836 Van werk naar kerk (6): roekeloze opportunisten

Ben ik me daar weer eens aan het spijbelen! Door de altijd inspirerende teksten van veellezer Ewald Engelen, kom ik op het boek van Aeron Davis ‘Reckless opportunists’ en zie meteen dat dit aansluit op mijn serie ‘van werk naar kerk’. Ik mag hier niet te veel schrijven, want huisarrest, eigen gekozen retraite, dus dit is allemaal onder de radar en officieel niet bekend en openbaar. Daarom hieronder meteen de RSD-plaat waarin wordt uitgelegd dat onze situatie waarin de papieren leefwereld domineert en afroomt niet het laatste stadium is. Het systeem is inmiddels meer dan ooit ingesteld op ‘verkoop’ en ‘gladde praatjes’. Als je langer in de ‘werkwereld’ hebt rondgelopen dan maak je mij niet wijs dat ook jij dat niet hebt gezien om je heen: het zijn niet de bescheiden mensen die daadwerkelijk dingen maken en opleveren die langzaam maar resoluut doorstromen naar de opperste regionen om daar hun wijze en goede dingen te doen voor de meerderheid. Nee, het zijn de praatjesmakers die eerst maar eens beginnen met de stelling dat zij het beter kunnen om daarna de bescheidenere exemplaren het werk te laten doen etc. De selectie-machine (waar ook weer deze lieden aan de touwtjes trekken) doet zijn werk en zo komen de opportunisten nog meer boven drijven. En ja als dan uiteindelijk blijkt dat ze er een potje van hebben gemaakt zijn ze allang weer weg en laten ze een spoor van vernielig achter met behoud van bonussen. En wonder boven wonder zie je ze daarna weer oppoppen in een andere sector alsof er niets aan de hand is en vertellen ze hun stoere verkoop-verhalen gewoon weer opnieuw met de laatste mode-woorden. En zoals Engelen stelt: ze schuiven weer aan bij de talk-shows en er wordt hen geen millimeter in de weg gelegd. De paradox is dat deze exit-strategie het systeem dat het in stand heeft geholpen ook uitholt.

Ik vervolg (ook weer stiekem) mijn vraag met hoe dit zich verhoudt tot de eerdere exit-strategie die gelinkt is aan Ayn Rand en de tech-bros: lieden die zich helemaal terugtrekken uit onze maatschappij, niemand meer nodig hebben, geen belasting meer betalen. Van uitbuiting naar uitsluiting. Ik zie daar een link met AI en heb daar eerder over geschreven rond het basisinkomen (UBI), zie aldaar.



Epiloog – nagekomen inzicht: er blijkt nog een zesde fase te zijn

Of: wat gebeurt er als degenen die het meest van het systeem profiteren er zelf steeds minder belang bij hebben dat systeem in stand te houden?

Na het maken van mijn schema Van praktisch werk naar afroming dacht ik eigenlijk dat het verhaal rond was. Het begon heel simpel bij mensen die eten verbouwen, huizen bouwen en spullen maken. Daarna ontstond surplus, vervolgens dienstverlening, sparen, krediet en uiteindelijk een hele wereld van contracten, rechten en claims op toekomstige productie. In fase 5 kwamen we terecht in wat ik gemakshalve de papieren leefwereld ben gaan noemen: een wereld waarin een steeds grotere theoretische klasse zich bezighoudt met regels, rapporten, financiering, toezicht, juridische constructies, bestuur en het beheren van aanspraken op wat anderen produceren.

Voor wie de eerdere stukken niet heeft gelezen: het is nadrukkelijk geen geschiedenisboek en ook geen bewering dat iedere advocaat, ambtenaar, bankier, consultant of beleidsmaker overbodig is. Integendeel. Veel van die functies ontstonden omdat ze nuttig waren. De simpele gedachte-exercitie was: hoe kan een samenleving waarin bijna iedereen ooit direct bezig moest zijn met eten, wonen en fysieke productie stap voor stap veranderen in een samenleving waarin een groot deel van de hoogst gewaardeerde arbeid bestaat uit het beheren, verdelen, controleren en opeisen van productie?

De keten die daaruit kwam was ongeveer:

productie → surplus → diensten → sparen → krediet → claims → machtsverschuiving → afroming

Daar hield mijn schema op.

