787 Systeemdiagrammen (2: meer praktisch geschoolden?)

En weer zoals dat gaat: krijg ik vandaag een bericht van mijn favoriet Jona van Loenen in de bus. Op een of andere manier raakt hij altijd ergens een snaar bij mij, en voel ik de behoefte om aan zijn betoog iets toe te voegen (uiteraard omdat ik vind dat hij ergens ook de kern mist, maar waarschijnlijk ziet hij die ook maar besluit hij om het simpel te houden en zo loop ik in mijn eigen zwaard en krijg ik de functie van onbedoeld ingewikkeld-maker met alle gevolgen van dien). Zijn substack van vandaag beweert dat we geen huizen meer kunnen bouwen (en meer problemen) omdat er een heel leger aan hoogopgeleide beslissers is met regels en een tekort aan mensen die het werk moeten doen (de praktisch geschoolden, mensen met een vak zeg maar).

Helemaal mee eens, een bekend thema, zie Engelen, van Dijk en mijzelf, op vele plaatsen besproken. De oplossing van Jona is om beleidsmatig te gaan sturen op meer praktisch geschoolden. Zorg dat ze meer gaan verdienen, beperk het aantal instromers op universiteiten en ga zo maar door. Natuurlijk een logische gedachte weer. Maar … en nu zijn we bij het onderwerp … dit is nu precies zo’n fraaie casus waarbij we de systeemdiagrammen kunnen gaan toepassen. Het fietst er weer tussendoor, want ik zou de oude casussen van Guus/Stijn/Rudy gaan oppoetsen, maar ala de actualiteit moet ook een plek krijgen en het past.

Het is weer gelukt, een fraaie plaat. Ik zal hieronder ook wat van mijn prompts laten zien. En ik zeg er weer bij: het wordt steeds lastiger om AI mijn strakkere richting in te krijgen vanwege de ingebouwde nuance-filters. Ik heb het weten af te dwingen door mijn andere stokpaardje erin te fietsen: ik wil redeneren vanuit een model met aannames, en ik doe een aantal aannames, die moet je gewoon overnemen, daar kun je het mee oneens zijn, welnu dan verander je die aannames en krijg je andere uitkomsten. Ik wil niet op voorhand al nuanceren en de boodschap verloren laten gaan. We doen het voor de discussie en om de zaak helder(der) te krijgen. Eerst de plaat dan maar, daarna de opbouw en totstandkoming.

Bekijk de pdf van deze visual hier voor meer details En let op de spelfout(en)!


In de afbeelding zien we een prachtige nieuwe systeemplaat van Rudy. De titel vat de kern meteen samen: “Waarom Nederland niet vanzelf meer vakmensen krijgt”, met als harde conclusie daaronder: praten over werk wordt meer beloond dan het werk zelf doen. Dit diagram gebruikt opnieuw de principes van systeemdynamica (met de $+$ en $-$ tekentjes), maar nu om een maatschappelijk probleem bloot te leggen. Voor een leek legt deze plaat pijnlijk helder uit waarom alle overheidscampagnes om “meer handjes aan het bed of in de techniek” te krijgen, vaak mislukken. Hier is hoe je deze plaat stap voor stap kunt lezen.

De basis: De splitsing van de jongere

In het midden staat een jongere met een rugzak voor een T-splitsing.

  • Linksaf: De route van Theorie & Besturen (Universiteit, beleidsmaker, adviseur). Dit belooft comfort, status, invloed en een ‘schoner’ werkterrein.
  • Rechtsaf: De route van Maken & Aanpakken (Vakmensen zoals loodgieters, bouwers). Dit werk wordt geassocieerd met zwaar, vuil en fysiek werk, minder aanzien en lichamelijke slijtage.

De gedachte van de jongere is cruciaal: “Ik kies niet alleen een opleiding, ik kies een plek in de maatschappij.” Jongeren kiezen hierin volkomen rationeel: ze wegen de ‘onderstroom’ mee (onderaan de plaat): comfort, status, macht, gezondheid en zekerheid.

