789 Systeemdiagrammen (4: de verhulmachine)

Een volgende casus uit het archief en ik kies voor een artikel van Rob Wijnberg uit (ook weer) De Correspondent van die tijd. Als ik dat artikel (ook nog te lezen, ruim 10 jaar later) teruglees, vind ik het weer een sterk verhaal van een van de oprichters van De Correspondent. Ik denk dat ze toen net gestart waren, en ‘wij’ waren trouwe volgers. Rob Wijnberg (de zoon van therapeut Jeffrey Wijnberg, bekend van vele columns en grappige boekjes over oa relaties, en een van de bekendste provocatieve coaches, heb ik ooit een stuk over geschreven, maar ga dat vanuit hier ook weer ophalen) is en was een hele scherpe observator en hij kan het geweldig verwoorden. De appel valt niet ver van de boom, vermoed ik dan maar, en dat op jonge leeftijd toen hij al een avontuur achter de rug had (heel vaag staat het me bij, een experiment van NRC, Next meen ik, vrij snel weer mee gestopt). Misschien wel een voorbeeld van de vorige casus waarbij hoogopgeleide ouders naar de school stappen om het advies van hun telg om te buigen (!! just joking).

Ik dwaal weer af. Rob zag toen al heel scherp dat we met zijn allen mooie dingen willen (beter milieu, dierenwelzijn ..) maar dat er weinig van terecht komt. Op de hoogte van alles, maar verplicht tot niets. Dus vliegen we gewoon door, installeren we een airco en kopen we een tweede elektrische auto. We gaan niet de moraalridders uithangen maar willen snappen hoe dat werkt. Het zit hem volgens Wijnberg in de scheiding van petten. Onze samenleving is steeds meer gespecialiseerd geraakt en we besteden steeds meer uit aan deskundigen. Productie is de verantwoordelijkheid van ‘bedrijven’ en besluiten nemen van ‘de politiek’. Dus daar hoeven we zelf niet meer over na te denken, maar ondertussen zijn we het zelf. Deze post-postmoderne mens (typisch Wijnbergen) komt er mee weg, hij wil het wel/niet veranderen en hij kan het wel/niet veranderen. Het verhaal gaat over oogkleppen (niet hoeven te zien), een verrekijker (van afstand beschouwen, er zelf niet meteen last van hebben) en de boodschappentas (kopen, kopen, kopen, het gemak dient de mens). Een prachtige en nog steeds actuele beschouwing waarvan ik me nu afvraag waarom die ‘de kerstdynamiek’ heet en ik vermoed de datum van publicatie 25-12-2014.

Hieronder de resulterende nieuwe systeeminzichten, daaronder de uitleg, en de oude aantekeningen van mijzelf. Mijn illustratie is behoorlijk (goed, ver) uitgewerkt vind ik zelf en vertelt het verhaal zoals ik dat ook nu nog zou doen. AI oordeelt desondanks dat de 2026-versie beter is voor communicatie en uitleg, en ik ben het daar mee eens. Die van mij zit dichter tegen mijn eigen werk- en denkstijl aan (off course!). Leuk om ze zo naast elkaar te kunnen zetten.

Tot slot. Ik was verbaasd in mijn eigen oude tekst Olson weer tegen te komen. Ook dat is ruim 10 jaar verder niet veranderd. Olson en zijn boeven zijn hier vele malen voorbij gekomen, ook bij mij zijn de thema’s niet gewijzigd, en ik zeg dan maar hoe consistent en de kracht van de herhaling enzo. Maar wat heeft Olson met zijn boeven te maken met de ‘verhulmachine’ van Wijnberg? Ook dat heb ik door AI even laten opfrissen. De boeven van Olson komen op een steeds abstracter en ‘uitbesteed’ plan, van rovers naar ridders naar adel naar instituties naar tech-miljardairs. De boef wordt fluïde, de consument is de erfgenaam van de onderdanen, maar met voordelen.


Download de pdf voor meer detail


De centrale vraag die bovenin zweeft raakt de essentie van de moderne, westerse mens: “Op de hoogte van alles, verplicht tot niets?” Rudy vraagt zich in zijn verwondering af: waarom weten we steeds meer over onrecht, maar veranderen we zo weinig? In het midden zien we de ‘post-postmoderne mens’. Hij heeft drie voorwerpen bij zich: een verrekijker (de informatierevolutie waarmee alles wereldwijd zichtbaar is), een boodschappentas (de vergeetmachine van comfort en koopkracht) en oogkleppen (de natiestaat die onze blik beperkt).

