790 Systeemdiagrammen (5: wil de echte leider opstaan?)
Elly met d’r boeken en recensies. Een uitgebreide bespreking/samenvatting van een ouder boek van Sinek (voor de kenners de man van de why, op de hak genomen door Richard Engelfriet in zijn boek ‘De succesillusie’). Elly (ook wel Escia’s genoemd) schrijft al jarenlang wekelijks over boeken die ze gelezen heeft (meestal non-fictie) en doet dat op een eigen herkenbare manier. Ook bij haar herken ik de neiging om niet te kunnen stoppen en het fenomeen dat de stapels (onverwerkt, nog to do) steeds groter wordt. Alle dilemma’s die daarbij horen en de wens dat verder uit te zoeken (wat mij betreft, zij weet van niets uiteraard), heeft me doen besluiten haar werkwijze en stijl eens nader onder de loep te nemen en af te zetten tegen die van mijzelf (weer eentje voor de stapel, je ziet het nu gewoon gebeuren as we speak).
Actueel (ik las het gisteren) en meteen weer geschikt om soepel in te lassen in deze reeks over AI-systeemdiagrammen. Ik baseer me uitsluitend op de samenvattende tekst van Elly van dat boek uit 2014 van Sinek. Voldoende voor de observatie en/of (mijn) ergernis. Het is het bekende verhaal hoe we een betere leider kunnen worden. Uiteraard door goed te luisteren, een veilige omgeving te bieden en de hele rataplan die je altijd hoort op management-cursussen. Dan de droge constatering dat we dat zo weinig zien in de praktijk terwijl de zalen vol zitten met adepten van deze veilige-school. Over die overduidelijke tegenstelling tussen gewenst en feitelijk lees je zelden. Ik ben cynisch als ik zeg dat het gewoon een verdienmodel is, de zaal zit vol met would-be leiders en de boodschap gaat erin als gods woord in een ouderling. Terug op kantoor is er weer een andere werkelijkheid. En ik zeg niet dat de wijsheden onzin zijn, het kán werken mits aan een aantal voorwaarden is voldoen (oa kleine groepen met zichtbare gevolgen van besluiten voor de besluitnemers, voldoende sociale controle etc). Eerlijk is eerlijk: Sinek heeft wel degelijk oog voor deze side-issues en benoemt er ook wel een paar. Toch (vind ik) laat hij een fors deel van het vraagstuk liggen. Reden om er een systeemdiagram aan te wijden.
En weer vind ik het resultaat verbluffend (ik klop mezelf niet op de schouder, hooguit voor het afdoende instrueren van GDV). Voor mij wordt het weer iets helderder door naar dit plaatje te kijken. Er zijn wederom geen echte schuldigen, het is een systeemeigenschap die we samen onbewust hebben gecreëerd. Het heeft alles te maken met de vorige analyse van Rob Wijnberg waarin de verschillende petten ons alles laten weten maar tot niets verplichten (blog #789). Het is of lijkt de prijs van ‘vooruitgang’, we willen allemaal een ijskast, een kleuren-tv en nu een airco (Fukuyama, einde van de geschiedenis? ook weer een keer erbij halen).

Klik hier voor meer detail en pdf
Toelichting
In de afbeelding (met de titel “Managementboeken zeggen A, de praktijk doet B”) legt Rudy de pijnlijke kloof bloot tussen managementidealen en de harde kantoorwerkelijkheid. De centrale vraag van de manager in het midden — die letterlijk twijfelt tussen Simon Sineks Start with Why en een map vol Reorganisatie KPI’s — luidt: “Ik wil impact én een organisatie die werkt… maar wat wint?”. De plaat is een klassiek systeemdynamisch model waarin twee routes met elkaar strijden: Route A (de cirkel van veiligheid) en Route B (de machtsroute). De tragische conclusie staat al in de ondertitel: waarom de goede leider zo vaak verliest van de machtsroute. Hier is de uitleg in systeemtermen, opgebouwd aan de hand van de lussen.
