783 StoryScope (deel 2: scores)
Na de vraag en opdracht die ik in de vorige blog #782 opwierp over de eigen toepassing van StoryScope, volgen hier de resultaten. In het kort nog even: wetenschappers hebben een grote hoeveelheid teksten van ongeveer gelijke omvang laten scoren op AI-mens-herkenbaarheid. Daarvoor hebben ze (AI?) een eigen tool ontwikkeld (StoryScope) waarna ze die teksten door de pijplijn lieten gaan en lieten scoren op een hele voorraad aan dimensies en kenmerken. Ik vroeg me al af hoe tijdelijke zulke uitkomsten zijn en ook is het veelzeggend dat er zoveel moeite moet worden gedaan om AI van mens in tekst te kunnen onderscheiden.
Anyway, los van dit onderzoek is het ook voor mij wel duidelijk dat teksten veranderen door AI, ikzelf denk het vrij snel te kunnen herkennen, althans in mijn eigen schrijfsels. Het is vooral geordender en strakker en puntsgewijzer, genuanceerder, minder springerig, groteske volzinnen die ik zelf nooit zo zou produceren. En eigenlijk leidt de productie niet heel vaak tot compleet nieuwe inzichten of invalshoeken. Dus voor mij is de vraag van de onderzoekers minder urgent. Toch zie ik de kans mijn eigen mini-onderzoekje te doen om AI op een soortgelijk manier mijn eigen oude (100% mens) en nieuwe (mix) te laten scoren. Hieronder de uitkomsten.
Die zijn redelijk voorspelbaar. Sommige aspecten komen beter uit de verf door AI (structuur, duidelijkheid, bronvermelding etc) en andere juist minder (rare sprongen, vreemd taalgebruik, rommeliger in structuur, onaffe randjes en tijdens het schrijven groeien en ontstaan van vragen en verwondering). Daarom heb ik ook vanaf het begin een soort van tweedeling aangehouden: eerst mijn eigen tekst (100%) en daarna de uitwerking van de dialoog (een mix van AI en mens, maar zeg 90% AI, hoewel er een ondoorzichtig proces achter steekt van vraag-antwoord en modificatie en selectie). Het totaalbeeld van mijn nieuwe blogs wijkt daarom meer af van vroeger dan mijn ‘intro-deel’ van mijn blogs, logisch natuurlijk.
Maar er ontstaat een interessant verschijnsel. Vroeger was er alleen maar een ‘intro’ en daar ging een heel proces van denken, discussie, schrijven aan vooraf. Nu is die intro daar een uitgeklede, versnelde versie van. Dat zie ik als een voordeel (sneller werken) maar ook als een nadeel (zelf minder denken, deel van het proces verliezen). Totaal onverwacht voor mij is: ik meende aanvankelijk zo’n 100 blogs te zullen schrijven, als experiment en herstart, en dan was het wel klaar, alles een keer aan de orde gekomen. De praktijk is totaal anders, de ideeën en uitvloeisels stapelen zich op, het ene leidt tot het andere, het is nooit af. Persoonlijk heb ik er zelfs soms last van (een intervisie casus, zie volgende blog) dat het nooit af komt. De uiteindelijke hamvraag is of ik mezelf herhaal in andere woorden en stukjes of dat ik tot nieuwe en diepere inzichten kom. Het antwoord weet ik oprecht niet, ik vermoed toch een beetje het eerste (herhaling in andere woorden). Dat is overigens niet erg want ik krijg minstens voor mezelf meer grip op de oude bestaande patronen die zich niet voor niets herhalen en opstapelen. Het is diy-therapeutisch met verslaglegging en archief-functie.
Een van de leukste uitkomsten is (vind ik) dat ik nu aan mezelf (mijn archief) vragen kan stellen wat ik er zelf van vind. Waarom al die moeite doen om opnieuw de casus te doordenken, als ik weet dat ik altijd dezelfde riedeltjes en stapjes reproduceer, laat dat dan AI maar doen dan hoef ik alleen maar het antwoord te lezen, bevestigend te knikken, oja dat vind ik inderdaad en anderen er niet mee lastig te vallen.