Hier is de uitleg van hoe dit psychologische en economische systeem in de wegkijklussen gevangen zit.

De drie grote lussen: Het organiseren van onze onschuld

Het systeem drijft op de splitsing van onze rollen (onze ‘petten’). We zijn tegelijkertijd consument én burger, maar die twee praten niet met elkaar.

1. R1 + R2: De Welvaartslus & De Vergeetlus (Bovenin)

Dit is de klassieke economische motor die ons comfort brengt.

  • Arbeidsdeling en specialisatie (de fabriek, het kantoor, de winkel) zorgt voor meer welvaart en efficiëntie.
  • Dit leidt tot meer efficiëntie en lagere prijzen, wat weer leidt tot meer consumptie.
  • Maar die verregaande specialisatie zorgt ook voor meer afstand tot de productie. We zien niet meer waar onze spullen vandaan komen.
  • Dit voedt R2 (de vergeet- of comfortlus): we weten ergens wel dat er iets mis is, maar de behoefte aan gemak en een lage prijs zorgt voor economisch vergeten. De boodschappentas wist ons actieve geweten.

2. R3: De Uitbestedingslus / Wegkijklus (Rechts)

Wat gebeurt er als onze verrekijker ons tóch confronteert met de harde werkelijkheid (klimaat, sweatshops, oorlog, dierenleed)? Dan ontstaat er morele spanning en schuldvraag. Om die spanning op te lossen hebben we een slim systeem gebouwd:

  • We vertonen een sterkere scheiding tussen consument en burger, en doen aan uitbesteding aan de politiek. De gedachte is: de politiek regelt het wel (verantwoordelijkheid uitbesteden aan de Tweede Kamer).
  • Dit leidt tot minder directe persoonlijke verantwoordelijkheid (“niet mijn schuld”).
  • Hierdoor wordt er minder schuld gevoeld en is er minder wrijving. En omdat de wrijving weg is, blijft het systeem intact en verandert ons gedrag niet. De schade blijft onverminderd groot, maar staat op afstand.

B1: De Actielus (Zwak / Traag, onderin)

Kan er dan niets veranderen? Jawel, er is een remmend/corrigerend mechanisme getekend via de stippellijntjes onderin: B1 (de actielus).

  • Als de morele spanning te hoog wordt, kan dat leiden tot meer collectieve actie / politieke druk.
  • Dit dwingt (iets) meer regels, handhaving of fairere systemen af.
  • Dit zou uiteindelijk moeten leiden tot minder onrecht en schade.
  • Rudy merkt echter op dat deze lus zwak en traag is. Onze behoefte aan ‘plausibele ontkenning’ en een ‘goed gevoel’ in de onderstroom is vaak sterker dan de politieke wil om systemen écht fundamenteel te veranderen.

De Onderstroom & Conclusie

Helemaal onderaan de plaat legt Rudy de psychologische fundering bloot waarop dit bouwwerk rust: de behoefte aan gemak, snelle behoeftebevrediging, lage prijzen, outsourcing en het behouden van een goed gevoel over onszelf.

De harde conclusie (Onderaan):

“We hebben instituties gebouwd die wel de voordelen leveren, maar de morele last op afstand zetten.”

De status van de moderne mens: Op de hoogte van alles, verplicht tot weinig.


