764 Bankmodel M3-P, elite, draaideuren en optimale extractie (9)

We komen nu tot de formulering van (in deze serie) het ‘eindmodel’ M3-P waar de P staat voor ‘papier-economie’. Eigenlijk gaat het niet meer om een bank sec (zo verliep de discussie en dialoog) maar om een grotere bredere sector waar papier wordt gemaakt, lees: regels bedacht, adviezen geschreven, controles gedaan, toezicht gehouden, beleid geformuleerd, kortom een steeds groter wordende sector die door hoger opgeleiden wordt gerund en waar niet per se toegevoegde waarde wordt geleverd, nou ja, anders in ieder geval. Waar ondertussen toch ‘geld’ wordt verdiend (en veel ook) dat ‘in the end’ toch omgezet moet worden in tastbare producten zoals woningen, auto’s en eten. Oftewel, sluipenderwijs gaat de papieren economie de fysieke economie overnemen en domineren en zo komen we weer op dat begrip ‘optimale extractie’ uit. Zo’n proces kan (in een gesloten economie althans) niet oneindig doorgaan omdat er bij teveel papier en regels niks meer overblijft om van te nemen of te extraheren. Iets van die beweging wil ik in dit model laten zien, denk aan de door de ‘elite’ en ‘papier-klasse’ gewenste verandering richting een meer duurzame wereld, bijvoorbeeld door een energie-transitie in te zetten, waarbij de ouderwets gemeten productiviteit omlaag gaat en de kosten omhoog. Die toegenomen kosten van de transitie worden dan bij voorkeur (deels) afgewenteld op de werkenden. En weer zie ik dat het allemaal wat dramatisch klinkt, maar zie de verhalen van Ewald Engelen en Jeanette van Dijk etc die in dit soort termen de problematiek schetsen. Voor optimale extractie als onderdeel van het model is het een brug te ver, we komen wel in de buurt door een ‘onrust-indicator’ in het model op te nemen. Als de onrust te groot wordt en de ‘pleuris’ uitbreekt, dan komt de transitie en extractie in gevaar en dat vormt ergens in het model een grens waar de wal het schip keert.


Het doel van de exercitie is om mijn visie in de blogs op een consistente economische manier modelmatig te illustreren. Het is een denkscenario en geen voorspelling of waarheid. We kunnen echter zo wel de consequenties van beleid nagaan. Neem bijvoorbeeld de maatregel om de banklicentie duurder te maken, zodat de overheid op die manier weer een deel van het afroom surplus terug brengt naar de werkenden, al is het maar om de onrust te beteugelen en zelfs in het belang van E elite. Zo zou je op termijn zelfs de optimale extractie kunnen berekenen, precies genoeg voor de vergunning vragen zodat de pleuris niet uitbreekt, uiteraard moet er dan ook iets van een onrust-indicator komen en dat gaat voor nu te ver, maar is een toekomst perspectief en motivatie dit soort modellen te maken.


