805 De top van de subtop, in een plaatje

Dat dating-boek weer even noemen en afstoffen! En dan zien dat het meest bijzondere onderdeel niet wordt uitgekozen door GDV. Dat concept is ‘de top van de subtop’. Ik wil dat er nog eens apart uitlichten. En vergelijken met hoe datzelfde idee elders ook wordt toegepast, met name in de economie. Tot mijn verbazing komt de tekst op de proppen met (naast vele interessante voor mij nog onbekende bronnen) met de onbekende Fred Hirsch waar ik al vaker over geschreven heb. Dat is vast geen toeval, ongetwijfeld zit dat nog ergens in de slipstream van zijn geheugen en is het dus wat ik er zelf in heb gestopt. Voor mij reden om die Fred Hirsch, een relatief onbekend econoom, jong gestorven, apart te behandelen. Zijn boek uit 1976 was voor mj echt een eye-opener, net als dat boek van Akerlof/Shiller gaf het mij een stem, het vertelde en legde uit waar ik intuïtief zelf al vaak tegenaan was gelopen. Ik las het boek overigens pas veel later (denk 1990 of zo) en las het daarna nog meerdere keren met dezelfde fascinatie. Over dit onderwerp zei Hirsch dat de top waar iedereen naar streeft juist daardoor niet meer de top is of wordt: denk aan die exclusieve vakantiebestemming waar iedereen vervolgens naar toe wil, einde oefening.



Wat zijn inspirerende bronnen/economen die over deze strategie hebben geschreven? Het past ook wel bij wat ik jongeren wel eens hoor zeggen: waarom zou ik manager van de afdeling willen worden, voor een paar honderd Euro per maand meer een hoop stress en gezeik? In de muziek geldt ook zoiets: ik wil niet meer naar de grote acts met volle zalen, in de rij staan, weinig zien, exotische prijzen. Ook niet naar schoolbandjes (nou ja), maar net er tussenin, naar kleine zaaltjes waar je nog kunt kijken en luisteren en onverwachte dingen kunt horen. Restaurants, waarom naar De Librije als je voor veel minder ook puur ergens anders kunt eten zonder dat publiek dat alleen op de naam afkomt. Afijn, you get the picture.


Ik zie nu scherper dat ‘de top van de subtop’ méér is dan een datingadvies. Het is een algemene strategie tegen de maatschappelijke neiging om alles op één zichtbare ranglijst te zetten en vervolgens blind naar nummer één te rennen. In je boek omschrijf je de subtop niet als berusting, maar als het segment waar aantrekkelijkheid, bereikbaarheid, emotionele beschikbaarheid en wederkerigheid samenkomen. Je verbindt dit zelf met Goudlokje en satisficing. Toch zou ik jouw concept inmiddels niet helemaal gelijkstellen aan satisficing.

  • Satisficing: stop zodra iets goed genoeg is.
  • Top van de subtop: zoek bewust naar het punt waar de totale opbrengst minus alle verborgen kosten het hoogst is.

Dat tweede is sterker. Het is geen genoegen nemen met een zesje, maar ontdekken dat het officiële negentje na aftrek van stress, prijs, drukte, concurrentie en onbereikbaarheid soms een vijf blijkt — terwijl het onbekende achtje netto een negen is.

De algemene formule

Je zou het bijna economisch kunnen noteren:

Werkelijke waarde = directe kwaliteit + nabijheid + toegankelijkheid + verrassing + wederkerigheid − prijs − stress − wachttijd − concurrentie − statusgedoe.

De absolute top scoort extreem hoog op één zichtbare dimensie, maar veroorzaakt vaak buitensporige nevenkosten. De top van de subtop scoort op meerdere dimensies tegelijk behoorlijk goed. Dat maakt het een multidimensionaal optimum in plaats van een ranglijstmaximum.