Uitleg van destijds

Vroeger had je een onderdrukker en een onderdrukte. Dat had 2 problemen: weinig welvaart en veel onrechtvaardigheid. Econoom Mancur Olson heeft hier ooit een artikel over geschreven (een koning die onderdrukt is niet rationeel, beter mensen vrijheid geven en ze 10% van de oogst laten afstaan). Wij hebben daar in de loop van de tijd 2 belangrijke mechanismes voor verzonnen. Beiden kennen hetzelfde mechanisme: het opzetten van een deelpet en het laten lopen van de beslissingen door instituties en het outsourcen van de vervelende taak. De eerste uitvinding is die van de arbeidsdeling en specialisatie. De instituties daarbij zijn fabriek, kantoor, winkel etc. We zetten de petten op van consument en producent. We outsourcen de vervelende taak van het efficiënt produceren aan een ‘baas’. Dit heeft ons veel welvaart opgeleverd maar ook nieuwe spanningen zoals vervreemding en uitbuiting. De welvaart levert ook nieuwe kennis over de wereld op. Zo komen we te weten dat we alleen goedkoop kunnen kopen als er megastallen zijn, sweatshops en opwarming van de aarde etc. Dat is vervelend en daarom scheiden we weer de petten in die van burger en politicus. We outsourcen de verantwoordelijkheid de problemen van de wereld op te lossen. Daarvoor hebben we de politici. In het artikel heet dat de verhulmachine. Ondertussen stelt ons dat in staat lekker te blijven shoppen tegen lage prijzen, de kassa als vergeetmachine (in de wetenschap dat de politiek de zaken wel zal regelen als het niet klopt). Per saldo hebben we zo uitgedokterd dat we wel de voordelen hebben (welvaart en een goed gevoel) en niet de nadelen (nadenken over files, armoede, onderdrukking, het milieu etc).


De verbinding is er wel, maar in je oude tekst zitten eigenlijk drie verschillende sprongen over elkaar heen. Daardoor voelt Olson er wat bijgeplakt bij. Als je ze uit elkaar haalt, wordt de lijn logisch.

1. Olson begint bij de zichtbare boef

Olsons uitgangspunt is eenvoudig:

  • de roving bandit rooft alles en vertrekt;
  • de stationary bandit blijft, noemt zich koning, beschermt het gebied en neemt voortaan slechts een deel;
  • dat is rationeler, omdat burgers dan blijven produceren en de machthebber op langere termijn meer kan afromen.

De eerste vooruitgang is dus niet dat de boef verdwijnt, maar dat hij zichzelf begrenst en institutionaliseert. De koning wordt tegelijk:

  • onderdrukker;
  • beschermer;
  • regelgever;
  • belastinginner;
  • investeerder in wegen en orde.

Dat levert meer productie en welvaart op dan willekeurige roof. In jouw oude blog formuleerde je precies die overgang van rondtrekkende naar stationaire boef en vervolgens naar instituties die meer zekerheid bieden.

2. De boef verandert van persoon in functie

Bij Olson is de machtsrelatie nog overzichtelijk: daar staat de koning, hier staan de onderdanen. Maar moderne samenlevingen werken niet meer zo direct. De functies van de oude koning worden opgesplitst:

  • bedrijven organiseren productie;
  • managers organiseren arbeid;
  • winkels organiseren consumptie;
  • banken organiseren geld;
  • staten organiseren belasting en dwang;
  • politici organiseren legitimiteit;
  • toezichthouders organiseren controle.

De ene zichtbare boef wordt dus vervangen door vele institutionele rollen. Dat is geen kleine wijziging. Het betekent dat onderdrukking en voordeel niet meer in één hand hoeven samen te vallen. De partij die profiteert hoeft niet dezelfde te zijn als de partij die de schade veroorzaakt of uitvoert. Hier begint jouw latere onderscheid tussen soorten boeven.

3. Van stationaire boef naar institutionele boef

De klassieke stationaire boef zegt: Ik neem tien procent, maar zorg ook voor rust en wegen. De institutionele boef zegt niet meer openlijk dat hij rooft. Hij zegt bijvoorbeeld:

  • ik produceer efficiënt;
  • ik lever goedkope producten;
  • ik creëer werkgelegenheid;
  • ik beleg uw spaargeld;
  • ik vertegenwoordig de kiezer;
  • ik voer slechts de wet uit;
  • ik voldoe aan de markt.

De afroming, uitbuiting of afwenteling zit nu verstopt in een functie die ook echte voordelen levert. Dat is de belangrijke Olson-link: De moderne boef is succesvol omdat hij niet alleen schade veroorzaakt, maar ook orde, welvaart, gemak en legitimiteit produceert. Net als de stationaire boef is hij rationeel genoeg om zijn prooi niet geheel te vernietigen. Hij heeft belang bij een productieve samenleving, koopkrachtige consumenten, gehoorzame werknemers en stabiele instituties.