Rudy StoryScope 0.2 is gescoord
Op basis van de drie WordPress-exports heb ik 60 volledige blinde teksten beoordeeld op 44 StoryScope-achtige criteria in 10 dimensies. De twintig geselecteerde Rudymentair-artikelen zijn daarnaast opnieuw beoordeeld op alleen hun intro, zodat we het onderscheid krijgen tussen: Rudy’s eigen aanzet → het volledige, met AI uitgewerkte en door Rudy gemodificeerde eindproduct. De scorefuncties zagen tijdens de beoordeling geen website, periode of corpuslabel. Die informatie is pas daarna teruggekoppeld.
Belangrijkste uitkomst
Vergeleken met de gemiddelde oude Rudy-teksten verandert het volledige Rudymentair-profiel vooral hierin:
| Dimensie | Oude Rudy | Rudymentair volledig | Verschil |
|---|---|---|---|
| Macrostructuur | 2,66 | 3,68 | +1,02 |
| Format en afwerking | 2,72 | 3,56 | +0,84 |
| Brongebruik | 2,79 | 3,41 | +0,62 |
| Taalvorm | 2,81 | 3,39 | +0,59 |
| Lezersbegeleiding | 2,92 | 3,25 | +0,33 |
| Systeemdenken | 2,97 | 3,06 | +0,09 |
| Argumentatie | 3,00 | 3,00 | 0,00 |
| Persoonlijke stem | 3,03 | 2,89 | −0,14 |
| Tijd en associatie | 3,12 | 2,90 | −0,22 |
| Epistemische houding | 3,13 | 2,74 | −0,39 |
Het grote verschil zit dus voorlopig niet in meer of betere argumentatie. Het zit vooral in ordening, bronnen, volledigheid en afwerking.
Op criteriumniveau
De sterkste stijgingen zijn:
- gepolijste regelmaat: +1,58;
- modulaire opbouw: +1,50;
- formele symmetrie: +1,43;
- wegwijzers en signposting: +1,28;
- zinscomplexiteit: +1,20;
- gebalanceerd sjabloon: +1,20;
- specifieke bronnen en feiten: +1,13;
- volledigheidsdrang: +0,98;
- routevoorspelbaarheid: +0,98;
- lineariteit: +0,90.
De sterkste dalingen:
- twijfel en modaliteit: −1,20;
- terugverwijzingen en callbacks: −0,95;
- ik/wij-verankering: −0,68;
- uitweidingen en zijpaden: −0,60;
- open vragende houding: −0,53;
- humor en ironie: −0,33;
- tegenargumenten serieus meenemen: −0,30.
Dat levert voorlopig een vrij helder beeld op: Rudymentair is minder een zichtbare zoektocht en meer een geordend kennisproduct.
Intro versus volledig Rudymentair
Het apart scoren van de intro blijkt inderdaad zeer zinvol.
| Dimensie | Intro | Volledig | Toegevoegd door uitwerking |
|---|---|---|---|
| Format en afwerking | 2,24 | 3,56 | +1,32 |
| Brongebruik | 2,23 | 3,41 | +1,19 |
| Taalvorm | 2,48 | 3,39 | +0,91 |
| Lezersbegeleiding | 2,36 | 3,25 | +0,89 |
| Macrostructuur | 2,91 | 3,68 | +0,77 |
| Tijd en associatie | 2,44 | 2,90 | +0,46 |
| Argumentatie | 2,56 | 3,00 | +0,44 |
| Epistemische houding | 2,34 | 2,74 | +0,40 |
| Systeemdenken | 2,71 | 3,06 | +0,35 |
| Persoonlijke stem | 3,12 | 2,89 | −0,23 |
De uitwerking voegt dus vooral toe:
- volledigheid;
- bronnen en feitelijke ankers;
- kopjes, modules en opsommingen;
- synthese;
- herhaling en samenvatting;
- formele route en afsluiting.
