763 Van papieren economie naar schuldextractie (8)

Zo zijn we spelenderwijs van het originele 1991-model M1 via een aantal vragen en discussie gegaan naar model M2v2. De banksector heeft wat veranderingen en verbeteringen ondergaan en dat allemaal binnen dezelfde (door mij gewenste) context, namelijk een intertemporeel algemeen evenwichtsmodel waar de geldhoeveelheid endogeen is en afhankelijk van de ‘winstmaximaliserende’ (eigenlijk aandeelhouderswaarde-maximaliserende) bank. De bank onttrekt zinvolle arbeid uit de fysieke economie en bij een dreigende terugval in hun omzet probeert het actief via marketing-inspanningen extra diensten te verkopen. Zo is er een eerste aansluiting gemaakt naar de visie en blogs van alhier op de rudymentair-site. Ik wil nog een stap verder en nog explicieter naar een bank-plus die waarde afroomt en de papieren economie laat groeien ten koste van de fysieke economie en de daarin werkende klasse. Ja, het klinkt allemaal wat retro-Marxistisch en ik schrik er zelf ook van als ik het intyp. Maar ala, laten we eens kijken wat en of het model M3/M4 ons aan inzichten kan verschaffen. Weggooien kan altijd nog en gewoon omdat het kan. Op naar de ‘optimale extractie’ waar het hier vaker over gaat: waarde naar jezelf toetrekken maar wel op een ‘duurzame’ manier en het begon allemaal bij de behandeling van Olson met zijn rondtrekkende vs stationaire bandieten. Een bank is hier ondanks de bijdrage aan een goedlopende economie via de smeerolie-functie van geld (dankzij de licentie of license to operate) ook een moderne stationaire bandiet. We komen niet meer uit met een representatieve consument en moeten onderscheid gaan maken binnen het model tussen werkenden en bezittenden. Ter vergelijking misschien aardig er ook nog eens de blogs over het non-zero-groei model bij te halen in #593 en verder.

PS AI gaat ongemerkt over op Y en K, met grote letters ipv y en k, ondanks de conventie dat grote letters staan voor nominale bedragen en kleine voor hoeveelheden (zo is Y = y . Py etc). Ik laat dat maar even zo, vingeroefeningen.

PS2 ik heb weer aantal tussenstappen in de dialogen weggelaten, al zigzaggend en afhankelijk van wat je wilt modelleren kies je het vervolgpad, maar ik ben onder de indruk van de mogelijkheden, nogmaals: als dat destijds ook mogelijk was geweest hoe zou het dan gelopen zijn en dus ook nu dit mogelijk is wat is de nieuwe rol en invulling van de huidige modellen-priegelaars?


We mogen nu de vrijheid nemen meer aan te sluiten bij mijn blogs en visie. Waar we in M2 lieten zien dat de banksector zijn positie probeert te houden en dus marketing gaat bedrijven voor meer handel in papier ten koste van de reële economie, gaan we nu een stap verder. De kletsende klasse wil de fysieke arbeid door technologische vernieuwing overbodig maken. Dat gat wordt ingevuld door nieuwe speculatieve handel waarbij er zoveel mogelijk van de resterende fysieke productie wordt afgeroomd via hogere rente of whatever. We moeten dus iets zien te bedenken dat de onderklasse die niet kan sparen meer in schulden terecht komen en via dat mechanisme langzaam gedwongen worden welvaart over te dragen. Hoe zouden we dat kunnen vormgeven?


Bankmodel M3 en M4: van papieren economie naar schuldextractie

In M2-v2 lieten we zien hoe de banksector haar positie probeert te behouden wanneer de klassieke productieve kredietfunctie krimpt. De banksector gaat dan meer arbeid inzetten voor marketing, advies, productontwikkeling en handel in papieren claims. M3 en M4 gaan een stap verder. Nu verlaten we de veilige representatieve consument en maken we zichtbaar hoe schuld, rente, vaste activa en bezit kunnen leiden tot overdracht van welvaart van fysieke werkenden naar bezitters.