Route A: De “Cirkel van Veiligheid” (De Ideaalroute)
R1: De Samenwerkingslus (Versterkend, links)
Dit is de route die elk managementboek voorschrijft.
- Het begint bij een goede leider die zorgt voor vertrouwen en veiligheid.
- Veiligheid geeft ruimte voor goed leiderschap, wat leidt tot betere prestaties en een hogere betrokkenheid.
- Betrokkenheid versterkt de samenwerking, wat weer het vertrouwen voedt.
De systeemgrens: Rudy merkt hierbij op dat dit een prachtig, organisch systeem is, maar dat het echt werkt “vooral in kleine herkenbare groepen”. Zodra een organisatie groeit, loopt Route A vast tegen de lussen van Route B.
Route B: De Machtsroute (De Praktijkwerkelijkheid)
Zodra sturing plaatsvindt op basis van macht / cijfers, treedt er een heel andere dynamiek in werking die zichzelf razendsnel versterkt via drie destructieve lussen.
1. R2: De Positielus (Versterkend, midden-rechts)
- Sturen op cijfers geeft de manager meer macht & controle.
- Hierdoor wordt de manager minder afhankelijk van ondergeschikten, wat de mogelijkheid geeft om risico’s af te wentelen (naar beneden).
- Dit levert de manager meer status & middelen op (en een loyale inner circle / kliek), wat de positie verstevigt en nóg meer aanzet tot sturen op cijfers. Dit is “goed voor de positie, niet per se voor de organisatie”.
2. R3: De Abstractielus (Versterkend, rechtsboven)
Wanneer een organisatie een grotere schaal krijgt, verandert de psychologie van de macht:
- Schaalvergroting leidt tot een anonieme organisatie, wat zorgt voor meer afstand tussen besluit en gevolg.
- Mensen zijn op die afstand geen individuen meer, maar worden cijfers / fte’s.
- Dit vermindert de morele last voor de bestuurder: hardere beslissingen worden makkelijker. En die hardere beslissingen maken verdere schaalvergroting mogelijk.
3. R5: De Stresslus (Versterkend, onderaan)
Dit is de dynamiek tussen de top en de werkvloer, ook wel de “sloop van energie, innovatie & moed” genoemd.
- Meer macht bovenin leidt tot meer controle bovenin.
- Dit veroorzaakt meer onzekerheid onderin en meer stress onderin.
- Gevolg: er is minder tegenspraak van het personeel, wat leidt tot een grotere afhankelijkheid van de top. En die afhankelijkheid legitimeert weer nóg meer macht bovenin.
Waarom falen de remmen?
Een gezond systeem heeft tegenwicht nodig, maar de mechanismen om Route B te remmen zijn in de praktijk vleugellam.
B1: De zwakke Tegenmacht (Balancerend, linksonder)
- In theorie zou tegenspraak / medezeggenschap moeten leiden tot het zichtbaar maken van schade, waardoor er minder schadelijke beslissingen worden genomen.
- Maar deze balancerende lus is getekend met stippellijntjes: “deze rem is vaak zwak”. De persoonlijke kosten voor de beslisser (de werknemer die zijn nek uitsteekt) zijn simpelweg te hoog. Bovendien houden systemen slechte beslissers amper verantwoordelijk.
R4: De “Cursuslus” als bliksemafleider (Versterkend, rechtsmidden)
Wat doet een organisatie als er onvrede over leiderschap ontstaat? In plaats van de structuur aan te pakken, koopt het systeem de kritiek af:
- Men boekt een cursus / seminar over ‘Leiderschap met impact!’.
- Dit geeft de deelnemers een tijdelijk moreel goed gevoel en de organisatie laat zien: “we doen er iets aan”.
- Hierdoor neemt de druk weg om de werkelijke structuur te veranderen. De oude praktijk blijft bestaan, de kritiek is effectief gecumuleerd en geconsumeerd, en de onvrede kan over een tijdje weer van voren af aan beginnen.