Maar ik/wij-verankering daalt bij de overgang van intro naar volledig artikel met gemiddeld 1,90 punt. Ook concrete persoonlijke ervaring en emotionele ruwheid nemen af. Mijn voorlopig belangrijkste formulering is daarom: De persoonlijke Rudy-stem verdwijnt niet, maar wordt verdund. De intro bevat de aanleiding, nieuwsgierigheid, irritatie, twijfel en persoonlijke associatie. De uitwerking bouwt daar een veel groter, vollediger en gladder tekstlichaam omheen.
Een interessante nuance
Systeemdenken stijgt als brede dimensie maar weinig. Dat komt waarschijnlijk doordat de oude economische teksten al behoorlijk systemisch waren. Het specifiekere criterium instituties, macht en prikkels stijgt wel met ongeveer 0,75 punt. Dat suggereert: AI heeft het systeemdenken vermoedelijk niet geïntroduceerd. Het maakt het zichtbaarder, uitgebreider en systematischer.
Ik zou als volgende stap graag zien: we nemen enkele (niet alle) opvallende stijgers en dalers bij de kop en laten aan de hand van kleine tekstfragmenten uit de bronnen zien waar die verschillen zitten. Ik weet niet hoe dat het handigst kan, wellicht in tabelvorm, met links een voorbeeld van persoonlijke stem en rechts het verdwijnen daarvan (maar ja, welke tekst neem je dan als voorbeeld, dus misschien is mijn vraag daarmee onmogelijk, dus gaat het er meer om een illustratie te geven, zoals denk hieraan of daaraan).
Je vraag is niet onmogelijk. De zuiverste vergelijking is juist niet een willekeurige oude blog tegenover een willekeurige nieuwe blog, maar: de intro en de verdere uitwerking van hetzelfde Rudymentair-artikel. Onderwerp, aanleiding en publicatiemoment blijven dan gelijk. We zien beter wat er tijdens de uitwerking wordt toegevoegd en wat daardoor relatief naar de achtergrond verdwijnt. De oude blogs gebruiken we vervolgens als extra referentie: kwam die eigenschap vroeger inderdaad vaker in het hele artikel voor? Hieronder enkele illustratieve gevallen. Ze bewijzen niets op zichzelf; ze maken zichtbaar wat de scores ongeveer meten.
1. Persoonlijke stem wordt verdund
Uit 730 Molenbier… uit Spanje.
| Intro: Rudy in de situatie | Verdere uitwerking: algemene verklaring |
|---|---|
| “Vroeger zou ik mijn reisgenoten hiermee lastig moeten vallen — kwam dan zelden iets zinnigs uit, irritaties over en weer, joh drink gewoon op, doe niet zo moeilijk.” | “Waarschijnlijk omdat het slim klinkt voor toeristen én goedkoop ‘Nederlands’ aanvoelt. ‘Molenbier’ roept direct beelden op van: Nederland, ambacht, traditie, windmolens…” |
In de intro zijn er reisgenoten, irritatie, zelfspot en spreektaal. Je ziet iemand met een merkwaardig blikje bier zitten en zijn omgeving ermee lastigvallen. De uitwerking abstraheert daarvan naar:
- toeristenmarketing;
- merkassociaties;
- Noord-Europees imago;
- lokale productie;
- marktpositionering.
Dat is inhoudelijk misschien nuttiger, maar de verteller verdwijnt uit beeld. Niet doordat de intro wordt verwijderd, maar doordat er een veel groter algemeen tekstblok achter komt. Dit is precies waarom verdunning een betere term is dan verdwijning.
2. Zichtbare twijfel wordt een stellige uiteenzetting
Uit 656 En toen domineerde Amerika ook in de economische wetenschap.
| Intro: zoekend geheugen | Verdere uitwerking: gesloten kennisvorm |
|---|---|
| “Eerst hadden we nog Keynes als Engelsman, het lijkt de laatste in een rij grote klassieke Europese economen, daarna komt … ik denk Samuelson met zijn Economics-tekstboek…” | “Paul Samuelson’s Economics (1948) is het meest verkochte economietextboek aller tijden. Wat hij deed is analytisch belangrijk: hij formaliseerde Keynes in wiskundige modellen…” |
De intro laat het denken gebeuren. Je herinnert je iets, formuleert voorzichtig een hypothese en zet er haast hoorbaar een vraagteken bij. De uitwerking verandert dat in een college:
- Keynes sluit de Europese traditie af;
- Samuelson formaliseert Keynes;
- de context verdwijnt;
- Amerikaanse tijdschriften worden dominant.