Leeswijzer. Dit is nog geen definitief doorgerekend model, maar een ontwerpschets. De formules leggen vast hoe we de latere blogintuïtie kunnen vertalen naar een macro-economisch model: fysieke arbeid wordt technologisch minder nodig, maar mensen verdwijnen niet. Zij houden woonlasten, consumptiebehoeften en sociale verplichtingen. Als zij niet kunnen sparen, ontstaat schuld. Die schuld wordt vervolgens een bron van rente-inkomen, bankwinst en vermogensopbouw voor de bezittersklasse.

1. Waarom M3 nodig is

Met één representatieve consument kun je geen echte extractie modelleren. Schuld van de ene is dan bezit van dezelfde ander-in-zichzelf. Daarom moet M3 de consument opsplitsen in minimaal twee huishoudtypen.

W: fysieke werkenden

onderklasse / loonafhankelijk

Deze groep levert fysieke arbeid, spaart weinig of niet, heeft vaste lasten en kan schulden aangaan om consumptie, wonen of sociale deelname te handhaven.

E: elite / bezitters

aandeelhouders / kletsende klasse

Deze groep bezit aandelen, bankvermogen, vergunningen, vastgoed of financiële claims. Zij ontvangt rente, dividend, huur, fees en vermogenswinsten.

Kern van M3: technologische vernieuwing maakt fysieke arbeid minder nodig, maar de werkenden moeten blijven consumeren en wonen. Als hun loonmassa achterblijft, groeit schuld. Die schuld wordt een overdrachtskanaal naar banken en bezitters.

2. M3: schuldextractie bij verdwijnende fysieke arbeid

2.1 Productieblok

De goederenproductie blijft herkenbaar. Productie wordt gemaakt met kapitaal en fysieke arbeid van werkenden.

(M3.1) Y = F(K,LW,A)

Hierbij is A de technologieparameter. De cruciale nieuwe veronderstelling is dat technologische vooruitgang niet alleen productie verhoogt, maar ook de vraag naar fysieke arbeid kan verlagen.

(M3.2) A ↑ ⇒ LWdof (wLW)/Y ↓

De loonmassa van werkenden is:

(M3.3) ΩW = wLW

De M3-vraag wordt dus: wat gebeurt er als Y stijgt, maar het aandeel van de fysieke werkenden in die productie daalt?

2.2 Budgetrestrictie van werkenden

Werkenden hebben weinig vermogen en kunnen hun consumptie en vaste lasten niet onbeperkt aanpassen. Hun schuld groeit wanneer consumptie, woonlasten en rente groter zijn dan looninkomen en eventuele transfers.

(M3.4)W = RCBW + PcW + PhW − wLW − TW
SymboolBetekenis
BWschuld van werkenden
RCBWrentelast op consumptie-, woon- of overlevingsschuld
PcWconsumptie-uitgaven van werkenden
PhWwoonlast of vaste noodzakelijke last
wLWlooninkomen van werkenden
TWtransfers aan werkenden

Om te voorkomen dat werkenden in een perfect-foresight-model simpelweg minder consumeren, nemen we een minimumconsumptie of habit-niveau op.

(M3.5) cW ≥ c̄W

Een zachtere variant is een nutsfunctie met bestaansminimum:

(M3.6) uW = ln(cW − c̄W) + λhln(hW)

In gewone taal: schuld ontstaat niet doordat werkenden dom zijn, maar omdat vaste lasten, wonen, kinderen, zorg, vervoer en sociale deelname niet onmiddellijk omlaag kunnen wanneer de loonmassa onder druk staat.

2.3 Vermogen van de elite

Wat voor werkenden een rentelast is, is voor de elite een inkomensstroom of vermogensclaim.