De ultieme systeemconclusie
Onderaan de plaat somt Rudy op waarom de machtsroute (Route B) nagenoeg altijd wint: het is anoniem, het beloont de korte termijn, de menselijke kosten zijn onzichtbaar voor de machthebbers, de remmen zijn zwak en kritiek wordt ‘verwerkt’ via cursussen in plaats van dat er naar geluisterd wordt. De diepste wijsheid van deze plaat staat helemaal onderaan als een wetmatigheid geformuleerd:
“We ontwerpen structuren, vervolgens geven we leiders de schuld als mensen zich daarnaar gedragen.”
En de tragische realiteit voor de ‘goede leider’: Goede leiders worden vaak uitgekozen binnen systemen die hun kracht dempen.
Prompt (icm samenvatting Elly d’r Weekly 12-7-2026)
Zie hier een bespreking/samenvatting van een boek van Sinek. Geef de kern nog eens weer en focus op mijn eigen thema. Ik raak altijd wat geirriteerd omdat het op zich allemaal wel klopt maar lijkt op ‘iedereen vrede’. De praktijk laat nu eenmaal zien dat over alle tijden heen de mensen die hier lak aan hebben bovenin de boel bestieren. Dit zijn typisch de braafpraatjes van management-cursussen. Zoals ook de seminars over leiderschap en ondernemerschap vol zitten met mensen die dat in de praktijk zeker niet gaan doen (ze willen het graag worden, zijn een doelgroep voor de cursus, niet voor de achterliggende ambitie). En toch is het wel wat we willen horen, een goede leider luistert, de mensen voelen zich begrepen en gaan harder werken, een win-win. Er zit een wereld achter van tegenstrijdigheden waar ik al heel mijn leven de vinger achter probeer te krijgen. Toch laat ook Sinek wel wat relativeringen zien zoals dat juist mensen onderaan meer stress ervaren vanwege minder control.
De kern van Sinek
Sineks hoofdgedachte is eenvoudig: mensen functioneren beter wanneer zij zich veilig, gezien en beschermd voelen. Een goede leider creëert daarom een cirkel van veiligheid rond zijn mensen. Hij schuift risico’s niet naar beneden, geeft controle uit handen, beschermt werknemers tegen willekeur en gebruikt zijn hogere positie niet alleen voor privileges, maar aanvaardt ook een grotere verantwoordelijkheid.
Daarvoor grijpt Sinek terug op een oud sociaal contract. De leider mocht vroeger als eerste eten, meer status genieten en een partner kiezen, omdat van hem ook werd verwacht dat hij als eerste het gevaar tegemoet trad. De moderne leider heeft vaak nog wel het salaris, de auto en het gezag, maar niet meer de bijbehorende opofferingsplicht. Hij laat juist anderen sneuvelen om zijn cijfers te halen. Daar ontstaat volgens Sinek de morele ontsporing.
Zijn tweede belangrijke punt is dat mensen onderaan de hiërarchie vaak méér stress ervaren dan mensen bovenaan. Niet verantwoordelijkheid op zichzelf veroorzaakt de meeste stress, maar gebrek aan controle. De top kan beslissen, ingrijpen, informatie opvragen en zichzelf beschermen. De werknemer onderaan ondergaat de gevolgen zonder werkelijk invloed te hebben.
Zijn derde punt is dat grote organisaties mensen abstraheren. Werknemers worden kostenposten, klanten worden databestanden en ontslagen worden percentages. Zodra degene die schade ondervindt uit beeld verdwijnt, wordt het gemakkelijker die schade te veroorzaken. Dan verschuift de morele vraag — wat doen wij mensen aan? — naar de technische vraag: mag het volgens de regels en verbetert het de kwartaalcijfers?