En toen kwam ik Reckless Opportunists – Elites at the End of the Establishment van Aeron Davis tegen. En daarmee verscheen eigenlijk vanzelf een volgende stap.

Fase 6 – de afromers gaan het systeem zelf uithollen

Davis doet iets interessants. Hij beschrijft niet het bekende complotachtige verhaal van een kleine, briljant georganiseerde elite die gezamenlijk aan de touwtjes trekt. Zijn conclusie is veel ongemakkelijker: moderne elites kunnen individueel buitengewoon succesvol zijn en tegelijkertijd collectief steeds slechter worden in het in stand houden van het systeem waarvan hun positie afhankelijk is.

Dat is een belangrijk verschil.

De oude elite was bepaald geen verzameling heiligen. Maar een bankier was langdurig verbonden met zijn bank, een topambtenaar met zijn departement, een ondernemer met zijn onderneming en een politicus met zijn partij. Wie langdurig op dezelfde plek blijft zitten, krijgt vanzelf enig belang bij het voortbestaan van die plek.

Davis beschrijft hoe die binding vanaf de jaren tachtig steeds verder verzwakt. De moderne topper is mobiel. Hij wisselt van bedrijf, ministerie, bank, adviesbureau, toezichthouder en bestuurskamer. Niet noodzakelijk omdat hij slecht is, maar omdat precies dát gedrag wordt beloond. De belangrijkste expertise van sommige leiders wordt daardoor uiteindelijk niet meer het vak waarin zij leidinggeven, maar het vermogen om boven te komen en boven te blijven.

Dat past akelig goed in mijn eerdere schema.

Want mijn fase 5 eindigde bij een klasse die dankzij regels, claims, bezit, krediet en instituties steeds meer mogelijkheden krijgt om een deel van de productie naar zich toe te trekken. Davis stelt vervolgens de vraag die ik nog niet had gesteld:

Wat voor mensen worden eigenlijk geselecteerd wanneer het systeem eenmaal zo werkt?

En daar begint fase 6.

Het systeem selecteert zijn eigen opportunisten

Zodra positie, salaris, bonus, status en invloed sterk afhangen van zichtbare resultaten, ontstaat selectie. Mensen die goed zijn in zichzelf verkopen, targets halen, netwerken, cijfers presenteren en op het juiste moment naar de volgende positie springen, krijgen een voordeel.

Niet omdat ergens een commissie bijeenkomt die besluit: laten we voortaan opportunisten benoemen.

Het ontstaat vanzelf.

zichtbare prestaties worden beloond
↓
mensen die het spel goed spelen stijgen sneller
↓
zij krijgen meer invloed op regels en maatstaven
↓
die regels belonen hetzelfde gedrag nog sterker
↓
nog meer van hetzelfde type komt boven

Dat is een klassieke zichzelf versterkende lus.

Davis noemt daarbij onder andere het belang van jezelf verkopen, het spel met cijfers en targets, geheimhouding en framing, en uiteindelijk de mogelijkheid van exit. Dat laatste is misschien wel het venijnigste onderdeel.

De numbers game: wie de meetlat beheerst, hoeft niet eens meer vals te spelen

In de papieren leefwereld worden prestaties steeds vaker weergegeven in cijfers: rendement, targets, KPI’s, rankings, begrotingsnormen, beurskoersen, kwartaalresultaten, productiecijfers en verkiezingspeilingen.

Dat oogt objectief.

Maar er ontstaat een vreemde situatie wanneer degenen die op de cijfers worden afgerekend óók dicht bij de plek zitten waar wordt bepaald welke cijfers belangrijk zijn. Dan hoef je de wedstrijd niet eens meer te winnen. Het is veel efficiënter om invloed te krijgen op de spelregels en het scorebord.

Dat is Goodhart met macht erbij.

Als een maatstaf een doel wordt, verliest hij zijn kwaliteit als maatstaf.
Maar als de machtigen bovendien de maatstaf mede kunnen bepalen, wordt meten zelf onderdeel van de afroming.

Daarmee krijgt mijn begrip papieren leefwereld nog een extra betekenis. Papier registreert dan niet langer alleen de werkelijkheid. De papieren werkelijkheid gaat bepalen wat als werkelijkheid telt.