(M3.7) AE = Ef + Eb + BW + QZZ + DE
(M3.8) ȦE = rAE + Πf + Πb + RCBW + ℛZ − PcE − TE

Hier ontstaat de echte overdracht: rente, bankwinst, huur en claiminkomen bewegen van W naar E.

2.4 Bankbalans in M3

De bank heeft nu drie soorten krediet.

(M3.9) L = Lp + Lx + LW
KredietsoortBetekenis
Lpproductief krediet voor transacties en reële activiteit
Lxpapieren/speculatief krediet
LWconsumptie-, woon- of overlevingskrediet aan werkenden

Voor werkenden geldt:

(M3.10) BW = LW

Een eenvoudige bankbalans kan dan worden geschreven als:

(M3.11) Lp + Lx + LW + H + QSS = DE + Nb

Deposito’s zitten in deze versie vooral bij de elite, niet bij werkenden. Werkenden hebben schuld; bezitters hebben claims.

2.5 Bankwinst

(M3.12) Πb = RpLp + RxLx + RCLW − RDDE − Pllb − τSS

De rente op werkendenschuld mag niet zomaar ad hoc worden gekozen. Netter is om haar te lezen als prijs van een kredietdienst in een markt met beperkte concurrentie.

(M3.13) RC = MCC · σC/(σC−1)

In woorden: de rente op kwetsbare werkendenschuld bevat marginale kosten plus een opslag die samenhangt met marktmacht, noodzaak om te lenen, incassokosten, gebrek aan onderpand en juridische afdwingbaarheid.

2.6 Schuldgrens

Zelfs bij perfect foresight kunnen werkenden niet onbeperkt lenen. Hun schuld is begrensd door het verpandbare deel van hun toekomstige looninkomen.

(M3.14) BW ≤ χWPV(wLW)

Hierbij staat χW voor het institutioneel afdwingbare deel van toekomstig loon. Denk aan contracten, loonbeslag, hypotheeknormen, incasso, BKR, alimentatie, huurcontracten en andere vormen van toekomstig inkomen dat al is vastgelegd.

2.7 Indicatoren voor extractie

(M3.15) loonquote = wLW/Y
(M3.16) schuldquote = BW/Y
(M3.17) extractiegraad = (RCBW + fees + rents)/(wLW)
(M3.18) papieren arbeidsaandeel = lb/(LW+lb)

De M3-conclusie in één zin: de fysieke onderklasse blijft nodig voor de reële productie, maar raakt via schuld, rente, woonlasten, fees en financiële claims een groeiend deel van die productie kwijt aan de papieren klasse.

3. M4: activaprijzen, onderpand en vermogensinflatie

M3 gaat vooral over schuld van werkenden. M4 voegt daaraan een schaarse bestaande activaklasse toe. Dat sluit aan bij woningmarkt, grond, vergunningen, platformposities en andere vormen van bestaande schaarste.

3.1 Vast activum

(M4.1) Z = Z̄

Het aanbod van Z is vast. Denk aan grond, bestaande woningen, schaarse locaties, vergunningen, platforms of statusclaims.

(M4.2) QZ = prijs van het bestaande activum Z

3.2 Wonen of toegang tot schaarste

Werkenden hebben de diensten van Z nodig, bijvoorbeeld wonen of toegang tot een locatie.

(M4.3) hW = H(ZW)

De betaling loopt via huur of hypotheeklasten:

(M4.4) woonlast = PHhW of RMBHW

3.3 Onderpandspiraal

Banken financieren aankoop van het bestaande activum. De kredietruimte hangt af van de onderpandwaarde.

(M4.5) LH ≤ χZQZZ

Daardoor kan een spiraal ontstaan:

(M4.6) QZ ↑ ⇒ onderpandwaarde ↑ ⇒ LH ↑ ⇒ QZ

De kern is dat de prijs van bestaande schaarste stijgt, terwijl de hoeveelheid reële productie niet noodzakelijk stijgt.