De drie versterkende lussen (Waarom het probleem zichzelf in stand houdt)

Het systeem zit vast in drie vicieuze cirkels. Een + betekent hier: “zorgt voor nóg meer van hetzelfde”.

1. R1: De Statuslus (Linksboven)

  • Als meer jongeren en ouders kiezen voor de theoretische route, komen er meer hoogopgeleiden in de bestuurlijke en kennislaag.
  • Die laag geeft logischerwijs meer institutionele macht en status aan theorie.
  • Dat leidt tot meer beloning voor de theoretische route (hogere salarissen, mooiere carrières).
  • En dát zorgt er weer voor dat de volgende generatie nóg vaker voor theorie kiest. De theoretische route trekt zichzelf constant omhoog.

2. R3: De Machtslus (Rechtsboven)

  • Doordat hoogopgeleiden het beleid bepalen, verandert het beleid de eigen rangorde en positie nauwelijks.
  • De comfort, status en beslissingsmacht blijven daardoor ongelijk verdeeld in het voordeel van de denkers.
  • Hierdoor blijft praktisch werk relatief minder aantrekkelijk, wat zorgt voor minder instroom in vakopleidingen.
  • Het tekort aan vakmensen stijgt, waardoor er nóg meer hoogopgeleiden nodig zijn om die tekorten te ‘managen’ en te managen. De praters houden zichzelf aan het werk.

3. R2: De Tekort-lus / Beleidslus (Rechtsonder)

Wat doet de overheid als er tekorten zijn? Die schiet in de reflex van plannen maken.

  • Meer tekorten aan vakmensen leidt tot meer plannen, subsidies, campagnes en nota’s (zie het getekende clubje mensen aan de vergadertafel: “overleggen over overleggen” en “rapporteren over je rapporten”).
  • Dit zorgt voor een groei van de schil rondom het werk (organisatie, beleid, advies, inspectie).
  • Het systeem rond werk groeit dus (meer praten dan doen), waardoor de aantrekkelijkheid en status van theorie hoog blijft, en de directe groei van vakmensen uitblijft.

Waarom lossen gewone plannen dit niet op?

Linksonderin staat de “B1: Actielus (zwak)”. Dit is de poging tot een oplossing, zoals een gratis techniekopleiding.

  • Het idee is: betere lonen en status –> praktisch werk aantrekkelijker –> meer instroom –> minder tekorten.
  • Maar deze lus is zwak getekend (met stippellijntjes). Waarom? Omdat de echte ‘machtsvraag’ (het grote kader in het midden) wordt ontweken.

De Machtsvraag: “Wie moet inkomen, comfort, status en beslissingsmacht inleveren om praktisch werk écht aantrekkelijker te maken?” Omdat dit politiek heel lastig is (“wie levert in?”), blijft men liever subsidies en campagnes inzetten, wat de boel niet écht opschudt.

De essentie in één zin

Helemaal rechtsonder staat de harde conclusie van de plaat: Het probleem is niet dat Nederland te hoog is opgeleid. Het probleem is dat de samenleving praten over het werk meer beloont dan het werk zelf doen. Zonder een fundamentele verschuiving in loon, status en macht, zullen de tekorten aan vakmensen altijd blijven terugkomen.


Analyseer dit stuk met mijn blogs en visie als referentie. Hint: de man heeft gelijk, dat roep ik ook al decennia. En de tip is ook logisch, laat mensen andere opleidingen doen. Maar als econoom is hij naïef en hij weet het. Een baan kiezen is afhankelijk van beloning en status. Een bouwvakker verdient niet evenveel, leeft minder comfortabel en heeft vooral geen status. Ik kan ook een link leggen met de relatiemarkt waar vele experimenten bewijzen dat vrouwen kiezen voor andere beroepen met meer status. Gaat dat zomaar veranderen, meer loon, meer status? Dan het harde werken en de fysieke ongemakken. Willen de verwende mensen van nu met hun frappoccino’s dat? Tenslotte, en het belangrijkste punt, macht en mogelijkheid tot beslissen over de pot geld. Gaat de kamer dan ook meer bestaan uit loodgieters cq gaan de doctorandussen dan beleid formuleren die van hun eigen welbevinden afleidt? Hoogopgeleid betekent ook meer macht, dichter bij de pot zitten en leren hoe je ‘politiek praat’ wat weer nodig is om in die arena te overleven.