Waar het bij Sinek begint te wringen
Het irritante aan Sinek is niet dat hij ongelijk heeft. Het irritante is dat hij beschrijft hoe leiders zouden moeten handelen, terwijl het interessantere vraagstuk is waarom organisaties zo vaak worden geleid door mensen die dat juist níét doen. Sinek zegt in feite: Een leider die luistert, beschermt en vertrouwen geeft, krijgt loyale medewerkers die beter samenwerken. Iedereen wint. Dat klinkt als managementcursuslogica: goed gedrag levert betere prestaties op, dus zelfs de aandeelhouder hoeft niets te verliezen. Moraal en rendement vallen uiteindelijk gezellig samen. De harde tegenstelling verdwijnt. Maar in werkelijkheid vallen die belangen lang niet altijd samen. Soms is het voor de eigenaar voordeliger om lonen laag te houden, risico’s af te wentelen, mensen tegen elkaar uit te spelen en het bedrijf uit te hollen. Soms werkt angst uitstekend. Niet om een gezonde organisatie op te bouwen, maar wel om op korte termijn gehoorzaamheid, kostenbesparingen en persoonlijk gewin te organiseren. De geschiedenis laat bovendien niet vanzelf zien dat zorgzame leiders boven komen drijven. Zij laat minstens zo vaak zien dat mensen die:
- macht naar zich toe trekken;
- informatie controleren;
- verantwoordelijkheid afschuiven;
- rivalen uitschakelen;
- morele grenzen als hinderlijk beschouwen;
juist een grotere kans hebben om de top te bereiken. De cirkel van veiligheid geldt dan vooral binnen de machtsgroep. De leider beschermt zijn vertrouwelingen, zijn familie, zijn aandeelhouders of zijn politieke bondgenoten. Voor de buitenste ring blijven onzekerheid, concurrentie en uitsluiting over. Ook roofzuchtige organisaties kunnen intern buitengewoon loyaal en hecht zijn.
Het echte thema: de tegenstelling tussen moraal en selectie
Daar zit volgens mij de aansluiting met jouw bredere thema. De officiële leer zegt welke eigenschappen een leider behoort te hebben. Het systeem selecteert echter op eigenschappen waarmee iemand de positie van leider weet te bemachtigen en behouden. Dat zijn twee verschillende processen. Een leiderschapscursus vraagt: Hoe word ik een betere leider? Jouw vraag is eerder: Welk soort mens komt in dit systeem boven, en waarom zou hij na het bereiken van de top ineens handelen volgens de morele regels die hij onderweg vaak moest negeren? Dat verschil wordt vrijwel nooit onderzocht. De cursus begint wanneer iemand al als leider wordt voorgesteld. De strijd om bezit, positie, toegang en uitsluiting is dan uit beeld verdwenen. Leiderschap verschijnt als een verzameling persoonlijke vaardigheden: luisteren, inspireren, kwetsbaar zijn, een why formuleren. Macht wordt psychologie. Daarmee wordt het structurele probleem geïndividualiseerd. Een slechte organisatie heeft dan geen verkeerde eigendomsverhoudingen, perverse prikkels of onaantastbare machtsposities, maar een leider die nog wat beter moet leren luisteren.
De markt voor leiderschap
Ook jouw observatie over de bezoekers van seminars is belangrijk. De mensen die naar een cursus ondernemerschap gaan, zijn niet noodzakelijk de mensen die ondernemerschap in de klassieke betekenis praktiseren. Het zijn mensen die ondernemer willen worden, zich ondernemer willen voelen of door anderen als ondernemer gezien willen worden. Hetzelfde geldt voor leiderschap. De feitelijke machtsmens volgt niet per se een cursus over dienend leiderschap. De cursus trekt mensen aan die verlangen naar het beeld van zichzelf als leider: betekenisvol, inspirerend, authentiek en geliefd. De markt verkoopt dus niet alleen kennis, maar een identiteit. Dat verklaart ook waarom zulke cursussen zo vriendelijk klinken. Ze vertellen de deelnemer niet dat leiderschap vaak bestaat uit conflicten, schaarste verdelen, mensen teleurstellen, belangen kiezen en soms openlijk macht gebruiken. Ze vertellen dat leidinggeven neerkomt op luisteren, verbinden en mensen in hun kracht zetten. De klant koopt niet de ongemakkelijke werkelijkheid van leiderschap, maar de moreel aantrekkelijke rol van de goede leider.