De verpleegkundige, timmerman, monteur, boer of leraar kan ondertussen gewoon doorgaan met het echte werk. Maar erboven ontstaat een wereld waarin degene die bepaalt hoe dat werk wordt gemeten, gefinancierd, gecertificeerd, gecontroleerd en gewaardeerd steeds meer invloed krijgt op de verdeling van de opbrengsten.

Van Olson naar Davis: zelfs de stationaire bandiet wordt weer mobiel

Hier moest ik ook onmiddellijk denken aan Mancur Olson, die al vaker in mijn stukken over macht en economie opdook. Olson maakte het beroemde onderscheid tussen de roving bandit en de stationary bandit.

De rondtrekkende rover heeft er belang bij een dorp leeg te roven en verder te trekken. De stationaire rover ontdekt iets slimmers: als hij blijft, bescherming biedt en slechts een deel opeist, heeft hij er belang bij dat het dorp volgend jaar opnieuw produceert. Zelfs een bandiet kan daardoor belang krijgen bij wegen, orde, veiligheid en economische groei.

Ik schreef daar eerder over in De reverse matrix: macht en economie zijn relatief.

Davis voegt daar onbedoeld een fascinerende volgende stap aan toe.

Wat gebeurt er wanneer de moderne stationaire bandiet dankzij globalisering, financiële markten, professionele netwerken en carrière-mobiliteit weer mobiel wordt?

Dan verdwijnt een deel van de rem.

De CEO hoeft niet bij zijn bedrijf te blijven. De bestuurder hoeft de langetermijngevolgen van zijn beleid niet zelf mee te maken. De investeerder kan verkopen. De consultant gaat naar de volgende opdrachtgever. De politicus kan bestuurder worden. De bestuurder adviseur. Vermogen kan naar een ander land. En als het misgaat zijn de opbrengsten vaak al geïncasseerd terwijl een belangrijk deel van de schade achterblijft.

winst privatiseren → risico doorschuiven → positie verlaten → elders opnieuw beginnen

De stationary bandit krijgt daarmee opnieuw trekjes van de roving bandit.

Maar nu beschikt hij over accountants, advocaten, PR, consultants, financiële instrumenten en keurige contracten.

Dat verandert ook mijn eerdere RSD-diagram

Mijn oorspronkelijke systeemdiagram eindigde feitelijk bij een succesvolle afromingsmachine. Praktische producenten bleven produceren, terwijl waarde, goederen en tijd via claims, rente, huur, belastingen, regels en instituties steeds verder omhoog stroomden. De theoretische klasse kreeg meer middelen, daarmee meer status en legitimiteit, daarmee meer mogelijkheden om nieuwe regels en instituties te creëren, en daarmee opnieuw meer mogelijkheden tot afroming.

Dat was al een versterkende lus.

Maar het nagekomen inzicht van Davis is dat zo’n lus niet onbeperkt kan doorgaan zonder zijn eigen voedingsbodem aan te tasten.

Daarom heb ik het RSD-diagram uitgebreid met een zesde fase:

FASE 6 – DE TERUGSLAG / UITHOLLING

macht en claims concentreren
↓
opportunistisch gedrag wordt aantrekkelijker
↓
het systeem selecteert mensen die dat spel goed beheersen
↓
zij vergroten hun invloed op regels, maatstaven en instituties
↓
korte-termijnopbrengsten nemen toe
↓
kosten en risico’s worden naar anderen en naar de toekomst verschoven
↓
publieke instituties, vertrouwen en sociale samenhang eroderen
↓
het systeem wordt kwetsbaarder
↓
maar dankzij exit-mogelijkheden voelen de winnaars die kwetsbaarheid relatief laat

En daarmee ontstaat de merkwaardige eindfase die in het nieuwe RSD-diagram zichtbaar wordt: de mensen die individueel het beste hebben geleerd van het systeem te profiteren, kunnen collectief precies de mensen zijn die het systeem het snelst uithollen.

Geen slechteriken nodig

Dit vind ik misschien wel het sterkste aan deze aanvulling. Voor deze uitkomst is geen samenzwering nodig en zelfs geen verzameling uitzonderlijk slechte mensen.