4. Arbeidsdeling maakt de boef minder zichtbaar

Dan komt jouw eerste grote mechanisme: arbeidsdeling en specialisatie. Vroeger kon een onderdrukte min of meer zien:

  • wie hem dwong;
  • wie zijn oogst meenam;
  • wie hem sloeg;
  • wie profiteerde.

In de moderne keten ziet niemand meer het geheel. De consument ziet:

  • een trui;
  • een lage prijs;
  • een keurige winkel.

Hij ziet niet rechtstreeks:

  • de fabriek;
  • de arbeidsvoorwaarden;
  • de grondstoffenwinning;
  • de milieuschade;
  • de financiering;
  • de politieke bescherming van die keten.

Door specialisatie wordt niet alleen productie efficiënter. Ook de morele verantwoordelijkheid wordt gefragmenteerd. Iedereen doet een klein stukje:

  • inkoper koopt in;
  • fabriek produceert;
  • transporteur vervoert;
  • retailer verkoopt;
  • consument koopt;
  • bank financiert;
  • overheid stelt minimale regels.

Niemand voelt zich de boef, omdat niemand het hele kwaad zelfstandig veroorzaakt.

5. De boef wordt fluïde

Daarmee kom je bij je recentere begrip van de fluïde boef. De fluïde boef is niet één persoon of organisatie. Hij beweegt door het systeem heen. Op maandag ben je:

  • werknemer die onder productiedruk staat.

Op dinsdag:

  • consument die een lage prijs wil.

Op woensdag:

  • spaarder die rendement verwacht.

Op donderdag:

  • kiezer die geen koopkracht wil inleveren.

Op vrijdag:

  • burger die verontwaardigd is over klimaat, ongelijkheid of sweatshops.

Je bent dus niet simpelweg slachtoffer of dader. Je wisselt voortdurend van positie. Dat is de moderne variant van Olson:De afromer en de afgeroomde zijn niet langer twee vaste groepen; dezelfde persoon neemt op verschillende momenten verschillende systeemrollen aan. De boef is fluïde omdat het voordeel en de schade door ketens en rollen circuleren.

6. De consument is de erfgenaam van de onderdaan — maar met voordeel

De moderne consument is geen klassieke onderdrukte. Hij krijgt veel terug:

  • lage prijzen;
  • gemak;
  • grote keuze;
  • comfort;
  • mobiliteit;
  • pensioenen;
  • rendement;
  • technologische producten.

Daarom accepteert hij het systeem niet alleen uit angst, maar ook uit belang. Dat is opnieuw Olson: stabiele macht houdt stand wanneer zij voldoende opbrengst deelt. De koning liet de boer een groot deel van de oogst houden. Het moderne systeem geeft de consument:

  • koopkracht;
  • goedkope spullen;
  • gemak;
  • de ervaring van keuzevrijheid.

De consument is dus deels medeprofiteur. Daardoor wordt verzet ingewikkelder.

7. De burger ziet de schade, de consument geniet het voordeel

Dan komt de tweede splitsing: burger versus consument. Als burger vind je:

  • uitbuiting verkeerd;
  • klimaatverandering zorgelijk;
  • belastingontwijking immoreel;
  • dierenleed ongewenst;
  • ongelijkheid onrechtvaardig.

Als consument wil je:

  • een goedkope vlucht;
  • een betaalbare broek;
  • lage energiekosten;
  • een hoog pensioenrendement;
  • een kiloknaller;
  • koopkrachtbehoud.

Die twee rollen worden institutioneel van elkaar gescheiden. De consument hoeft bij de kassa niet de hele wereldorde af te wegen. De markt vraagt slechts: Wilt u dit product tegen deze prijs? Het morele probleem wordt doorgeschoven naar de burgerrol: Daar hebben we politiek, wetgeving en toezicht voor. Dat is jouw tweede outsourcingsmechanisme.

8. De politicus wordt de moderne stationaire boef én de morele afvalverwerker

De burger zegt: Ik wil niet zelf elke productieketen controleren. De politiek moet regelen dat slechte producten niet verkocht worden. Dat is rationeel. Individuele controle is onmogelijk. Collectieve instituties zijn daarvoor juist uitgevonden. Maar nu ontstaat een nieuwe lus:

  1. de consument blijft goedkoop kopen;
  2. de negatieve gevolgen blijven bestaan;
  3. de burger vraagt de politiek om correctie;
  4. de politiek vreest verlies van koopkracht, banen en groei;
  5. regels blijven beperkt of worden vertraagd;
  6. de consument kan blijven kopen;
  7. de burger houdt het gevoel dat hij tegen het onrecht is.