Toch raakt Sinek iets wezenlijks
Sinek is het sterkst waar hij ophoudt motivatiespreker te zijn en begint te spreken over controle, abstractie en het verbroken sociale contract. Zijn observatie over stress is wezenlijk: autonomie is ongelijk verdeeld. Wie bovenaan staat, heeft niet alleen meer geld, maar ook meer handelingsruimte. Wie onderaan staat, krijgt instructies, targets, roosters, beoordelingen en onzekerheid. De top kan de werkelijkheid aanpassen; de onderkant moet zich eraan aanpassen. Ook zijn idee van het verbroken leiderschapscontract is bruikbaar. De moderne elite behoudt de evolutionair en cultureel gegroeide beloningen van leiderschap — status, inkomen, aandacht, toegang — maar collectiviseert de risico’s. Bij succes wordt de leider beloond. Bij mislukking verdwijnen werknemers, belastinggeld of pensioenen. En zijn analyse van abstractie sluit rechtstreeks aan bij macht. Naarmate organisaties groter worden, ontstaat meer afstand tussen beslissing en gevolg. Daardoor kan iemand op het hoofdkantoor een beslissing nemen die duizenden levens ontregelt zonder ooit één van die mensen te ontmoeten. De afstand is geen toevallig gebrek aan menselijkheid, maar een functioneel onderdeel van het systeem: zij maakt hardere beslissingen psychologisch en bestuurlijk mogelijk.
De scherpere conclusie
Sineks verhaal is dus niet onwaar, maar half af. Hij beschrijft overtuigend wat mensen nodig hebben om samen te werken en wat een moreel leider zou moeten doen. Maar hij onderzoekt onvoldoende waarom macht, bezit en selectie voortdurend leiders voortbrengen die dat sociale contract schenden. De diepere tegenstelling is: Organisaties hebben vertrouwen nodig om waarde te creëren, maar machthebbers kunnen wantrouwen, onzekerheid en afhankelijkheid gebruiken om een groter deel van die waarde naar zichzelf toe te trekken. Daarom blijft het verlangen naar de goede leider steeds terugkomen. Mensen ervaren dagelijks het gebrek aan controle, veiligheid en erkenning en willen geloven dat dit met ander leiderschap kan worden opgelost. Managementgoeroes voorzien in dat verlangen. Zij bieden een menselijke oplossing voor een systeem dat vaak juist voordeel heeft bij onmenselijkheid. De goede leider is daarmee tegelijk een werkelijk menselijk ideaal, een nuttige productiefactor én een verhaal waarmee de bestaande machtsverhoudingen buiten beeld kunnen blijven.
Tussentekst van AI als input voor het systeemdiagram
Ja, hier zit een duidelijke systeemdynamiek met meerdere versterkende lussen in. De interessante tegenstelling is niet simpelweg: goede leider versus slechte leider, maar: de moraal van samenwerking wordt onderwezen in een systeem dat vaak andere eigenschappen selecteert en beloont. Sinek beschrijft vooral route A: hoe leiderschap idealiter waarde creëert. Jouw thema gaat over route B: hoe macht werkelijk wordt verkregen, behouden en gelegitimeerd.
1. De verwondering
Waarom blijven managementboeken en leiderschapscursussen vertellen dat luisteren, veiligheid, vertrouwen en kwetsbaarheid uiteindelijk voor iedereen beter zijn, terwijl organisaties zo vaak worden bestuurd door mensen die:
- macht centraliseren;
- risico’s naar beneden schuiven;
- informatie beheersen;
- verantwoordelijkheid ontwijken;
- en bij tegenvallers anderen laten sneuvelen?
En waarom worden juist die vriendelijke leiderschapsverhalen voortdurend gekocht door organisaties die er in de praktijk nauwelijks naar handelen? De paradox is: Het systeem consumeert de kritiek op zichzelf zonder daardoor noodzakelijk te veranderen.