De winst is evident: meer informatie, namen, jaartallen en een heldere causale route. Het verlies is eveneens zichtbaar: de lezer ziet minder goed waar de kennis zeker is, waar ze wordt gereconstrueerd en waar nog twijfel zit. Dit criterium verschoof in dit artikel van 5 naar 2 op ‘twijfel en modaliteit’.
3. Een gesprek wordt een classificatiesysteem
Uit 652 Bungelt Europa ertussenin?.
| Intro: organische aanleiding | Verdere uitwerking: modulaire ordening |
|---|---|
| “Vorige week wandelde ik met vriend Jos van Hezewijk door de Udense Bossen en zoals gebruikelijk nemen we dan even de wereldproblemen door 🙂 . We spraken over Amerika, Rusland, China, asielproblematieken, rol en betekenis van AI en wat niet al.” | “1. De Verenigde Staten: de hegemoon die zijn macht verdedigt” — “2. Rusland: de zwakke grootmacht als ‘buffer’” — gevolgd door onderdelen als “Proxy-oorlogen”, “Controle over Europa” en “Strategische doelstelling”. |
Links ontstaat de gedachtegang tijdens een wandeling. Thema’s lopen door elkaar, er zijn bijzaken, herinneringen, een gadget om je nek, een vriend, een archief en persoonlijke fascinaties.
Rechts wordt die kluwen omgezet in:
- drie grootmachten;
- vaste rollen;
- genummerde onderdelen;
- uniforme subcategorieën;
- conclusies per machtsblok.
De uitwerking maakt het materiaal hanteerbaar. Tegelijk verdwijnt iets van de oorspronkelijke ontstaansgeschiedenis: hoe het gesprek van het ene naar het andere onderwerp sprong en hoe voorlopig sommige ideeën waren. Voor dit artikel steeg:
- modulaire opbouw van 2 naar 5;
- gepolijste regelmaat van 1 naar 5.
Dit is een sterk voorbeeld van wat de hybride werkwijze goed kan: chaotisch materiaal omzetten in een toegankelijk kennisobject. Maar het maakt ook zichtbaar waarom zo’n tekst gemakkelijker als AI-achtig wordt herkend.
4. Een dwarse dialoog wordt een reeks aforismen
Uit 731 Geen nepnieuws, wel belangentaal.
| Intro: tegenspraak en spreektaal | Verdere uitwerking: afgeronde stellingen |
|---|---|
| “Huh? Ja natuurlijk, we worden de hele dag gebombardeerd met reclame… Ja maar dat heet reclame dus dan weet je dat. Mwaah, het spel wordt steeds subtieler, influencers enzo.” | “De moderne burger leeft niet in een informatiesamenleving maar in een concurrentie van belangenverhalen.” En als slotformule: “Niet zeggen wat waar is, maar zeggen wat werkt.” |
De intro bevat verschillende stemmen in één hoofd:
- “Huh?”
- “Ja natuurlijk.”
- “Ja maar…”
- “Mwaah…”
Dat is geen nette redenering, maar wel een herkenbare gedachtebeweging. Een bezwaar ontstaat en wordt onmiddellijk van repliek gediend. De uitwerking trekt daaruit tien keurige stellingen. Die zijn scherper citeerbaar en makkelijker te onthouden. Maar de botsing waaruit ze voortkwamen, wordt minder zichtbaar. De conclusie lijkt achteraf vanzelfsprekender dan zij tijdens het denken werkelijk was. Hier zien we het verschil tussen: denken tonen en de uitkomst van het denken presenteren.