Kun je dit verhaal korter en minder genuanceerd en afgetopt maken? Ik wil de kern van MIJN betoog en niet alle AI-nuances, maak er desnoods een noot bij met die nuanceringen voor de fijnproever, het wordt te lang en complex en de boodschap gaat verloren. En focus op de achterliggende dynamieken. Natuurlijk is het niet zo dat een vrouw niet voor een bouwvakker kiest, dat zullen ze zelf nooit toegeven, het ligt veel complexer op onbewust en evolutionair niveau, maar bewaar dat voor de noten.


Ik hoef ook geen uitgewerkte praattekst, maak strak in een soort van redenering met aannames (die je mag bekritiseren, maar dat is de kern van een model, je maakt aannames en redeneert verder, aannames kun je later veranderen en je krijgt andere uitkomsten, dat mag de lezer dan doen).


Model: waarom Nederland niet vanzelf meer vakmensen krijgt

Aannames

1. Mensen kiezen niet alleen een opleiding, maar een maatschappelijke positie.
Bij die keuze tellen inkomen, comfort, status, gezondheid, partnerkansen, zekerheid en invloed mee.

2. Theoretisch werk levert gemiddeld meer van die voordelen op.
Het is lichamelijk lichter, biedt vaker autonomie, betere doorgroeikansen en toegang tot bestuurlijke functies.

3. Praktisch werk heeft structurele nadelen.
Het is vaker zwaar, vuil, onregelmatig, fysiek slijtend en afhankelijk van beslissingen die elders worden genomen.

4. Status volgt niet automatisch uit schaarste.
Een schaarse loodgieter kan goed verdienen en toch minder aanzien en institutionele macht hebben dan een beleidsadviseur.

5. Opleiding is ook een toegangsbewijs tot macht.
Wie de beleidstaal, diploma’s en bestuurlijke codes beheerst, komt dichter bij de verdeling van geld, functies en regelgeving.

6. De groep die het beleid bepaalt, profiteert zelf van deze rangorde.
Hoogopgeleiden moeten dus beleid maken dat hun eigen positie relatief minder aantrekkelijk en minder machtig maakt.

Dynamiek

  1. De samenleving beloont theoretische opleiding met meer comfort, aanzien en invloed.
  2. Jongeren en ouders reageren rationeel en kiezen zo veel mogelijk voor die route.
  3. Daardoor groeit het aantal mensen dat organiseert, adviseert, controleert en beleid maakt.
  4. Het aantal mensen dat uitvoerend en fysiek werk wil doen, blijft achter.
  5. Vervolgens ontstaan tekorten aan bouwvakkers, installateurs, technici en andere vakmensen.
  6. De hoogopgeleide bestuurlijke laag reageert daarop met nieuwe plannen, subsidies, campagnes en opleidingen.
  7. Daarmee groeit opnieuw vooral het systeem rond het werk, niet noodzakelijk het aantal mensen dat het werk doet.

Waarom Van Loenens oplossing tekortschiet

Technische opleidingen gratis maken verandert slechts één prikkel: de prijs van de opleiding. Maar de echte afweging gaat over een hele levensloop:

  • binnen of buiten werken;
  • schoon of vuil werk;
  • lichamelijke slijtage of kantoorcomfort;
  • uitvoeren of beslissen;
  • onderaan of bovenaan de institutionele rangorde;
  • beoordeeld worden of zelf beoordelen.

Zolang die verhouding niet verandert, blijft de aantrekkingskracht van theoretische opleidingen bestaan.

De machtsvraag

De centrale vraag is daarom niet: Hoe krijgen we meer jongeren naar een praktische opleiding? Maar: Wie moet inkomen, comfort, status en beslissingsmacht inleveren om praktisch werk werkelijk aantrekkelijker en gelijkwaardiger te maken? Daar zit het probleem. De mensen die daarover moeten beslissen, zijn grotendeels zelf hoogopgeleid, beheersen de politieke taal en zitten dicht bij de verdeling van het geld. Zij moeten dus een beleid ontwerpen dat hun eigen positie relatief verzwakt. Dat is veel onwaarschijnlijker dan een campagne waarin wordt gezegd dat vakmensen belangrijk zijn.