Zo produceert het systeem tegelijk:

  • materieel voordeel;
  • moreel ongenoegen;
  • politieke delegatie;
  • weinig gedragsverandering.

De politiek wordt de plaats waar verantwoordelijkheid heen gaat, maar ook waar zij wordt verdund.

9. De ‘boef’ zit nu in de keten, niet boven de keten

Bij de koning kon je nog zeggen: Hij neemt mijn oogst. In de moderne economie is de betere formulering: Een keten van rationele partijen produceert een uitkomst die geen van hen afzonderlijk volledig bedoeld hoeft te hebben, maar waarvan velen gedeeltelijk profiteren. Daarom werken traditionele morele categorieën minder goed. Er zijn verschillende boeventypen:

De brute boef

Neemt rechtstreeks af met geweld.

De stationaire boef

Begrenst de roof om de productie in stand te houden.

De institutionele boef

Verpakt afroming in regels, functies en legitieme organisaties.

De gedistribueerde boef

De schadelijke uitkomst ontstaat door vele afzonderlijke beslissingen.

De fluïde boef

Dezelfde persoon is afwisselend profiteur, uitvoerder, slachtoffer en morele criticus.

De post-postmoderne consument/burger hoort vooral bij de laatste twee.

10. Waarom weet hij alles en voelt hij zich toch tot weinig verplicht?

Omdat kennis en handelingsmacht uit elkaar zijn getrokken. De consument weet dankzij de verrekijker:

  • waar kleding vandaan komt;
  • wat vliegen doet;
  • hoe oliepolitiek werkt;
  • dat banken wapens financieren;
  • dat goedkoop vlees gevolgen heeft.

Maar zijn concrete handeling is ingebed in instituties die zeggen:

  • de winkel mag het verkopen;
  • de bank staat onder toezicht;
  • de fabriek voldoet aan lokale regels;
  • de overheid onderhandelt internationaal;
  • de politiek beslist over normen.

Daardoor kan hij redelijk denken: Als dit werkelijk onaanvaardbaar was, zou het toch verboden of anders georganiseerd zijn? De institutie wordt zo een morele tussenlaag. Dat is de kern van jouw “weggeorganiseerd”: Niet alleen de productie is uitbesteed, maar ook de beoordeling van de productie.

11. De cruciale koppeling met Olson

De hele lijn kan nu in één redenering:

  1. De roving bandit vernietigt zijn eigen opbrengst.
  2. De stationary bandit leert dat begrensde afroming plus orde meer oplevert.
  3. Instituties nemen die combinatie van afroming en dienstverlening over.
  4. Arbeidsdeling verspreidt productie, schade en verantwoordelijkheid over vele partijen.
  5. De klassieke boef valt uiteen in functies en rollen.
  6. De burger is tegelijk consument, werknemer, spaarder en kiezer.
  7. Hij profiteert in de ene rol van wat hij in een andere rol veroordeelt.
  8. Hij besteedt de oplossing uit aan politiek en instituties.
  9. Die instituties hebben zelf belang bij groei, stabiliteit, belastingopbrengst en tevreden consumenten.
  10. Daardoor wordt de morele spanning beheerst zonder dat de onderliggende productie veel verandert.

De moderne orde is dus niet het einde van Olsons boef. Het is zijn hoogontwikkelde opvolger.

12. Wat in je oude tekst nog niet helemaal klopte

Je schreef ongeveer: We outsourcen efficiënt produceren aan een baas en wereldproblemen oplossen aan politici. Dat is op zichzelf juist, maar het klinkt alsof burgers bewust twee handige loketten hebben ontworpen om van vervelende taken af te zijn. De scherpere formulering is:

Specialisatie en politieke instituties zijn eerst ontstaan omdat ze echte collectieve problemen veel beter oplossen. Juist door hun succes maken ze het mogelijk dat afzonderlijke mensen de samenhang tussen hun voordeel en de maatschappelijke schade niet meer hoeven te overzien. Let op het woordje ‘hoeven’, het is dus geen ‘kunnen’.