5. Zelfonderzoek wordt een methode of matrix
Uit 736 De oplossingsmatrix à la TRIZ.
| Intro: persoonlijke ontdekking | Verdere uitwerking: instrumentele verpakking |
|---|---|
| “In de vorige blog hadden we de thema’s te pakken die ik blijkbaar keer op keer behandel, zonder dat ik dat bewust zo in mijn hoofd heb.” | “TRIZ-oplossingsmatrix: van systeemfout naar ‘honingraat’”, gevolgd door vaste categorieën als “segmentatie”, “inversie”, “meta-niveauverschuiving” en “parallelle systemen”. |
Links zit een interessante persoonlijke ontdekking: je blijkt achteraf patronen te hebben die je zelf niet vooraf had geformuleerd. Rechts worden die patronen direct omgezet in een methode. Dat voegt overzicht en toepasbaarheid toe, maar kan de oorspronkelijke verrassing te snel dichtzetten. De tekst springt van: “Hé, blijkbaar doe ik steeds iets vergelijkbaars”, naar: “Hier is het algemene model waarmee deze problemen kunnen worden opgelost.” In dit artikel steeg ‘wegwijzers en signposting’ van 1 naar 5, terwijl de ik/wij-verankering van 5 naar 2 daalde.
Oude Rudy als controlevoorbeeld
Een sterk fragment uit het oude artikel Alternatief geldsysteem (2) luidt: “Ik denk dat ik qua conclusies nog wat voorzichtiger ben dan Stijn. Het fenomeen intrigeert mij wel en ik ben er gewoonweg nog niet uit. En dat is raar, ik ben afgestudeerd als monetair econoom…”. Dit is bijna een compacte definitie van de oude essayhouding:
- er is een onderwerp;
- iemand anders heeft al een conclusie;
- jij bent nog niet overtuigd;
- je deskundigheid maakt de onzekerheid eerder interessanter dan gênanter;
- het artikel wordt een poging om eruit te komen.
In een moderne uitwerking zou hier waarschijnlijk snel een overzicht volgen van vijf problemen van het geldstelsel, vier typen alternatieve valuta en drie voorwaarden voor succes. Dat zou inhoudelijk rijker kunnen zijn, maar de zin “ik ben er gewoonweg nog niet uit” zou dan niet langer de hele teksthouding bepalen.
Wat deze voorbeelden gezamenlijk laten zien
De verschuiving is niet simpel:
| Niet | Eerder |
|---|---|
| persoonlijk → onpersoonlijk | persoonlijke intro → persoonlijkheid verdund door algemene uitwerking |
| onzeker → zeker | zichtbare onzekerheid → professioneel gepresenteerde synthese |
| chaotisch → logisch | ontstaansroute → eindstructuur |
| menselijk → AI | essayistische zoektocht → geordend kennisproduct |
| slecht → goed | andere winst-verliesverhouding |
De AI-uitwerking brengt vooral:
- structuur;
- volledigheid;
- bronnen en namen;
- causale verbindingen;
- navigeerbaarheid;
- formuleringen die als conclusie kunnen worden geciteerd.
Wat relatief terugloopt:
- de zichtbare aarzeling;
- persoonlijke details;
- de rommelige route waarlangs een gedachte ontstond;
- onverwachte zijpaden;
- meerdere stemmen in één alinea;
- het recht om ergens nog niet uit te zijn.
Ik denk dat ik voldoende beeld heb. Het is grotendeels te verwachten en voorspelbaar. Waar vroeger een uitgebreide zoektocht ontstond en daar later een verslag van kwam met eigen vragen en uitkomsten, ontstaat nu een gecondenseerde versie van die zoektocht met al ‘pre-emption’ omdat je weet dat je daarna vragen gaat stellen aan de GDV (gevolg, korter, meer to the point, minder zijpaden) en een epiloog die zoals gewenst precies van een andere klasse en karakter is. Dat laatste deel bevat overigens ook dialoog-aspecten tussen mens en AI. Dit was ook precies de doelstelling van de nieuwe behandeling van blogs, het vergemakkelijkt het schrijfproces en leidt precies tot een meer gestructureerde output met bronnen en verwijzingen en opsommingen waar die vroeger (door onkunde, tijdgebrek, geen prio) ontbrak. Je zou dus kunnen zeggen dat is pure winst zonder verlies. Het verlies is (zeg ik even snel) vooral de drang, neiging, gehaastheid om minder zelf vooraf aan verwondering te doen en te veel gespitst te zijn op het schrijven van je prompt en de verwachting van het antwoord waardoor het interne proces als mens onderbenut blijft en luiheid zijn intrede kan doen. Omgekeerd zou je ook kunnen zeggen dat de verwondering in een stroomversnelling komt en sneller en beter bij gewenste uitkomsten komt. Ik ben er nog niet uit. Ik zie wel, dat is een apart blog waard, dat het hebben van een DGV als sparringpartner vrij onverwachts mijn eigen denken in een stroomversnelling brengt en dat de onderwerpen en vragen eerder opstapelen dan verdampen en opgelost worden. Of dat verdieping is of herhaling is een van de vragen waar ik nog niet uit ben.