Ik wil als tussenstap nog even terug naar de interpretatie. Als we omgekeerd nu eens een vermindering van de productiviteit nemen dus epsilon niet naar 0.26 maar juist omlaag naar 0.24. Dan wordt de productie dus lager en de bankensector juist groter, dat is iets wat ik beter kan doorvoelen. Neem als voorbeeld de kennistransitie, dat gaat gepaard met hogere kosten en lagere reguliere productie. We zien dat de kosten vooral neerkomen op de fysieke werkenden en lager betaalden. Dat de kletsende klasse zich kan verschonen van de nadelen omdat ze zelf aan het stuur zitten en bij papieren werk zitten. Ze kunnen zich indekken tegen de kosten en meer afromen bij de werkenden. De (optimale) extractie in werking plus morele superioriteit. We zouden dan de bankfunctie kunnen herinterpreteren als een slimme combi van bank en regelaars-werk waar het gaat om rapporten, commissies, politiek, marketing, reclame, advieswerk, regelgeving, mileu-controle etc kortom niet productief papieren werk, inclusief opleidingen, kennisinstellingen, commissies en raden. De marketing inspanningen zijn dan ook het werk van lobby in de politiek om milieu maatregelen te nemen, ook als de economie minder draait daardoor. Eigenlijk is dit overheid, maar je zou het als een proxy kunnen zien van papier-werk en de kletsende klasse. Het is een groot gebouw met een draaideur of twee ingangen, ofwel de bank ofwel het regelwerk met rapporten, ben je bij de ene klaar dan draai je door naar de andere kant van het gebouw. En dan is het werk ook logischer geworden, er gaat veel talent verloren aan regelwerk en lobbywerk om de eigen situatie te behouden en verbeteren. In de praktijk gaat het hier echter om een hoger aandeel in de economie misschien wel 25 procent of 10 als het om de echte harde kern gaat, maar hoger dan nu in de parameters zit. Bij dat scenario met deze uitleg kan ik nog beter mijn blogs-visie laten zien als logisch consistent geheel en heb ik M4 met woningen etc wellicht niet eens nodig. Het gaat om 1 steeds meer papierwerk door kleine invloedrijke W, en 2 bij het uitoefenen van hun hobbys komen de kosten bij de werkenden terecht en wordt afgeroomd icm morele superioriteit. Met de paradox dat de herverdeling en transitie feitelijk wordt gefinancierd door de onderkant van werkenden. Laten we terug gaan naar deze doelstelling en zo het model proberen in te zetten. Dus dit aspect nog eens langslopen analyseren, of het model dat kan laten zien, en dan naar een strakkere invulling van dat kernbegrip optimale extractie! En dan laten we M4 even voor wat het is.


M3-P: papiersector en optimale extractie

Dit blok werkt de gedachte uit dat de banksector in het model breder kan worden gelezen als een papiersector: finance, advies, toezicht, rapportage, commissies, lobby, marketing, regelgeving, kennisinstellingen en morele legitimering. De bedoeling is niet om een voorspelling te doen, maar om een denkscenario te bouwen dat mijn blogvisie economisch consistent illustreert.

Leeswijzer. In eerdere modelversies stond de bank centraal. In M3-P wordt de bank herlezen als onderdeel van een groter regel-finance-complex. Dat complex produceert weinig directe fysieke output, maar claimt wel een groeiend deel van de fysieke productie. Het model laat zien hoe dat kan via papierwerk, schuld, rente, beleidskosten en morele superioriteit.

1. De productiviteitsschok omlaag

Tot nu toe bekeken we vooral een positieve schok:

(1)ε: 0,25 → 0,26

Nu draaien we het om:

(2)ε: 0,25 → 0,24

Dat betekent niet per se dat de techniek letterlijk slechter wordt. Het betekent dat de netto-productiviteit van de fysieke sector daalt door transitiekosten, regels, rapportages, controles, duurdere energie, overlegcircuits, lobby en bureaucratische frictie.

Kernzin: ε staat hier niet alleen voor techniek, maar voor de effectieve productiviteit van de primaire economie na aftrek van papier-, transitie- en regelkosten.

2. Van banksector naar papiersector

In M2-v2 hadden we nog:

(3)lb = lserv + z

waarbij lserv gewone bankarbeid was en z marketing/complexiteit.

In M3-P wordt dit ruimer:

(4)lP = lF + lR + lM
TermBetekenis
lPtotale papierarbeid
lFfinanciële arbeid: banken, krediet, schuldbeheer, verzekeringen, vermogensbeheer
lRregel-, rapportage-, advies-, toezicht- en commissiewerk
lMmarketing, lobby, framing en morele legitimering

De oude banksector wordt daarmee onderdeel van een bredere papiersector:

financeregulationconsultancybeleidkennisinstellingenlobbymorele marketing

Het is het grote gebouw met twee draaideuren: ben je klaar bij de bank, dan draai je door naar toezicht, advies, commissie, subsidie, rapportage of opleiding. Economisch gezien gebruikt het allemaal schaarse arbeid en legitimeert het claims op fysieke productie.