(M4.7) Y = F(K,LW)

Dus meer krediet tegen bestaande activa kan vermogensprijzen opblazen zonder extra output te creëren. Dat is de papieren economie in haar zuiverste vorm.

3.4 M4-extractie-indicatoren

(M4.8) vermogensquote = QZZ/Y
(M4.9) woonextractie = (PHhW + RMBHW)/(wLW)
(M4.10) onderpandhefboom = LH/(QZZ)

De M4-conclusie in één zin: niet alleen arbeid, maar ook grond, woning, locatie en bestaande schaarste worden onderpand voor verdere financiële extractie.

4. M2, M3 en M4 naast elkaar

ModelKernvraagNieuwe structuurBlogthema
M2-v2 Hoe houdt de banksector positie als productief krediet krimpt? Papieren krediet + marketingarbeid Gevestigd belang
M3 Hoe worden werkenden via schuld afhankelijk? Twee huishoudtypes: W en E Schuldextractie
M4 Hoe wordt bestaande schaarste opgeblazen tot vermogensmachine? Vast activum Z, onderpand, rente en huur Woningmarkt, grond, vermogensinflatie

5. Waarschuwing: M3 en M4 zijn minder neutraal

Voorbehoud: M3 en M4 zijn minder neutraal dan het oorspronkelijke proefschriftmodel. Het oude model vroeg: hoe modelleer ik een bank systematisch? M3 en M4 vragen: hoe kan een geldscheppend en vergunninggedreven banksysteem bijdragen aan overdracht van welvaart van fysieke werkenden naar bezitters?

De bekende kritiek blijft gelden: er komt deels uit wat je erin stopt. Daarom moeten M3 en M4 modulair worden gebouwd. Het mechanisme moet aan en uit kunnen worden gezet.

SchakelaarWat test je ermee?
zonder schuldnormverdwijnt schuldextractie als werkenden vrij kunnen aanpassen?
lage versus hoge rente-opslaghoe belangrijk is bankmarktmacht?
met en zonder marketingarbeidhoeveel komt door behoeftecreatie?
met en zonder vaste lastenhoe belangrijk zijn wonen, zorg, vervoer en sociale deelname?
met en zonder onderpandspiraalhoeveel komt door activaprijzen?
met en zonder licentieheffingkan publieke afroming van bankprivilege de extractie dempen?

6. Voorstel voor de volgorde

Niet meteen M4. Eerst M3. M3 moet minimaal laten zien hoe schuld van werkenden ontstaat wanneer technologie de loonmassa onder druk zet, terwijl vaste lasten en sociale consumptienormen blijven bestaan.

(M3-min) Y = F(K,LW)
(M3-min)W = RCBW + PcW + PhW − wLW − TW
(M3-min) BW ≤ χWPV(wLW)
(M3-min) AE = Ef + Eb + BW + DE
(M3-min) Πb = RCBW + RpLp + RxLx − RDDE − Pllb
(M3-min) lb = lserv + z + lcollection

Daarna kan M4 het vaste activum toevoegen:

(M4-min) Z = Z̄,    LH ≤ χZQZZ

7. Formulering voor een latere blog

In M2 was de banksector nog een gevestigde sector die zichzelf heruitvindt via papieren diensten. In M3 wordt zij een overdrachtsmachine: zij financiert de consumptie- en woonlasten van een loonafhankelijke klasse waarvan de onderhandelingspositie door technologie verzwakt, en zet die schuld om in rente-inkomen en vermogensopbouw voor de bezittersklasse. In M4 wordt daar de activamarkt aan toegevoegd: niet alleen arbeid, maar ook grond, woning en bestaande schaarste worden onderpand voor verdere extractie.

Versie: HTML-blok voor WordPress/NanoCMS. Alle CSS is scoped binnen #rudy-bankmodel-m3m4. De wiskundige notatie is weergegeven met HTML-subscript, superscript en formuleblokken, zodat geen externe MathJax- of KaTeX-library nodig is.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*