2. De twee routes
Route A — het Sinek-model
veiligheid
→ vertrouwen
→ samenwerking
→ betrokkenheid
→ betere prestaties
→ ruimte voor goed leiderschap
→ meer veiligheid
Dit is een klassieke versterkende lus. Zij kan werkelijk functioneren, vooral wanneer mensen:
- elkaar kennen;
- elkaar herhaaldelijk ontmoeten;
- afhankelijk zijn van wederkerigheid;
- reputaties kunnen volgen;
- en de gevolgen van beslissingen direct zien.
In zo’n relatief kleine groep is slecht leiderschap kostbaar. De leider die voortdurend mensen offert, verliest vertrouwen, medewerking en uiteindelijk mogelijk zijn positie.
Route B — de feitelijke machtsroute
meer macht en controle
→ minder afhankelijkheid van ondergeschikten
→ gemakkelijker risico’s afwentelen
→ betere korte-termijncijfers en persoonlijk voordeel
→ meer status en middelen
→ nog meer macht en controle
Ook dit is een versterkende lus. Deze route hoeft de organisatie als geheel niet duurzaam beter te maken. Zij hoeft alleen voordelig te zijn voor degene die:
- wordt beoordeeld op kwartaalresultaten;
- zijn eigen beloning kan beïnvloeden;
- gevolgen kan doorschuiven;
- en vertrekt voordat de langetermijnschade zichtbaar wordt.
De denkfout van veel managementliteratuur is dat zij veronderstelt dat wat goed is voor de organisatie, de medewerker, de klant en de leider uiteindelijk vanzelf samenvalt. Dat hoeft helemaal niet.
3. De schaalbreuk: van herkenbare groep naar anonieme organisatie
Hier zit vermoedelijk de belangrijkste overgang die jij benoemt.
Kleine groep
In een kleine groep geldt ongeveer:
schadelijke beslissing
→ zichtbaar slachtoffer
→ reputatieschade voor beslisser
→ minder vertrouwen en samenwerking
→ correctie van gedrag
De leider ziet degene die hij benadeelt. De groep weet wie verantwoordelijk is. Morele en sociale terugkoppeling is direct.
Grote organisatie
In de grote organisatie wordt de keten langer:
besluit hoofdkantoor
→ spreadsheet / target / reorganisatie
→ uitvoering door tussenlagen
→ schade bij onbekende mensen
→ verantwoordelijkheid verspreid
→ weinig persoonlijke terugkoppeling
De anonimiteit breekt de oude correctielus. De werknemer wordt:
- een fte;
- een kostenpost;
- een bezettingsgraad;
- een overtollige functie;
- een percentage in een reorganisatie.
De bestuurder kan daardoor nog steeds een positief zelfbeeld behouden. Hij heeft niet persoonlijk iemand op straat gezet; hij heeft “de organisatie toekomstbestendig gemaakt”. Dit is een abstractielus:
grotere schaal
→ meer afstand tussen besluit en gevolg
→ meer abstracte categorieën
→ minder ervaren morele last
→ hardere beslissingen worden gemakkelijker
→ verdere schaalvergroting en centralisering
4. De selectielus: wie bereikt de top?
Dit is het deel dat Sinek grotendeels overslaat.
sterke ambitie naar positie en controle
→ bereidheid tot politieke strijd
→ concurrenten uitschakelen en informatie beheersen
→ grotere kans op promotie
→ meer macht om vergelijkbare mensen te selecteren
→ top wordt sterker bevolkt door mensen met dezelfde eigenschappen
Dat betekent niet dat iedere leider gewetenloos is. Het model zegt alleen dat een organisatie eigenschappen kan selecteren die behulpzaam zijn bij het verkrijgen van macht, maar niet noodzakelijk bij het goed gebruiken van macht. Daarom is de vraag: Waarom zou iemand die boven is gekomen door dominantie, zelfpromotie en risicoverschuiving na zijn benoeming plotseling dienend, kwetsbaar en zelfopofferend worden? De cursus behandelt leiderschap alsof de leider uit de lucht komt vallen. De voorgeschiedenis van selectie, coalitievorming en uitsluiting verdwijnt.