1. Herbert Simon: niet optimaliseren, maar verstandig zoeken

De meest directe intellectuele voorouder is Herbert Simon. Hij introduceerde bounded rationality en satisficing: mensen kunnen niet alle mogelijkheden kennen, vergelijken en doorrekenen. Daarom zoeken zij tot ze een bevredigende oplossing vinden. In zijn Nobellezing beschrijft Simon hoe zoekprocessen stoppen zodra een voldoende goede oplossing is gevonden. (NobelPrize.org)

Dat past bij daten:

  • niet duizenden profielen eindeloos vergelijken;
  • niet blijven hopen dat achter de volgende swipe de absolute top verschijnt;
  • maar bepalen welke kernvoorwaarden werkelijk belangrijk zijn.

Alleen gaat jouw top van de subtop een stap verder. Simon zegt vooral: eindeloos optimaliseren is onhaalbaar en duur. Jij zegt ook: De ogenschijnlijk beste optie kan door de concurrentie eromheen en haar geringe beschikbaarheid feitelijk een slechtere optie zijn. De winst van stoppen is bij Simon vooral minder zoekkosten. Bij jou verandert bovendien de kwaliteit van het gevonden evenwicht.

Toepassing op restaurants

Je kunt maanden wachten, reizen en betalen voor De Librije. Misschien is het eten technisch het beste. Maar je totale ervaring omvat ook:

  • reserveringsstress;
  • prijs;
  • hoge verwachtingen;
  • ceremonieel;
  • publiek dat mede voor de naam komt;
  • de druk dat het een onvergetelijke avond móét worden.

Een uitstekend onbekender restaurant kan culinair iets lager scoren, maar in totale ervaring hoger. Dat is niet simpelweg goed genoeg. Dat is mogelijk netto beter.


2. Sherwin Rosen: de economie van supersterren

Voor je muziekvoorbeeld is Sherwin Rosen bijna verplichte kost. In zijn klassieke artikel The Economics of Superstars analyseerde hij waarom kleine verschillen in waargenomen talent of kwaliteit kunnen leiden tot enorme verschillen in publiek, inkomen en marktaandeel. Moderne verspreidingstechnieken maken het mogelijk dat miljoenen mensen allemaal voor dezelfde uitvoerder kiezen. Daardoor stroomt een onevenredig deel van aandacht en geld naar een zeer kleine top. (UChicago Home)

Dat verklaart precies je concertobservatie. De absolute top-act biedt misschien:

  • de bekendste liedjes;
  • de grootste productie;
  • de hoogste technische standaard;
  • het verhaal dat je “erbij was”.

Maar je koopt tegelijk:

  • een stadion;
  • wachtrijen;
  • verkeersdrukte;
  • afstand tot het podium;
  • hoge prijzen;
  • een grotendeels voorspelbare set;
  • een publiek dat vaak vooral het merkteken consumeert.

Een band in de top van de subtop heeft minder sterrenstatus, maar biedt mogelijk:

  • muzikaal vakmanschap;
  • daadwerkelijk zicht op de muzikanten;
  • ruimte voor improvisatie;
  • een aandachtig publiek;
  • kans op ontdekking;
  • betaalbaarheid;
  • direct contact.

Rosen verklaart waarom iedereen naar de top wordt gezogen. Jouw strategie verklaart waarom de individuele bezoeker daar verstandig van kan afwijken. Dit levert een mooie paradox op: Juist doordat iedereen de beste act wil zien, wordt de ervaring van die beste act voor ieder afzonderlijk slechter. De kwaliteit van de artiest blijft hoog, maar de kwaliteit van toegang stort in.


3. Frank en Cook: winner-take-all als collectieve verspilling

Robert Frank en Philip Cook trekken Rosens redenering breder in The Winner-Take-All Society. Zij beschrijven markten waarin steeds meer deelnemers concurreren om steeds minder, maar grotere hoofdprijzen. Niet alleen muziek en sport, maar ook bedrijfsleven, recht, media en onderwijs krijgen het karakter van een toernooi. Dat kan veel talent en energie naar de topwedstrijd trekken, terwijl de maatschappelijke opbrengst daarvan gering is. (books.google.de). Hiermee kom je bij de jonge werknemer die zegt: Waarom zou ik afdelingsmanager worden voor driehonderd euro netto extra, als ik er personeelstekorten, beoordelingsgesprekken, vergaderingen en permanente bereikbaarheid bij krijg? Vanuit het bedrijf bekeken is promotie de prijs. Vanuit het werkelijke leven bekeken moet je ook rekenen met:

  • verloren autonomie;
  • verantwoordelijkheid zonder volledige zeggenschap;
  • conflicten van boven én beneden;
  • minder inhoudelijk werk;
  • mentale beschikbaarheid buiten werktijd;
  • risico dat je bij reorganisaties als eerste zichtbaar bent.

De medewerker ontdekt dat de organisatie een statusladder aanbiedt, terwijl hij zelf een welzijnscurve heeft. Die twee lopen niet gelijk. Een mogelijke nieuwe term: De promotieval: Het punt waarop de formele stijging in status en inkomen kleiner wordt dan de informele stijging in gedoe, aansprakelijkheid en verlies aan vrijheid. Veel organisaties doen alsof iedere competente medewerker vanzelf omhoog wil. Maar een verstandige medewerker kan juist kiezen voor:

  • senior vakman;
  • projectleider zonder lijnverantwoordelijkheid;
  • specialist;
  • informele vraagbaak;
  • kleine zelfstandige;
  • vier dagen werken.

Dat kan de top van de professionele subtop zijn: aanzien, autonomie en interessante taken, zonder de volledige managementmachine.


4. Lazear en Rosen: organisaties bouwen bewust een promotietoernooi

Edward Lazear en Sherwin Rosen analyseerden organisaties als rank-order tournaments. Een groot salarisverschil tussen functieniveaus hoeft niet alleen de hogere productiviteit van de winnaar te weerspiegelen. De hoofdprijs wordt ook groot gemaakt om alle deelnemers harder te laten rennen. (JSTOR). Dat is een belangrijk aanvullend inzicht bij jouw jonge werknemer. De managementfunctie is niet uitsluitend een baan. Zij is ook het lokaas dat de organisatie gebruikt om:

  • competitie te organiseren;
  • inzet af te dwingen;
  • werknemers zichzelf te laten selecteren;
  • ambitie zichtbaar te maken;
  • loyaliteit te belonen.

De werknemer die zegt “laat maar” stapt gedeeltelijk uit dat toernooi. Hij weigert zijn leven te organiseren rond een prijs waarvan de netto-opbrengst twijfelachtig is. Dat lijkt op je datingboek:

  • de absolute top trekt de meeste jagers;
  • de concurrentie verhoogt de investeringen;
  • de kans op wederkerigheid daalt;
  • het najagen zelf wordt bewijs van ambitie;
  • niemand rekent nog rustig uit wat de hoofdprijs werkelijk oplevert.

De top van de subtop is daarmee ook een anti-toernooistrategie. Je verlaat niet de markt. Je verlaat alleen het drukste deel van de markt.


5. Fred Hirsch: positionele goederen en opstopping

Fred Hirsch is misschien inhoudelijk de beste match met jouw voorbeelden. In Social Limits to Growth introduceerde hij de analyse van positionele goederen: goederen waarvan de waarde mede voortkomt uit schaarste en uit de positie die zij hun gebruiker verschaffen. Niet iedereen kan een eliteplaats, prestigebaan of exclusieve ervaring hebben, omdat exclusiviteit juist verdwijnt wanneer zij algemeen toegankelijk wordt. (Routledge). Daarmee verklaart Hirsch waarom “de beste” bestemming vaak verstopt raakt. Denk aan:

  • de mooiste woonwijk;
  • de beste school;
  • het beroemdste restaurant;
  • het meest authentieke vakantieoord;
  • de aantrekkelijkste partner;
  • het hoogste functieniveau.

Zodra iedereen dezelfde ranglijst volgt:

  1. stijgt de prijs;
  2. neemt de concurrentie toe;
  3. ontstaan wachtrijen en selectieprocedures;
  4. verdwijnt een deel van de oorspronkelijke kwaliteit;
  5. wordt de naam belangrijker dan de inhoud.