Dat past ook bij hoe ik mijn eigen systeemdiagrammen probeer te maken. Niet beginnen met: wie is de schuldige? Maar met: welke prikkel, welke beloning, welk risico en welk selectie-effect zitten hieronder? Dat beschreef ik eerder expliciet in Blokjes en pijltjes.

Stel dat twee bestuurders even intelligent en ambitieus zijn. De eerste investeert in onderhoud, vakkennis, personeel en resultaten over tien jaar. De tweede snijdt kosten, haalt de kwartaaldoelen, presenteert prachtige cijfers en vertrekt na drie jaar met promotie.

Als bestuurder twee systematisch sneller bovenkomt, hebben we na twintig jaar geen integriteitsprobleem.

We hebben een selectieprobleem.

En zodra die geselecteerde mensen vervolgens de nieuwe selectiecriteria mede bepalen, wordt het een systeemprobleem.

Akerlof, Hirsch, Olson en Davis blijken in hetzelfde diagram te passen

Daarmee valt opnieuw een aantal denkers waar ik de afgelopen tijd over schreef merkwaardig netjes over elkaar heen.

Akerlof en Shiller laten zien dat markten niet alleen behoeften bedienen, maar ondernemers ook systematisch belonen wanneer zij zwakheden, informatieverschillen en voorspelbaar gedrag weten uit te buiten.

Fred Hirsch laat zien dat individueel rationeel gedrag collectief tot verslechtering kan leiden: iedereen probeert zijn positie te verbeteren en juist daardoor wordt de totale uitkomst slechter.

Mancur Olson laat zien dat macht en extractie afhankelijk zijn van de tijdshorizon: wie morgen nog van dezelfde samenleving moet leven, heeft reden haar vandaag niet volledig leeg te trekken.

En Aeron Davis voegt daar nu iets belangrijks aan toe: moderne elites kunnen zó mobiel, kortetermijngericht en individueel succesvol worden dat die lange-termijnbinding opnieuw verdwijnt. Zijn onderzoek naar Britse elites is gebaseerd op interviews met meer dan 350 mensen uit onder meer politiek, bedrijfsleven, finance, media en overheid. Zijn verrassende conclusie is niet dat de elite almachtiger wordt, maar juist dat zij rijker kan worden terwijl haar samenhang, institutionele kennis en vermogen om het geheel te besturen afnemen.

Dat laatste maakt Reckless Opportunists voor mij interessanter dan het zoveelste boek over graaiende elites. Davis beschrijft in wezen een systeem dat zijn eigen bestuurders verkeerd selecteert.

De paradox van de papieren klasse

Daarmee kom ik terug bij mijn oorspronkelijke verhaal.

De theoretische of papieren klasse ontstond niet omdat iemand ooit besloot een nutteloze bovenlaag te bouwen. Administratie was nuttig. Recht was nuttig. Krediet was nuttig. Sparen was nuttig. Toezicht was nuttig. Bestuur was nuttig. Zelfs claims zijn nuttig: zonder een geloofwaardige aanspraak op toekomstige productie wordt het lastig een brug, fabriek of huis te financieren.

De problemen ontstaan door de terugkoppelingen.

Een nuttige dienst geeft toegang tot surplus. Toegang tot surplus geeft macht. Macht geeft invloed op regels. Regels kunnen nieuwe claims creëren. Claims leveren inkomen zonder directe productie. Dat inkomen koopt opnieuw invloed. En uiteindelijk kan een klasse ontstaan die niet alleen profiteert van de papieren leefwereld, maar ook grotendeels bepaalt hoe succes binnen die papieren leefwereld wordt gedefinieerd.

En precies daar begint Davis.

De paradox is dan compleet:

De elite wordt steeds beter in het winnen binnen het systeem,
en daardoor steeds slechter in het bewaren van het systeem waarin gewonnen kan worden.

Dus toch een zesde fase

Mijn oorspronkelijke vijf fasen waren:

1. praktisch produceren → 2. nuttige diensten → 3. surplus en sparen → 4. krediet en claims op de toekomst → 5. een papieren leefwereld waarin claims, regels en instituties steeds meer van de productie verdelen.