5. De cursuslus: goed voelen zonder structuurverandering
Dan komt de markt voor managementboeken en seminars in beeld.
onvrede over leiderschap
→ behoefte aan menselijker verhaal
→ cursus over vertrouwen, authenticiteit en veiligheid
→ deelnemers ervaren inzicht en morele verheffing
→ organisatie kan tonen dat zij aan cultuur werkt
→ minder druk om eigendom, prikkels en macht te veranderen
→ oude praktijk blijft bestaan
→ nieuwe onvrede over leiderschap
Dit is een van de sterkste lussen in deze casus. De cursus is niet waardeloos. Mensen kunnen werkelijk iets leren. Maar systeemfunctioneel kan hij ook dienen als:
- ritueel van goede bedoelingen;
- legitimatie van het management;
- tijdelijke ontlading van kritiek;
- individualisering van structurele problemen;
- bewijs dat “we ermee bezig zijn”.
De organisatie koopt dan niet noodzakelijk ander leiderschap, maar het verhaal dat zij ander leiderschap belangrijk vindt.
6. Identiteit als product
De deelnemersmarkt kent een eigen lus:
verlangen naar status en betekenis
→ cursus leiderschap of ondernemerschap
→ identificatie met het beeld van de goede leider
→ certificaat, taal en zelfbeeld
→ grotere aantrekkingskracht van nieuwe cursussen
De deelnemer koopt niet alleen kennis. Hij koopt een mogelijke identiteit: Ik ben iemand die inspireert, verbindt en mensen laat groeien. Dat is aantrekkelijker dan: Ik verdeel schaarse middelen, kies belangen, stel grenzen, ontsla soms mensen en moet openlijk verantwoorden wie daarvoor de prijs betaalt. De cursus verkoopt de morele bovenkant van leiderschap en laat de machtspolitieke onderkant grotendeels buiten beeld.
7. De pettenlus: weten en toch niet verplicht zijn
Hier sluit de casus mooi aan bij de eerdere kerstdynamiek. De manager heeft verschillende petten:
- als cursusdeelnemer gelooft hij in vertrouwen;
- als bestuurder verdedigt hij de cijfers;
- als werknemer beschermt hij zijn carrière;
- als aandeelhouder verlangt hij rendement;
- als mens wil hij zichzelf fatsoenlijk vinden.
Door die rollen te scheiden hoeft de tegenstrijdigheid niet te worden opgelost.
meer rollen en verantwoordingssystemen
→ gedrag per rol afzonderlijk legitimeren
→ minder noodzaak tot één moreel oordeel
→ behoud positief zelfbeeld
→ gemakkelijker tegenstrijdig handelen
→ verdere scheiding van rollen
Op dinsdag zegt hij tijdens de leiderschapsdag: Mensen zijn ons belangrijkste kapitaal. Op donderdag keurt hij een reorganisatie goed omdat de arbeidskostenratio moet dalen. Beide uitspraken kunnen binnen hun eigen institutionele context logisch klinken. Dat is geen simpele hypocrisie. Hypocrisie veronderstelt dat iemand helder weet dat hij liegt. Interessanter is dat instituties mensen helpen de tegenstrijdigheid niet volledig te hoeven ervaren.
8. De stress- en controlelus
Sineks observatie over stress hoort nadrukkelijk in het diagram.
meer macht bovenin
→ meer controle en handelingsruimte bovenin
→ meer risico en onzekerheid onderin
→ meer stress onderin
→ minder ruimte voor tegenspraak en initiatief
→ grotere afhankelijkheid van leiding
→ nog meer macht bovenin
De mensen onderaan krijgen:
- targets;
- roosters;
- beoordelingen;
- reorganisaties;
- protocollen;
- baanonzekerheid.