Dat is precies wat jij bij muziek en restaurants beschrijft. Het product bestaat niet meer alleen uit eten of muziek. Het wordt een toegangsbewijs tot een positie. En daar ontstaat ruimte voor de subtopstrategie: Zoek wat inhoudelijk al heel goed is, maar nog niet volledig door positionele concurrentie is overgenomen. Een klein concert is aantrekkelijk zolang het nog geen statusspektakel is geworden. Een goed restaurant is prettig zolang het nog niet hoofdzakelijk wordt geboekt omdat iedereen weet dat het goed is.

De paradox van ontdekking

Er zit wel een tragiek in:

  1. mensen ontdekken een kleine zaal, band of restaurant;
  2. ze vertellen dat het “een verborgen parel” is;
  3. de reputatie groeit;
  4. prijzen en drukte stijgen;
  5. de oorspronkelijke ervaring verdwijnt;
  6. de vroege bezoekers zoeken opnieuw een subtop.

De subtop is dus geen vaste verzameling plekken. Het is een bewegende grens vóór de massale ontdekking.


6. Veblen: we consumeren niet alleen kwaliteit, maar ook reputatie

Thorstein Veblen beschreef met conspicuous consumption dat mensen dure en zichtbare goederen mede consumeren om status uit te drukken. De prijs en exclusiviteit zijn dan niet alleen nadelen, maar juist onderdelen van de aantrekkingskracht. (Project Gutenberg). Dat helpt je restaurantvoorbeeld te ontleden. Bij een beroemd driesterrenrestaurant koop je verschillende producten tegelijk:

  • eten;
  • bediening;
  • een verhaal;
  • erkenning van kenners;
  • een zeldzame reservering;
  • iets dat je later kunt vertellen;
  • sociale positionering.

Daarom is de vergelijking “elders kan ik voor een fractie ook uitstekend eten” economisch correct maar sociologisch onvolledig. De andere klant koopt misschien helemaal niet primair voedsel. Hij koopt bewijs dat hij toegang had. Hetzelfde geldt voor:

  • front-row tickets;
  • een topfunctie;
  • een bekende partner;
  • een eliteopleiding;
  • een exclusief vakantieoord.

Jouw top-van-de-subtopstrategie begint daarom met een ongemakkelijke vraag: Wil ik de ervaring, of wil ik kunnen zeggen dat ik de hoogste versie van die ervaring heb gehad? Dat is bijna een Veblen-test.


7. Tibor Scitovsky: tussen verveling en overprikkeling

Tibor Scitovsky is een verrassend bruikbare bron. In The Joyless Economy maakt hij onderscheid tussen comfort en stimulering. Mensen hebben niet alleen rust nodig, maar ook nieuwheid, uitdaging en ontdekking. Tegelijk kan de gemakkelijke consumptie van bekende prikkels arm en onbevredigend worden. (Google Books). Dit past uitstekend bij jouw muzikale sweet spot:

  • schoolbandje: mogelijk te weinig kwaliteit of stimulering;
  • megaster in stadion: enorme prikkel, maar weinig intimiteit en ontdekking;
  • sterke band in kleine zaal: voldoende kwaliteit én voldoende verrassing.

De top van de subtop combineert:

  • herkenning zonder totale voorspelbaarheid;
  • kwaliteit zonder steriliteit;
  • verrassing zonder amateurisme;
  • nabijheid zonder massaliteit.

Scitovsky zou vermoedelijk zeggen dat de onbekendere band een actievere vorm van genieten vraagt. Je moet werkelijk luisteren. Bij de megaster consumeer je voor een deel iets dat al door de hele cultuur is voorverteerd en goedgekeurd. Dat geeft een mooie formulering: De absolute top levert zekerheid over de kwaliteit; de top van de subtop levert ruimte voor ontdekking. En ontdekking kan een belangrijk onderdeel van de kwaliteit zelf zijn.