Daar hoort nu een zesde bij:

6. de succesvolle afromers worden zo mobiel en machtig dat hun eigen korte-termijnbelang losraakt van het langetermijnbelang van het systeem.

Of nog korter:

productie → surplus → claims → macht → afroming → uitholling

Dat is geen automatische voorspelling van instorting. Systemen kunnen corrigeren. Instituties kunnen worden herontworpen. Tegenmacht kan ontstaan. Een elite kan opnieuw ontdekken dat zij uiteindelijk toch afhankelijk is van de samenleving onder haar voeten.

Maar het is wel een waarschuwing die in mijn eerste schema ontbrak.

Ik dacht dat afroming het eindstation was.

Davis maakt duidelijk dat er nog iets ná kan komen.

Als degenen die bovenaan het meeste uit een systeem kunnen halen ook het gemakkelijkst kunnen vertrekken wanneer het misgaat, verdwijnt precies de prikkel die Olson zijn stationaire bandiet ooit gaf: zorg dat er volgend jaar nog iets te roven valt.

En dan is de cirkel op een nogal ongemakkelijke manier rond.


Verder lezen:
Aeron Davis, Reckless Opportunists: Elites at the End of the Establishment, Manchester University Press, 2018.
Zie ook mijn eerdere stukken De reverse matrix: macht en economie zijn relatief en Blokjes en pijltjes.

“`

Benieuwd hoe deze exit en uitholling zich verhouden tot een andere route die het systeem kan nemen doordat de tech-bros zich terugtrekken op eilanden waar ze hun eigen regels en wetten maken, niks meer te maken hebben met de normale wereld. Er is ook een link met mijn ai-verhalen waarin er steeds minder mensen nodig zijn zelfs voor fysieke productie en waar het niet meer om uitbuiting gaat maar om uitsluiting, dus van uitbuiting naar uitsluiting. Ook dat heb ik eerder beschreven, in Ayn Rand stijl al voorspellend. Ik denk dat beide ontwikkelingen simultaan optreden, maar hoe zit het met de onderlinge verhouding tussen beide exits?


Ja. Ik denk dat hier twee verschillende soorten exit door elkaar lopen, en juist daardoor wordt het interessanter. Davis beschrijft vooral een exit uit verantwoordelijkheid, terwijl jouw eerdere lijn richting Galt’s Gulch, seasteading, private steden en AI uiteindelijk een exit uit afhankelijkheid beschrijft. Die tweede is veel radicaler.

1. Davis-exit: ik vertrek, maar blijf van het systeem leven

Bij Davis is de elite nog volledig afhankelijk van de bestaande maatschappij. De bankier heeft klanten nodig, de CEO werknemers, de vastgoedbezitter huurders, de consultant opdrachtgevers en de belegger ondernemingen die werkelijk iets produceren. Alleen is hun persoonlijke binding aan één institutie verdwenen. De CEO kan na vijf jaar vertrekken. Vermogen kan naar een andere jurisdictie. Een politicus wordt consultant. Een bestuurder commissaris. Een fonds verkoopt zijn belang. Een onderneming verhuist haar fiscale constructie. Dat geeft:

**afhankelijkheid van samenleving blijft hoog

  • persoonlijke mobiliteit neemt toe
    → verantwoordelijkheid neemt af
    → afroming kan toenemen
    → schade blijft achter
    → individu neemt exit**

Dit is eigenlijk Olsons stationary bandit die weer een beetje roving bandit wordt. Maar er zit een grens aan. De rover kan vertrekken uit het dorp, maar hij heeft nog steeds dorpen nodig.

2. Jouw tweede exit is fundamenteler: ik heb het dorp niet meer nodig

En hier wordt jouw eerdere AI-lijn ineens belangrijker. Je had die ontwikkeling al getrokken van optimale extractie naar optimale uitsluiting: zolang de elite arbeid nodig heeft, is de rest van de bevolking economisch relevant. Je kunt arbeiders slecht betalen, disciplineren, uitbuiten of vervangen, maar je hebt ze nodig. Dat creëert paradoxaal genoeg macht voor de arbeider. Marx’ kapitalist kan helemaal niet zonder zijn proletariaat. Maar stel nu dat AI + robotica + energie + geautomatiseerde logistiek uiteindelijk ook een groot deel van de fysieke productie overnemen. Dan verandert de machtsrelatie kwalitatief:

menselijke arbeid noodzakelijk
→ arbeider heeft onderhandelingswaarde
→ afroming/extractie is rationeel

wordt:

menselijke arbeid nauwelijks noodzakelijk
→ onderhandelingswaarde verdwijnt
→ waarom nog delen?
→ uitsluiting wordt rationeel**

