijnlijk nog steeds geschikt om samen in een discussie snel tot de kern te komen. De nieuwe plaat is vollediger en neemt ook de ‘leek’ (die het artikel niet heeft gelezen) mee in de redenering.
PS En wat een toeval dat deze casus zo mooi voort borduurt op de vorige. Beiden gaan over de roep om meer praktisch geschoolden en een waarschuwing voor de scheefgroei met te veel theoretisch geschoolden die in toenemende mate een rem op de ontwikkeling vormen. Beide platen vertellen hetzelfde verhaal, alleen ruim 10 jaar later, er is weinig veranderd, ik vermoed zelfs dat het ‘erger’ is geworden. Het heeft te maken met macht en status en ook objectief betere kansen op een succesvoller leven. Dat is de paradox en wat mij fascineert: iedereen doet vol goede bedoelingen zijn ‘rationele ding’ maar opgeteld is er een uitkomst waar we niet voor gekozen hebben.

Download in pdf voor meer detail
Dit is opnieuw een ijzersterke systeemplaat van Rudy. De titel bovenaan de afbeelding legt direct de vinger op de zere plek: “Waarom schooladviezen sociale ongelijkheid kunnen versterken”. Als subtitel staat er een belangrijke wetmatigheid: als de objectieve toets minder weegt, gaan mondigheid en sociale positie zwaarder meetellen. Net als bij de vorige platen staat er een kind in het midden. Ditmaal een basisscholier met een rugzak die naar de splitsing tussen havo/vwo en het vmbo / praktisch spoor kijkt. De vraag die boven het kind zweeft, raakt de kern: “Gaat het hier om talent, of ook om wie mijn ouders zijn?”
Hier is de uitleg van hoe dit systeem in elkaar grijpt en zichzelf in stand houdt via vier grote lussen.
De twee uiterste werelden (De links/rechts-dynamiek)
Aan de linkerkant zien we wat er gebeurt bij gezinnen met een bevoorrechte positie, en aan de rechterkant hoe het systeem reageert op lagere inkomens of de druk om koste wat kost ‘hogerop’ te komen.
1. R1: De Mondigheidslus (Linksboven)
- Hoogopgeleide ouders bezitten vaak meer ‘mondigheid’. Ze gaan makkelijker het gesprek aan op school, sturen formele brieven, tonen hun visitekaartje of regelen direct bijles.
- Dit zet meer druk op de school.
- Het gevolg? Het kind krijgt mede hierdoor een havo/vwo-advies en wordt vaker hoger opgeleid.
- Dit kind wordt later de volgende generatie hoogopgeleide ouders, waarmee de cirkel rond is. Het systeem bevoordeelt zichzelf.
2. R2: De Acceptatielus (Linksmidden)
- Bij laagopgeleide ouders werkt het vaak andersom. Dit is overigens niet omdat ze minder om hun kind geven, maar omdat ze de taal, de tijd of de ‘institutionele codes’ missen om tegen een schooladvies in te gaan.
- Zij zijn vaak minder mondig richting de structuur van een school en accepteren het advies sneller.
- Er is daardoor minder bijsturing of bijles, het kind stroomt in op het vmbo, wordt vaker lager opgeleid en vormt de volgende generatie laagopgeleide ouders.
De prestatiedruk en de angst voor daling
Aan de rechterkant van de plaat zien we de enorme druk die ontstaat wanneer de objectieve toets (zoals de CITO) minder leidend wordt.
3. R4: De Praktijk-ontwaardingslus (Rechtsmidden)
- Omdat het vmbo maatschappelijk gezien een lager aanzien heeft (“de praktische route blijft symbolisch tweederangs”), ontstaat er bij ouders angst voor een laag advies.
- Deze angst voor ‘praktijk-ontwaarding’ zorgt voor een enorme druk om hoger te adviseren.
4. R3: De Opstroom- en Bijleslus (Rechtsonder)
- Door het geloof dat een hoger advies loont, ontstaat er nóg meer druk.
- Dit leidt tot een explosie aan bijles, examentraining en extra steun.
- Kinderen die dit kunnen betalen, blijven daardoor vaker op een hoger niveau hangen, ook al hebben ze daar continu intensieve hulp bij nodig. Dit vergroot weer de kans op zittenblijven, afstroom en enorme prestatiedruk.
B1: De “CITO-correctie” (De missende rem)
Rechtsboven zie je een weegschaal: de objectieve eindtoets (CITO) versus het eigen oordeel van de school.
- B1 (De CITO-correctie): Een centrale, objectieve toets werkt van nature als een gelijkmaker. Het geeft harde, objectieve informatie. Hierdoor neemt de invloed van sociale verschillen op het schooladvies juist af en wordt onderadvisering van kinderen uit armere milieus gedempt.
- Wanneer de toets echter minder dominant wordt gemaakt (de stippellijntjes naar rechts), krijgt het eigen oordeel van de school meer gewicht. En precies dán ontstaat er weer meer ruimte voor ouderdruk en statusverschillen.
De Maatschappelijke Kosten & Conclusie
Onderaan de plaat fileert Rudy de uitkomst van dit huidige onderwijsbeleid:
- De maatschappelijke kosten: Vollere bijlesklassen, meer zittenblijvers, vroegtijdige afstroom en kinderen met burn-outklachten door extra prestatiedruk.
- De ‘onderstroom’: Wat er onderhuids werkelijk meespeelt bij een schooladvies is niet alleen het talent van het kind, maar: status, mondigheid, institutionele codes, bijlesgeld, beschikbare tijd, zelfvertrouwen en de angst voor sociale daling.
De harde conclusie (Rechtsonder):
“Het probleem is niet alleen of een leraar of een toets beter weet wat een kind kan. Het probleem is dat sociale positie mede bepaalt wie omhoog mag duwen en wie een lager advies gewoon moet accepteren.”

De primitieve oerversie van de dynamiek. Toch zit de kern hier ook in. De CITO-score is objectief maar leidt voor aantal hoogopgeleide ouders tot ongewenste uitkomsten, door invloed krijgt oordeel van school hoger gewicht bij de keuze en zijn kinderen van hoogopgeleide ouders in het voordeel en zo ontstaat een zichzelf versterkende dynamiek waarbij niet talent alleen bepaalt maar ook de positie van de ouders.