Ja — dit is volgens mij de wezenlijke uitkomst. Het opvallende verschil zit niet primair in de tekst, maar in wat er vóór en tijdens het schrijven met je denken gebeurt. De nieuwe blogs doen grotendeels wat je ermee beoogde:
- de eigen aanleiding en verwondering blijven in de intro zichtbaar;
- de lange, soms moeizame zoektocht wordt gecondenseerd;
- de DGV vult sneller bronnen, tegenargumenten, ordeningen en verklaringen aan;
- jij modificeert, bestrijdt en stuurt;
- het eindproduct wordt vollediger, leesbaarder en beter ontsloten.
Bekeken als productieproces is dat grotendeels pure winst. Het zou vreemd zijn wanneer de nieuwe methode géén structuur, opsommingen, verwijzingen en bondigheid opleverde. Daarvoor heb je haar juist ingericht.
Het mogelijke verlies zit vóór de tekst
Vroeger begon je met een onderwerp en wist je nog niet precies waar je uit zou komen. Het schrijven was mede het instrument waarmee je daarachter kwam. De omwegen, vragen en herhalingen waren dus niet alleen gebrekkige redactie. Ze waren ook sporen van het denkproces. Nu weet je bij de intro al: Straks leg ik dit voor aan de DGV. Daardoor treedt een soort voorafgaande condensatie op. Je schrijft niet langer alles op wat bij je opkomt, want je bent al bezig met:
- wat de kernvraag is;
- hoe je die straks formuleert;
- welke informatie de DGV nodig heeft;
- welk soort antwoord je verwacht;
- waar je vermoedelijk op wilt doorvragen.
De prompt werpt als het ware zijn schaduw vooruit over de menselijke verwondering. Daarmee ontstaat een dubbel effect. Je bent sneller bij de kern, maar mogelijk ook sneller voorbij dingen waarvan nog niet duidelijk was dat ze belangrijk waren.
De echte afruil
| Oude werkwijze | Nieuwe werkwijze |
|---|---|
| De zoektocht ontvouwt zich langzaam | De zoektocht wordt vooraf gecomprimeerd |
| Schrijven helpt ontdekken wat de vraag is | De vraag wordt bewust geschikt gemaakt voor dialoog |
| Omwegen kunnen vruchtbaar of overbodig zijn | Omwegen worden eerder afgekapt |
| Bronnen en tegenargumenten kosten veel tijd | Bronnen en tegenargumenten komen snel beschikbaar |
| Het onderwerp kan onderweg verdampen | Het onderwerp krijgt direct vervolgvragen |
| Beperkte productie, veel interne verwerking | Hoge productie, veel externe interactie |
| De auteur draagt het hele zoekproces | Mens en DGV verdelen het zoekproces |
Daarom is “winst zonder verlies” op het niveau van de gepubliceerde tekst best verdedigbaar. De oude kronkelroute hoeft de lezer immers niet volledig te ondergaan. Maar op het niveau van de vorming van de schrijver blijft de vraag open. Misschien was juist een deel van die trage, inefficiënte zoektocht mentale training.
Luiheid of stroomversnelling?