3. De kern van M3-P

We onderscheiden twee groepen:

(5)W = werkenden / fysieke klasse
(6)E = elite / papieren klasse / aandeelhouders / regelaars

De fysieke productie is:

(7)Y = εF(K,lW)

Totale arbeid bestaat uit fysieke arbeid en papierarbeid:

(8)l = lW + lP

De papiersector verhoogt de fysieke productie niet rechtstreeks:

(9)∂Y/∂lP = 0

Dat betekent niet dat alle papierwerk nutteloos is. Het betekent alleen dat het model onderscheid maakt tussen arbeid die directe fysieke output maakt en arbeid die regels, claims, rapporten, financiering, toezicht en legitimering produceert.

4. De goederenmarkt blijft sluiten

De goederenmarkt blijft:

(10)Y = cW + cE + j

De totale koek wordt dus verdeeld over consumptie van werkenden, consumptie van de elite en investeringen. De verdelingsvraag wordt:

(11)Wie krijgt welk deel van Y?

5. Hoe komen de kosten bij werkenden terecht?

Kanaal 1: hogere prijzen

Regels, transitieverplichtingen en rapportagekosten verhogen de kosten van primaire productie.

(12)Py

Werkenden betalen dit via duurdere goederen.

Kanaal 2: lagere loonruimte

Als de primaire sector minder productief wordt of meer kosten draagt, komt de fysieke loonmassa onder druk te staan.

(13)PllW

Kanaal 3: schuld

Als werkenden hun consumptie niet volledig kunnen aanpassen, nemen zij schuld op.

(14)W = PycW + RCBW − PllW

In stationaire vorm:

(15)PycW = PllW − RCBW

De rentestroom is:

(16)RCBW

Deze stroom gaat naar banken, bezitters of papierinstellingen, en uiteindelijk naar E.

6. Morele superioriteit als modelvariabele

De papieren klasse doet niet alleen aan afroming, maar ook aan legitimering. Daarvoor introduceren we:

(17)m = morele legitimering / transitieverhaal / maatschappelijke noodzaak

Die legitimering verhoogt de grens waarbinnen extractie maatschappelijk nog wordt geaccepteerd:

(18)Ū = Ū(m),    met   Ū′(m) > 0
In gewone taal: hoe sterker het morele verhaal, hoe langer werkenden kosten accepteren voordat er onrust ontstaat.

De kletsende klasse kan zeggen: het moet voor het klimaat, veiligheid, inclusie, kwaliteit, professionalisering, toezicht of de toekomst. Ondertussen worden de kosten doorgeschoven naar de onderkant.

7. Productiviteitsdaling als transitiekostenscenario

De schok ε = 0,24 kan worden gelezen als:

(19)ε ↓ door transitie-, regel- en papierkosten

Dus niet: de techniek wordt slechter. Maar: de fysieke sector moet meer doen met minder ruimte, meer regels, meer controles en meer niet-productieve verplichtingen.

Het mechanisme wordt dan:

StapMechanisme
1ε daalt.
2Fysieke productie Y daalt.
3Goederen worden duurder of loonruimte daalt.
4Werkenden worden geraakt in koopkracht.
5De papiersector groeit: meer regels, rapporten, advies, toezicht, lobby en financiering.
6Werkenden houden consumptie deels op peil via schuld.
7Rentestromen en papieren inkomens stijgen.
8De elite beschermt zichzelf, omdat zij aan de stuurkant van het systeem zit.
9Morele legitimering dempt de onrust.
10Extractie loopt door tot net onder het punt waar het misgaat.