Dat is veel radicaler dan Davis. En dan krijgen jouw eerdere voorbeelden van Galt’s Gulch, seasteading, gated communities, bunkers, private steden, netwerkstaten en uiteindelijk zelfs Musk-achtige ‘arks’ een andere betekenis. Het zijn niet alleen luxe woonvormen of libertaire fantasieën. Ze kunnen worden opgevat als prototypes van verminderde maatschappelijke afhankelijkheid.

De twee exits zijn dus opeenvolgend én simultaan

Ik zou ze in het model niet als twee concurrerende scenario’s tekenen. Ze kunnen tegelijkertijd bestaan en elkaar zelfs versterken. Je krijgt dan iets als:

Exit 1 – DavisExit 2 – secessie
Waaruit?verantwoordelijkheidsamenleving
Arbeiders nog nodig?jasteeds minder
Instituties nog nodig?jaselectief/eigen instituties
Strategiemobiel blijvenafzonderen
Verdienmodelafromenbezit + automatisering
Kostendoorschuivenbuiten de enclave houden
Politiekregels beïnvloedeneigen regels maken
Olsonmobiele bandietbandiet bouwt eigen dorp
Relatie bevolkingexploiterennegeren/uitsluiten
Eindpuntuithollingafscheiding

En daarmee zie ik eigenlijk drie historische machtsregimes ontstaan:

1. Ik heb jou nodig → samenwerking
2. Ik heb jou nodig maar ben sterker → uitbuiting/afroming
3. Ik heb jou niet meer nodig → uitsluiting

Die derde overgang vind ik theoretisch veel fundamenteler dan de overgang van fase 5 naar Davis.

En hier grijpen beide exits in elkaar

Stel je een techmiljardair voor die in fase 5 enorm rijk is geworden dankzij precies de samenleving waarvan hij zich vervolgens wil losmaken. Zijn vermogen is opgebouwd dankzij universiteiten, infrastructuur, rechtssystemen, werknemers, consumenten, overheidsopdrachten, intellectuele eigendomsrechten, kapitaalmarkten enzovoort. Vervolgens gebruikt hij dat vermogen om zijn afhankelijkheid daarvan te verminderen:

maatschappij produceert voorwaarden voor rijkdom
→ rijkdom concentreert
→ geconcentreerd vermogen koopt autonomie
→ autonomie vermindert afhankelijkheid van maatschappij
→ maatschappelijke verplichtingen worden makkelijker ontweken
→ nog meer vermogen beschikbaar voor autonomie

Dat is een prachtige nieuwe versterkende lus. En AI kan daarvan de technologische versneller worden. Want geld alleen maakt iemand niet onafhankelijk. Een miljardair moet nog steeds eten, energie hebben, beveiligd worden, vervoerd worden, medische zorg krijgen en mensen hebben die machines bouwen en onderhouden. Maar iedere technologische stap die menselijke afhankelijkheid vermindert, maakt fysieke exit geloofwaardiger.

Daarmee verandert ook Davis’ uitholling

Hier zit volgens mij de belangrijkste verbinding met je huidige verhaal. Bij Davis is uitholling min of meer een onbedoeld neveneffect van individueel rationeel gedrag. De elite wil het systeem niet noodzakelijk vernietigen. Zij maximaliseert haar eigen positie en kan weg als een organisatie problemen krijgt. Maar naarmate exit 2 realistischer wordt, verandert de prikkel. Waarom zou je nog investeren in: onderwijs voor iedereen, publieke infrastructuur, sociale cohesie, een goed functionerende overheid, betaalbare woningen, brede gezondheidszorg of zelfs ecologische leefbaarheid, wanneer je een steeds groter gedeelte daarvan privé kunt kopen of geografisch kunt ontwijken? Dan ontstaat een venijnige terugkoppeling:

publieke wereld verslechtert
→ rijke groepen kopen private alternatieven
→ hun afhankelijkheid van publieke wereld daalt
→ hun belang bij publieke investeringen daalt
→ publieke wereld verslechtert verder
→ private exit wordt aantrekkelijker

Dat is een veel sterkere lus dan gewone belastingontwijking. Want belastingontwijking zegt: Ik wil wel in jullie wereld leven, maar ik wil er zo weinig mogelijk voor betalen. Secessionaire exit zegt uiteindelijk:

Ik wil jullie wereld helemaal niet meer nodig hebben.