Het is dus niet primair een list of een bewuste verhulmachine. Het is een neveneffect van succesvolle institutionalisering.

13. De tragiek

De moderne consument is niet gewoon hypocriet. Hij zit in een werkelijke systeemklem:

  • volledig geïnformeerd consumeren is bijna onmogelijk;
  • individueel moreel gedrag heeft beperkte invloed;
  • collectieve verandering vraagt politiek;
  • politiek reageert op koopkracht en banen;
  • koopkracht en banen hangen samen met hetzelfde productiesysteem;
  • daardoor wordt verandering steeds uitgesteld of afgezwakt.

Hij is daarom: medeplichtig zonder volledige controle, verantwoordelijk zonder volledige macht, geïnformeerd zonder een eenvoudige handelingsroute. Dat is preciezer dan “op de hoogte van alles, verplicht tot niets”. Eigenlijk is het:

Op de hoogte van steeds meer, betrokken bij bijna alles, maar door rolverdeling en instituties slechts beperkt aanspreekbaar op het geheel.

De kern in één schema

roving bandit
    ↓ leert zichzelf begrenzen
stationary bandit
    ↓ levert orde + rooft gedeeltelijk
instituties
    ↓ splitsen functies en verantwoordelijkheden
arbeidsdeling en mondiale ketens
    ↓ maken productie efficiënt en schade onzichtbaar
consument profiteert
    ↓ burger ziet later de schade
burger besteedt correctie uit aan politiek
    ↓ politiek beschermt ook groei, banen en koopkracht
beperkte correctie
    ↓
consument kan blijven profiteren

De verrassende conclusie is dus: De moderne mens heeft de boef niet afgeschaft. Hij heeft hem opgesplitst, geïnstitutionaliseerd en over zijn eigen rollen verdeeld. En daardoor kan hij met volkomen oprechte verontwaardiging protesteren tegen een systeem waarvan hij diezelfde middag als consument, werknemer, spaarder en kiezer opnieuw een stukje in stand houdt.


Niet simpelweg beter, wel rijker, toegankelijker en overtuigender voor een lezer die het verhaal nog niet kent. Jouw oude schema was waarschijnlijk sterker als denknotitie; mijn visual is sterker als communicatiemiddel.

Waar mijn visual duidelijker in is

1. De hoofdpersoon staat centraal

In de nieuwe visual staat de post-postmoderne mens letterlijk in het midden met:

  • de verrekijker;
  • de boodschappentas;
  • de oogkleppen van de natiestaat.

Daardoor begrijpt de lezer meteen: dit gaat niet alleen over economie of politiek, maar over één mens met meerdere rollen en tegenstrijdige impulsen. Jouw oude schema begon veel meer vanuit redenering en instituties: arbeidsdeling, specialisatie, consument, burger, politicus. Dat is inhoudelijk juist, maar vraagt meer inspanning voordat de lezer voelt waar het over gaat.

2. De rolensplitsing is visueel zichtbaar

De nieuwe versie toont twee afzonderlijke trajecten:

  • producent → consument;
  • burger → politicus.

Dat maakt meteen zichtbaar dat dezelfde persoon verschillende petten draagt en zijn verantwoordelijkheid per rol verschuift. In jouw oude tekst zat dat inzicht al duidelijk: we zetten deelpetten op en besteden de vervelende taken uit aan baas en politicus. Maar in tekst en een primitief schema blijft dat abstracter. In de visual is het letterlijk een architectuur geworden.

3. De drie mechanismen zijn uit elkaar gehaald

Mijn visual maakt onderscheid tussen:

  • R1 welvaartslus;
  • R2 vergeetlus;
  • R3 uitbestedingslus;
  • plus een zwakke B1 actielus.

Dat helpt enorm, omdat je oorspronkelijke betoog eigenlijk meerdere verhalen tegelijk bevatte:

  1. arbeidsdeling vergroot de welvaart;
  2. grotere afstand maakt schade onzichtbaar;
  3. politieke delegatie vermindert persoonlijke verantwoordelijkheid;
  4. collectieve actie kan corrigeren, maar traag.