8. De nieuwe kernvergelijkingen

De fysieke productie:

(20)Y = εF(K,lW)

Arbeid:

(21)l = lW + lP

Papierarbeid:

(22)lP = lF + lR + lM

Papierkosten:

(23)CP = PllP

Werkendenbudget:

(24)PycW = PllW − RCBW − τWPllW + TW

Elite/papierbudget:

(25)PycE = Df + Db + RCBW + CP + τWPllW − TE

Schuldgrens van werkenden:

(26)BW ≤ χWPV(PllW)

Extractiegraad:

(27)X = [RCBW + τWPllW + CPdoorbelast] / [PllW]

In gewone taal: welk deel van het fysieke loon wordt afgeroomd via rente, kosten, regels en papier?

9. Onrustindicator

Voor later kunnen we sociale onrust definiëren als:

(28)𝓤 = a1[RCBW/(PllW)] + a2[BW/(PyY)] + a3[cE/cW] + a4(c̄W−cW)+ − a5m
TermBetekenis
RCBW/(PllW)rentelast als aandeel van het loon
BW/(PyY)schuldquote
cE/cWconsumptiekloof tussen elite en werkenden
(c̄W−cW)+tekort ten opzichte van sociaal minimum
mmorele legitimering die onrust dempt

10. Optimale extractie

Vanuit de elite/papierklasse:

(29)maxX cE

onder de beperking:

(30)𝓤 ≤ Ū

Dus:

Optimale extractie: zoveel mogelijk afromen uit de fysieke klasse, maar niet zoveel dat het systeem politiek of sociaal instabiel wordt.

Vanuit systeembeheer of overheid:

(31)maxτL,TW systeemstabiliteit

waarbij:

(32)τL = licentieheffing op bank-/papierprivilege
(33)TW = terugsluis naar werkenden

De overheid kan dan een deel van het afroom-surplus terugsluizen:

(34)TW = τLGW

De scherpe formule wordt:

(35)X* = max X   zodat   𝓤(X,m,TW) ≤ Ū

11. Wat verwachten we bij ε = 0,24?

VariabeleVerwachte bewegingInterpretatie
Yomlaagfysieke sector produceert minder
Pyomhooggoederen worden schaarser of duurder
PllWomlaag / onder drukloonruimte fysieke arbeid daalt
cWomlaagwerkenden betalen de rekening
BWomhoogconsumptie wordt deels met schuld overeind gehouden
RCBWomhoogrentestroom naar papierklasse stijgt
lPomhoogmeer rapporten, advies, regels, lobby en finance
cEstabiel of omhoogelite schermt zich af
𝓤omhoogonrust stijgt, tenzij legitimering of transfers dempen
momhoogsterker moreel verhaal nodig
TWmogelijk omhoogafkoop van onrust

12. De paradox

De transitie wordt moreel verkocht als bescherming van de onderkant of van de toekomst, maar de kosten worden gedragen door de fysieke werkenden, terwijl de papieren klasse inkomens, posities en morele status opbouwt.

Of nog scherper:

(36)De onderkant betaalt de morele superioriteit van de bovenkant.

Daarmee wordt zichtbaar wat het model moet illustreren: de economie draait fysiek minder goed, maar de papiersector groeit. Problemen worden niet opgelost door minder papier, maar juist door meer overleg, rapporten, toezicht, programma’s, commissies, adviseurs, opleidingen, transitieplannen, subsidies en controles.

13. Conclusie

Het model kan deze blogvisie laten zien als we de banksector ruimer herinterpreteren als papiersector. Dat is geen breuk met het oorspronkelijke proefschriftmodel, maar een verbreding ervan. In 1991 werd de bank gemodelleerd als onderneming die krediet/geld maakt. In M3-P wordt die gedachte uitgebreid naar een bredere moderne elite die verdient aan het organiseren, reguleren, legitimeren en financieren van complexiteit.

Slotformule:
Dalende netto-productiviteit + groeiende papiersector + schuld van werkenden + morele legitimering + net-genoeg compensatie = optimale extractie.

Versie: HTML-blok voor WordPress/NanoCMS. Alle CSS is scoped binnen #rudy-m3-papierextractie. De wiskundige notatie is bewust in HTML/subscript/superscript-vorm gezet, zodat het blok zonder MathJax of externe scripts blijft werken.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*