8. Yerkes en Dodson: de omgekeerde U

De psychologische Goudlokje-variant is de bekende omgekeerde U: te weinig spanning geeft verveling, te veel spanning geeft stress en slechter functioneren; ergens daartussen ligt een optimale activeringszone. De oorspronkelijke relatie komt van Yerkes en Dodson, al is de populaire algemene toepassing breder dan hun oorspronkelijke experiment. (psychclassics.yorku.ca). Dat model kun je rechtstreeks projecteren op je voorbeelden:

Te weinigSweet spotTe veel
saaie baanuitdagende specialistische baanmanagementstress
schoolbandjesterke band in kleine zaalmegaconcert
middelmatig eetcaféuitstekend onbekend restaurantculinaire bedevaart
geen aantrekkingskrachtwarme aantrekkelijke wederkerige partneronbereikbare droompartner
isolementbetekenisvolle relatie met ruimteverstikkende totale versmelting

De interessante stap is dat kwaliteit geen rechte stijgende lijn is. Meer status, spanning, publiek, verantwoordelijkheid of perfectie kan eerst positief zijn en daarna negatief worden.


9. Richard Easterlin: meer wordt de nieuwe norm

Richard Easterlin onderzocht de ingewikkelde relatie tussen inkomen en geluk. Een belangrijk mechanisme in zijn werk is dat aspiraties meegroeien met inkomen: wat eerst luxe was, wordt later normaal, waardoor het extra geluk deels verdampt. Over de sterkte en universaliteit van de Easterlin-paradox bestaat wetenschappelijk debat, maar het aspiratie- en vergelijkingsmechanisme blijft relevant. (Take Charge Today). Dit verklaart waarom de jacht op de top zichzelf niet beëindigt.

  • Je wordt manager.
  • Vervolgens vergelijk je je met de regiomanager.
  • Je bezoekt een sterrestaurant.
  • Daarna wil je het restaurant met drie sterren.
  • Je ziet een grote band.
  • Vervolgens moet je VIP of backstage.
  • Je date een aantrekkelijke vrouw.
  • Daarna zie je online altijd iemand die nóg aantrekkelijker lijkt.

De top schuift mee. De subtopstrategie doorbreekt dat door niet te vragen: Wat is hoger? maar: Wanneer is mijn leven werkelijk beter?


De rode draad door jouw voorbeelden

Je voorbeelden hebben allemaal dezelfde structuur.

De zichtbare ranglijst

De markt geeft ons één simpele meetlat:

  • salaris;
  • sterren;
  • bezoekersaantallen;
  • schoonheid;
  • Michelinstatus;
  • functietitel;
  • bekendheid.

De verborgen rekening

Maar de werkelijke ervaring hangt ook af van:

  • tijd;
  • stress;
  • afstand;
  • aandacht;
  • autonomie;
  • wachtrijen;
  • wederkerigheid;
  • verrassing;
  • publiek;
  • prijs;
  • menselijke schaal.

De vertekening

Omdat de eerste meetlat zichtbaar en deelbaar is, wint zij het van de tweede. “Ik was bij Taylor Swift” is eenvoudig over te brengen. “Ik hoorde in een zaaltje van 180 mensen een onbekende band die die avond werkelijk iets bijzonders deed” vraagt een verhaal. Het levert minder directe status op, maar mogelijk meer ervaring.


Wat jouw concept toevoegt

Ik zou je concept nu zo positioneren:

Simon

Stop met eindeloos zoeken naar het perfecte.

Rosen

De markt concentreert overdreven veel aandacht bij supersterren.

Hirsch

Die concentratie veroorzaakt schaarste, concurrentie en opstopping.

Veblen

Een deel van de aantrekkingskracht bestaat uit status, niet uit gebruikswaarde.

Scitovsky

De rijkste ervaring ligt vaak tussen verveling en overprikkeling.

Jouw top van de subtop

Zoek doelbewust vlak onder de overgewaardeerde en overbeviste top, waar de inhoud al hoog is maar de bijwerkingen nog beperkt zijn.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*