Uitkomst van het model

Zonder verandering van loon, status, arbeidsomstandigheden en macht zal Nederland niet wezenlijk meer praktisch opgeleiden krijgen. We kunnen jongeren wel vertellen dat we loodgieters nodig hebben, maar zij zien zelf ook wie de leiding repareert en wie bepaalt hoeveel geld daarvoor beschikbaar is.

Het probleem is niet dat Nederland te hoog is opgeleid. Het probleem is dat de samenleving praten over het werk meer beloont dan het werk zelf doen.

Noot voor de fijnproever

De aannames zijn gemiddelden, geen uitspraken over ieder individu. Niet iedere theoretische baan is comfortabel, niet iedere vakman heeft weinig status en partnerkeuze verloopt niet via een bewuste beroepenranglijst. Inkomen, opleiding, uitstraling, sociale kring en status werken gezamenlijk en vaak onbewust door. Wie een van deze aannames verwerpt, kan het model aanpassen en bekijken of de uitkomst verandert. (AI-nuance-machine in actie!)


UPDATE 19-07-2026

Ik stuurde deze plaat door naar Jeanette van Dijk die er niet helemaal mee eens was (cq dingen miste, zeg ik dan maar). Ze schreef me het volgende:

Waar ik afwijk is dat Nederland wel te hoog is opgeleid en daarmee bedoel ik te theoretisch. De kwaliteit van dat theoretische onderwijs is natuurlijk ook extreem gedaald, wat mbo vroeger gewoon mocht uitvoeren, heb je nu een hbo studie voor nodig en dat stuwt omhoog. Wat denk ik ook beter uitgewerkt kan worden, is dat als een jongere kan kiezen tussen een ‘desk job’ en een ‘dirty job’, veruit de meesten zullen kiezen voor de ‘desk job’. Niet alleen omdat het beter zou betalen, maar je hoeft ook niet zo hard te werken. Het moeite willen doen, cq. een inzet- en motivatiedrang is tegenwoordig vrijwel afwezig, vooral bij de jongens die het gros van het praktische werk op zich zouden moeten nemen. Ik mis ook de aanname hoe ‘hoogogeleid’ nog steeds aankijkt tegen praktisch opgeleid. Ik sprak onlangs een jonge biologie MBO-er die op praktijkstage werd aangesproken door de vakdocent van het HBO met ‘jullie mogen er ook zijn hoor!’. Alle mooie woorden dat MBO’ers tegenwoordig studenten moeten heten, droop de morele superioriteit eraf. Ik heb smakelijk met de MBO-er gelachen dat zij in het veld juist veel beter zijn dan hun HBO-collega’s en ook meer carrièrekansen hebben. Maar veel jongeren zijn statusgevoelig en zolang ouders/docenten blijven volhouden hoger = beter, zullen die daar ook door gestuurd worden.

Ik meende dat een flink deel hiervan al in de plaat zat, maar blijkbaar kan het beter en vollediger. Dus ik maak gewoon een v0.2 van de plaat, why not! Nou wil het toeval (dat altijd maar weer, dat toeval ..) dat onze Jona ook net vandaag weer een stuk schrijft wat een snaar raakt over je handen gebruiken. Op een luxe terrasje zitten daar diezelfde hoogopgeleiden met hun topbanen romantisch te praten over hoe fijn het is met je handen te werken, en on the spot boeken ze een leuke cursus houtbewerken of brood bakken. Nee joh, misschien iets voor een dag in de week of zo (want de schoorsteen moet wel blijven roken nietwaar?). En dat terwijl het voor de bakker élke dag met zijn handen werken is, om het eten voor zijn gezin te kunnen betalen. Op dat stuk ga ik nog terugkomen ooit, later, in de toekomst, met mijn hoofd, niet met mijn handen.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*