835 Van werk naar kerk (5): diagram RSD, zo zijn we terecht gekomen in een papieren leefwereld waar ‘echt werk’ niet meer telt
Stiekem even tussendoor, tijdens de pauze zeg maar … Een concrete aanleiding en verwondering, dus helemaal vanuit mezelf, niks geen artikel of externe bron, sec. Dit weekend een prachtig en uniek bezoek mogen afleggen aan museum Boijmans in Rotterdam. Het hele spul wordt verbouwd en gerestaureerd en het is nog lang niet klaar (oplevering eind 2030 verwacht). De club ‘Parfum de Boem boem’ heeft het voor elkaar gekregen om ons gewone burgers onder begeleiding een tour te laten maken door de ingewanden van het van asbest ontdane museum. Wat een prachtig en enorm indrukwekkend gebouw is dit, geweldig houtwerk en metselwerk. Wat is als econoom dan altijd weer denk: hoe kan zoiets groots en duurs gebouwd worden, wie betaalt dat en hoe kan dat uit? Cultuurbarbaar ongetwijfeld. Je kunt zoiets alleen maar bouwen als er sprake is van een economisch surplus, je moet tijd en middelen overhouden naast de basale voorzieningen. Ik denk dan ook altijd aan de grote piramides en kathedralen die in tijden van armoede toch gewoon werden gebouwd. Verklaring is simpel: slavenarbeid of varianten daarvan. Een kleine elite roomde de boel af, nam het eigenaarschap over, eigende zich het surplus toe en ga zo maar door. Paradoxaal genoeg is het in deze tijden van veel grotere surplussen juist minder makkelijk om zulke enorme bouwwerken neer te zetten. Omdat mensen nu meer krijgen betaald, slavenarbeid in die zin niet meer bestaat, nou ja hier in Europa althans, nou ja dan toch in ieder geval anders dan toen.
Maar nog steeds krijgen de bouwvakkers of handwerkslieden minder betaald dan de beslissers en surplus-naar-zich-toe-trekkers. En dat is best raar, want zonder vakmensen (iedereen die een rol speelt bij de productie van eten en onderdak) kunnen we niet, terwijl we wel zonder beslissers en surplus-opslokkers kunnen. Dus hoe zit dat dan? Hoe heeft het zover kunnen komen, welke stappen zijn er gemaakt? Het is eigenlijk het 123 van de economie, die toch niet in de economieboekjes staat. Ik kan het me niet herinneren in ieder geval. Een iets ander maar gerelateerde ervaring, ook dit weekend, was mijn bezoek aan de voorstelling ‘Klei’ op de Bossche parade in de Brabanthallen. Ook daar vroeg ik me tijdens het bekijken van de in de modder woelende performers af, wie betaalt dat allemaal, hoe komt zoiets tot stand, van welk surplus gaat dat af en dan heb ik het nog niet over de paar honderd bezoekers die er inclusief reizen in totaal zo’n 1.000 uur aan kwijt zijn. Ja, een echte cultuurbarbaar, voor mij was het een kwelling en niet alleen omdat het in de plastic jasjes (voor het spatten van de klei) met deze hitte niet uit te houden was. Ik verbaas me dan over de prachtige interpretaties en zingevingen en duidingen van een paar mensen die in de klei rollen. Het is mij allemaal volledig ontgaan, wat was ik blij dat ik weer in de buitenlucht stond.
Anyways, voor mij was deze exercitie die ik ‘van werk naar kerk’ noem een thuiskomen. Als econoom moet dit voor mij niks nieuws zijn, maar zo voelt het niet. Eindelijk heb ik iets in handen waar ik al jaren naar zocht. Het ontstaan van surplus, van onrecht zo je wilt, in stappen uitgelegd. Voor leken te volgend, denk ik. Een onderbouwing van de verhalen van macht en rijkdom van mensen als Jos (JvH, @kanttekeningen). Eindelijk een hommage aan mijn overleden vader, die met zijn handen de houten betimmeringen deed van prestigieuze zeiljachten van voornamelijk Duitse miljonairs. Meer surplus-achtig kun je het niet krijgen! En veel thema’s komen terug in deze mini-reeks, zoals mijn verwondering hoe het kan dat we zoveel hoogopgeleiden (theoretisch geschoolden) hebben die meer verdienen terwijl we zonder de rapporten en adviezen zouden kunnen. Want wie vraagt er om die rapporten en wie is er bereid ervoor te betalen, hoe werkt dat? Alles komt weer neer op het ontstaan van dat surplus en wie het zich toe eigent of mag eigenen.
Ik heb 5 delen ‘van kerk naar werk’ gemaakt (na zorgvuldige redactie van de stapel output die de dialogen met AI met opleverde).
- Deel 1 is de herformulering van de verwondering, waar komt het surplus vandaan. Dus hoe kunnen we kerken bouwen als we niet eens genoeg hebben om iedereen te laten eten?
- Dan ga ik in deel 2 een klein economisch model ontwikkelen, we beginnen met de eisen of wensen die we in het model willen hebben.
- In deel 3 presenteer ik het economische model en het verschijnen van 5 fasen van ontwikkeling in de economie.
- In deel 4 presenteer ik een lijst met stellingen over afromen, surplus, afromen.
- In deel 5 presenteer ik een zgn RSD-diagram die de uitkomsten visueel weergeeft

Hier zien we ‘historisch’ ontstaan hoe we in deze papieren werkelijkheid terecht zijn gekomen. Vanuit de verwondering dat ‘hoe kan het toch dat echt belangrijk werk waar we niet zonder kunnen lager wordt betaald en gewaardeerd dan het papierwerk waar we vaak zonder kunnen?’. Mooi vind ik de omgekeerde wereld die ontstaat in de 2e fase. Natuurlijk kan papierwerk iets toevoegen, mits daar door de surplus-producenten om gevraagd wordt. Zo van: als jij deze boel nu eens regelt en bijhoudt dan levert dat voor ons als geheel meer op. Op het moment echter dat je ‘papier’ een vergoeding toekent, dan gaat het een eigen leven leiden, je zit bovenop de materie en beslissingen en krijgt het overzicht. Het heeft te maken met wat in de economie ‘agency costs’ wordt genoemd. Iemand zou weer moeten controleren of die papieren activiteiten nog echt een doel dienen. Maar ja, dan krijg je dus nog meer regels en papier en het hek is van de dam. Zo ontstaat een grotere sector die in staat is dat originele surplus zich toe te eigenen en zo de opmaat vormt voor een financieel systeem waarin surplus ook tijdelijk uitgeleend kan worden. Zo ontstaat bijna automatisch en vanzelfsprekend een crowding out van het origineel zo waardevolle en onmisbare werk. Papier bepaalt wat fysiek mag en kan doen tegen een lagere vergoeding. Daar worden kerken en musea van betaald. Hier nu lekker een indoctrinatie filmpje van maken voor alle kinderen in het basisonderwijs! (waardoor nog meer dan nu iedereen denkt: als de wiedeweerga zorgen dat ik een diploma in iets theoretisch krijg dan kan ik lekker meedraaien in deze carrousel).
Merk op dat het in onze praktijk misschien allemaal wel meevalt. Bedenk dan wel dat veel fysiek werk ofwel via goedkope productie van elders komt danwel hier ter plekke wordt gedaan door goedkope import-arbeid. Zo ontstaat een getrapte papier-economie van afschuiven en verplaatsen naar de lager gelegen delen.