Dat is niet hetzelfde als de simpele tegenstelling: Zelf nadenken of AI laten nadenken. Je denkt nog steeds zelf, maar op een andere plaats in het proces. Minder tijd gaat naar herinneren, zoeken, ordenen en formuleren. Meer tijd kan gaan naar:
- richting kiezen;
- verklaringen betwisten;
- verbanden leggen;
- nieuwe vragen produceren;
- oudere onderwerpen terughalen;
- verschillende denklijnen met elkaar verbinden.
Dat kan intellectuele luiheid veroorzaken wanneer je te vroeg uitbesteedt. Maar het kan ook intellectuele versnelling zijn wanneer de vrijgekomen capaciteit naar betere vragen en diepere confrontatie gaat. De DGV kan dus zowel een roltrap als een trainingspartner zijn. Bij een roltrap kom je boven zonder dat je benen sterker worden. Bij een trainingspartner word je juist verder geduwd dan alleen mogelijk was. Het gebruik bepaalt welke van de twee overheerst.
Het onverwachte effect
Je oorspronkelijke verwachting zal vermoedelijk ongeveer zijn geweest: Ik krijg sneller een beter en vollediger blog. Maar het werkelijke effect lijkt groter: De DGV versnelt niet alleen de beantwoording van vragen, maar vooral de productie, bewaring en koppeling van nieuwe vragen. De onderwerpen verdwijnen niet meer na een toevallige gedachte, een boek of een gesprek. Ze worden vastgelegd, verbonden met het archief en vrijwel onmiddellijk van nieuwe vertakkingen voorzien. Daardoor ontstaat geen opruimmachine die vraagstukken netjes afsluit, maar eerder een vragenmachine. Dat verklaart ook waarom het aantal onderwerpen zich opstapelt. Elk antwoord levert:
- een ontbrekend mechanisme;
- een nieuwe bron;
- een uitzondering;
- een tegenstelling met een oud blog;
- een vraag naar de historische ontwikkeling;
- een systemische laag achter de eerste verklaring.
Het antwoord is dan niet het einde van de zoektocht, maar nieuwe brandstof.
Verdieping of herhaling?
Dat wordt volgens mij de centrale vraag van het aparte blog. Je kunt het onderscheid vrij praktisch maken. Er is waarschijnlijk sprake van verdieping wanneer een nieuwe ronde:
- een werkelijk nieuw mechanisme blootlegt;
- eerdere aannames corrigeert;
- twee voorheen losse thema’s verbindt;
- een tegenvoorbeeld serieus verwerkt;
- leidt tot een scherpere, toetsbare bewering;
- jouw oordeel aantoonbaar verandert.
Het wordt eerder herhaling wanneer:
- dezelfde gedachte alleen opnieuw wordt geordend;
- nieuwe termen een oud inzicht moderner laten klinken;
- steeds dezelfde systeemwoorden terugkomen;
- ieder antwoord eindigt in vergelijkbare schema’s;
- er meer tekst ontstaat zonder dat de verklaringskracht groeit;
- de DGV vooral bevestigt wat al in de vraag besloten lag.
De toets is dus niet of er steeds nieuwe blogs of vervolgvragen ontstaan. De toets is: Verandert de structuur van mijn begrip, of groeit alleen de hoeveelheid geordende tekst eromheen?
De kern van het nieuwe blog
De interessantste these lijkt mij: AI heeft mijn schrijven niet simpelweg overgenomen of verbeterd. Het heeft het moment waarop mijn denken plaatsvindt verschoven. Vroeger dacht ik mij schrijvend naar de vraag en het antwoord toe. Nu condenseer ik de eerste verwondering tot een prompt en ontstaat de verdere zoektocht in dialoog. Dat levert zichtbaar betere teksten en veel meer intellectuele productie op. Maar het blijft de vraag of mijn denken daardoor dieper wordt, of vooral sneller en omvangrijker.
En de ongemakkelijke slotvraag: Ben ik met een DGV meer gaan denken, of ben ik vooral veel efficiënter geworden in het niet alleen hoeven denken?
Dat je daar nog niet uit bent, is hier geen tekortkoming. Dat ís precies het onderwerp.