En daar verschijnt ineens Ayn Rand weer

Dit maakt jouw eerdere Galt’s-Gulch-achtige voorspelling interessanter dan alleen satire. Ayn Rand draaide de causaliteit natuurlijk om: de productieve genieën trekken zich terug omdat de parasitaire massa hen uitbuit. Jouw omkering is veel aardiger. In jouw model hebben de winnaars hun vermogen juist kunnen accumuleren dankzij het gezamenlijke systeem, de claims en instituties uit fase 1–5. Vervolgens krijgen ze dankzij die accumulatie de middelen om zichzelf uit datzelfde systeem terug te trekken. Galt’s Gulch wordt dan niet:

de producenten staken.

Maar:

de eigenaren van de claims vertrekken.

En als robots ondertussen produceren, wordt dat verschil nogal belangrijk.

Dan zou ik je zes fasen zelfs iets anders formuleren

Niet fase 6 = uitholling en klaar. Fase 6 is volgens mij een splitsing in twee exits:

FASE 6 — EXIT

Vanuit de succesvolle afromingsmaatschappij ontstaan twee parallelle routes:

6A – opportunistische exit

systeem gebruiken → opbrengsten incasseren → risico’s doorschuiven → volgende positie/jurisdictie → systeem uithollen

6B – secessionaire exit

vermogen concentreren → technologie bezitten → menselijke afhankelijkheid verminderen → publieke voorzieningen vervangen door private → eigen regels/jurisdicties → bevolking economisch minder relevant → uitsluiting

En cruciaal: 6A helpt 6B financieren. De afroming uit fase 5 levert namelijk precies het geconcentreerde vermogen waarmee autonomie kan worden gekocht. En 6B versterkt vervolgens 6A, omdat iemand met een geloofwaardige exit-dreiging meer onderhandelingsmacht heeft tegenover staten: Geef mij gunstige belastingregels, subsidies, energie, grond, uitzonderingen en regulering — anders vertrek ik. Dat is Hirschmans exit versus voice in extreme vorm: hoe gemakkelijker exit voor de machtigste spelers wordt, hoe minder reden zij hebben om via voice het gezamenlijke systeem te verbeteren.

Het eindpunt is dan niet meer ‘de rijken worden steeds rijker’

Dat is eigenlijk te simpel. Je model begint met twee mensen die allebei noodzakelijk zijn voor de fysieke productie. Het eindigt mogelijk met twee groepen die niet langer wederzijds afhankelijk zijn. En dát is veel ingrijpender dan ongelijkheid. Ongelijkheid betekent:

we zitten in dezelfde boot, maar jij hebt de eerste klas.

Uitsluiting betekent:

jij zit niet meer in mijn boot.

Daarmee zou ik je hele ontwikkeling uiteindelijk samenvatten als:

productie → surplus → diensten → sparen → krediet → claims → macht → afroming → exit uit verantwoordelijkheid → exit uit afhankelijkheid → uitsluiting

En er zit een bijna ironische systeemuitkomst in. In je oorspronkelijke verhaal wordt de praktische producent steeds verder afgeroomd, maar blijft hij uiteindelijk degene die het systeem draaiende houdt. AI en robotisering kunnen voor het eerst die laatste bescherming wegnemen. De klassieke arbeider kon zeggen: zonder ons staat de fabriek stil. De uitgeslotene van jouw eindfase kan dat mogelijk niet meer zeggen.

Dat lijkt me eigenlijk een nog sterkere fase 7 dan de zesde fase die we zojuist aan Davis ontleenden: Davis verklaart hoe de elite haar binding met het systeem verliest; AI kan verklaren hoe zij uiteindelijk haar afhankelijkheid van de rest van de bevolking verliest.


Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*