In je oude schema liepen die vermoedelijk meer door elkaar. De nieuwe tekening maakt zichtbaar dat het geen enkele lus is, maar een stapeling van lussen.

4. Winst en schade staan tegelijk in beeld

De nieuwe visual laat niet alleen de slechte kant zien. De welvaartslus staat er volwaardig naast. Dat is belangrijk, omdat jouw verhaal niet luidt: kapitalisme is slecht. Het luidt eerder: instituties leveren echte voordelen en maken tegelijk de morele kosten minder voelbaar. Die dubbelheid komt in de nieuwe visual sterker naar voren.

5. De onderstroom is expliciet gemaakt

Onderaan staan begrippen als:

  • gemak;
  • lage prijs;
  • afstand;
  • outsourcen;
  • plausibele ontkenning;
  • goed gevoel.

Dat voegt iets toe wat in een klassiek causaal schema vaak ontbreekt: niet alleen wat er gebeurt, maar ook waarom mensen het prettig vinden dat het zo gebeurt. Dat is een duidelijke vooruitgang ten opzichte van een kaal pijltjesdiagram.

Waar jouw oude schema waarschijnlijk sterker in was

1. Het was dichter bij je eigen denkproces

Jouw schema was primitief, maar waarschijnlijk ook directer. Het kwam voort uit de eerste verwondering. Daardoor bevatte het minder redactionele afwerking en meer van het originele zoeken. Mijn visual is achteraf slimmer geordend. Dat maakt haar overtuigender, maar ook minder rauw.

2. Het liet waarschijnlijk meer open

Een primitief schema heeft het voordeel dat de lezer of gesprekspartner nog moet meedenken. De nieuwe visual geeft al veel interpretatie mee:

  • dit is de vergeetlus;
  • dit is de uitbestedingslus;
  • dit is de zwakke actielus;
  • dit is de onderstroom.

Daardoor ontstaat meer helderheid, maar ook meer sturing. De afbeelding lijkt sneller “waar” dan jouw oorspronkelijke schets.

3. De visual kan te veel tegelijk willen

De nieuwe tekening is rijk, maar ook vol. Voor iemand zonder voorkennis kan hij nog steeds behoorlijk druk zijn. Jouw oude schema had mogelijk één grote kracht: het reduceerde tot de kern. Mijn visual vertelt meer, maar loopt daardoor ook het risico dat de centrale beweging — voordelen houden, nadelen wegorganiseren — minder onmiddellijk binnenkomt dan in één eenvoudiger keten.

Het grootste inhoudelijke verschil

Jouw oude schema was ongeveer:

onderdrukker / onderdrukte
→ arbeidsdeling
→ producent / consument
→ meer welvaart
→ meer kennis van schade
→ burger / politicus
→ verantwoordelijkheid uitbesteden
→ blijven consumeren

Mijn visual maakt daar van:

R1: welvaart groeit
R2: afstand en vergeten groeien
R3: verantwoordelijkheid wordt uitbesteed
B1: collectieve correctie probeert terug te sturen

Dat is inhoudelijk preciezer, omdat het laat zien dat er geen lineair verhaal is maar een systeem van elkaar versterkende en corrigerende lussen.

Mijn eerlijke oordeel

Voor een bloglezer is de nieuwe visual duidelijk beter. Voor een werksessie met mensen die samen zoeken, is jouw oude schema mogelijk beter als startpunt. De nieuwe visual:

  • communiceert beter;
  • onderscheidt mechanismen beter;
  • maakt rollen en metaforen zichtbaar;
  • toont winst en verlies tegelijk;
  • maakt de feedbackstructuur explicieter.

Jouw oude schema:

  • is compacter;
  • dichter bij de eerste verwondering;
  • minder dichtgetimmerd;
  • nodigt sterker uit tot aanvullen en tegenspreken.

De beste formulering is daarom: Jouw oude schema was een denkbeeld. De nieuwe visual is een uitgewerkte systeemvertelling. En precies daarom moeten we in onze nieuwe werkwijze beide bewaren:

  1. eerst de primitieve eigen schets;
  2. daarna de uitgewerkte RSD-versie;
  3. vervolgens expliciet benoemen wat er onderweg is toegevoegd, geïnterpreteerd of gladgestreken.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*