De top beschikt over informatie, assistentie, netwerk, geld en vertrekopties. Daardoor kan zelfs een leider die zelf weinig stress ervaart oprecht onderschatten wat zijn besluiten beneden veroorzaken.
9. De hoofdloops
Voor een systeemdiagram zou ik vijf lussen gebruiken.
| Code | Lus | Kern |
|---|---|---|
| R1 | Veiligheidslus | vertrouwen en veiligheid verbeteren samenwerking |
| R2 | Machtsselectielus | eigenschappen die macht verwerven reproduceren zichzelf |
| R3 | Abstractielus | afstand maakt schade gemakkelijker |
| R4 | Cursus- en legitimatielus | morele training vermindert druk op structurele verandering |
| R5 | Controle-stresslus | macht bovenin vergroot afhankelijkheid en stress onderin |
| B1 | Werkelijke correctielus | medezeggenschap, transparantie en directe gevolgen begrenzen machtsmisbruik |
De veiligheidslus van Sinek moet dus wel in beeld blijven. Anders maken we dezelfde fout in omgekeerde richting en veronderstellen we dat goed leiderschap slechts propaganda is. Het punt is eerder: R1 bestaat, maar concurreert met andere, vaak sterkere lussen.
10. Waar zit de balancerende lus?
Een organisatie kan de machtsroute alleen structureel corrigeren wanneer de gevolgen terugkeren bij degene die beslist:
meer zichtbare schade
→ meer tegenspraak, aansprakelijkheid en reputatieverlies
→ hogere persoonlijke kosten voor de beslisser
→ minder schadelijke beslissingen
Daarvoor zijn mechanismen nodig als:
- werkelijke medezeggenschap;
- bescherming van tegenspraak;
- transparantie over beloning en besluitvorming;
- langetermijnaansprakelijkheid;
- contact tussen besluitvormers en getroffenen;
- minder gemakkelijk afwentelen op werknemers of samenleving;
- machtswisseling en tegenmacht.
Een leiderschapscursus kan dit ondersteunen, maar kan het niet vervangen.
11. De verrassende uitkomst
De scherpe conclusie is niet: Managementboeken zijn onzin (vaak wel hoor!). Maar: Managementboeken beschrijven vaak een werkelijk werkende samenwerkingsmoraal, terwijl de markt en organisatie waarin zij worden verkocht andere selectie- en beloningsmechanismen kennen. Daardoor kunnen ze drie functies tegelijk vervullen:
- werkelijk betere samenwerking mogelijk maken;
- deelnemers een aantrekkelijk moreel zelfbeeld geven;
- structurele machtsvragen buiten beeld houden.
Dat verklaart waarom de boodschap steeds terugkeert. Het probleem blijft bestaan, dus blijft ook de behoefte aan het verhaal van de goede leider bestaan.
12. Voorstel voor de systeemcode
Deze casus vraagt om:
RSD-M4-S4-M+U+P+A-D3-BW
Betekenis:
- M4 — meerdere actoren, bovenstroom en onderstroom;
- S4 — menselijke scènes gecombineerd met causal loops;
- M — macht en selectie;
- U — onderstroom en zelfrechtvaardiging;
- P — paradox;
- A — abstractie en anonimiteit;
- D3 — uitgebreid diagram met ongeveer vijf versterkende lussen;
- BW — ruwe zwart-witschets.
De centrale afbeelding zou twee wegen tonen:
- Route A: veiligheid → vertrouwen → samenwerking → waarde;
- Route B: controle → afwenteling → korte-termijnsucces → promotie → meer controle.
Daartussen staat de hoogopgeleide cursusdeelnemer met twee petten: in de ene hand het boek Leaders Eat Last, in de andere een reorganisatieschema. Boven hem: “Ik weet hoe goed leiderschap werkt.” Onder hem: “Maar mijn bonus hangt van iets anders af.” De uiteindelijke kernzin voor de illustratie: De cursus leert hoe een goede leider zich gedraagt. Het systeem bepaalt welk gedrag boven komt drijven.