749 Bleekscheten verjagen Indianen (7): second thoughts, aanvullingen

Na mijn blogs over de bleekscheten en Indianen (x6) hebben Jos en ik nog discussie. Jos vindt het te zoetsappig of te zalvend. Ook nu wordt nog volop fysiek geweld gebruikt met name in ‘andere landen’ (lees: verweg). Ik zou de suggestie wekken dat het tegenwoordig allemaal subtieler eraan toegaat. Okay, laat ik de punten die ik uit onze discussie haal hier benoemen en verder uitwerken. En laat ik voorop stellen dat het mij vooral gaat (de hele opbouw van de redenering overziend) om de uitgangspunten of principes. Dus die ga ik nog een keer voor mezelf herhalen, aanpunten en op een rij zetten. Dat is één. Daarna benoemd ik de accenten die ik wellicht anders had kunnen leggen, kwestie van smaak. En tenslotte welke inzichten uit onze discussie nieuw zijn en iets toevoegen.

De principes zijn wat verstrakt en opnieuw geformuleerd en nu 7 (zeven) in aantal. Naast symmetrie (jij bent niet anders, wat zou jij doen in die situatie?) zijn er nog een aantal principes die je kunt gebruiken om een vraag of redening langs de lat te leggen (doe ik in de blog hierna). Dan de accentverschuiving. Fysiek geweld is van alle tijden, en wordt ook nu nog volop gebruikt, vooral ver weg. Moeten we zeker niet mooier maken van het is. En de zogenaamd subtielere variant van onderdrukking en geweld (contracten, beïnvloeding, marketing, narratieven) is ook van alle tijden, zelfs de Romeinen deden dat al. Het is kortom een subtiele mix van fysiek en virtueel geweld die van alle tijden is, vroeger en nu. Er komt misschien een geografische component bij: fysiek geweld is van DAAR en (periferie) en virtueel geweld van HIER (centrum). Tenslotte is (voor mij en mijn blogs) nieuw dat de onderdrukten zelf ook een rol spelen in de opgelegde onderdrukking, de onderdrukker maakt graag gebruik van de diensten van de lokale elite die zo ook kunnen verdienen aan de onderdrukking. De onderdrukking wordt dus deels uitbesteed aan de onderdrukte, ik heb er geen verstand van, maar dat lijkt een slimme zet van de onderdrukker die we vaak tegenkomen. En nieuw is voor mij dat het zogenaamde internationale recht mooier klinkt dan het is, ook dat is vaak een vorm van opgelegd geweld omdat de onderdrukker de maat aangeeft en de onderdrukte geen echte keus heeft dan accepteren en ondertekenen (volgens mij ook van alle tijden, wellicht heette het vroeger anders).

Hieronder alles nog eens op een rijtje …..


De zeven basisprincipes

Principe 1: Symmetrie

Gebruik dezelfde maatstaf, ongeacht welke rol een groep speelt. Niet: zijn zij goed of slecht? Maar: wat zouden wij doen als wij in hun positie zaten? Arm. Vluchtend. Oorspronkelijke bewoner. Kolonist met schepen en kapitaal. Ontvangend land onder druk. Symmetrie betekent niet dat alles moreel gelijk is. Het betekent dat je het oordeel pas velt nádat je de rollen hebt omgedraaid.

Principe 2: Perspectief bepaalt moraal

Mensen redeneren vanuit hun positie. Wie rijk is prijst eigen verantwoordelijkheid. Wie vlucht spreekt over menselijkheid. Wie ontvangt spreekt over draagkracht. Wie macht heeft spreekt over vrijheid. Dat maakt hen niet per se hypocriet. Hun werkelijkheid is anders. Dit is geen cynisme. Het is een analysevoorschrift: begin niet bij wat mensen zeggen, maar bij waar ze staan.

Principe 3: Macht verhult zichzelf

Verovering heet beschaving. Eigenbelang heet hulp. Goedkope arbeid heet marktwerking. Controle heet veiligheid. De façade is geen bijzaak. Ze is onderdeel van het systeem. Wie macht heeft, heeft ook de taal om die te rechtvaardigen — en wie de taal bezit, bezit een deel van de werkelijkheid. Stelregel: wees extra wantrouwig tegenover de moraal van winnaars.

Principe 4: Systemen maken gedrag normaal

Niemand hoeft slecht te zijn. Systemen maken bepaald gedrag lonend, logisch en quasi onvermijdelijk. De ondernemer wil lage kosten. De consument wil lage prijzen. De belegger wil rendement. De migrant wil veiligheid. Iedereen kan zichzelf redelijk vinden, terwijl het totaal toch onderdrukkend of uitputtend wordt. De vraag is dus nooit alleen: wie deed dit? Maar: welk systeem maakte dit normaal?

Principe 5: Vrijheid vereist reële alternatieven

Een keuze is pas vrij als het alternatief redelijk is. Zonder dat is vrijheid een juridisch begrip dat materiële dwang verhult. Een kind dat werkt omdat het gezin anders verhongert kiest anders dan een consultant tussen twee opdrachten. Een pakketbezorger met schulden kiest anders dan een belegger met opties. Vrije keuze zonder redelijk alternatief is dwang in nette kleren.

Principe 6: Afstand vermindert schuld

Hoe verder de schade weg — geografisch, in de tijd, via ketens en tussenpersonen — hoe makkelijker mensen profiteren zonder zichzelf als dader te zien. Kinderarbeid ver weg. Grondstoffenwinning via fondsen. CO₂-effecten later. Arbeidsuitbuiting via onderaannemers. Moderne onderdrukking is daarom moeilijker zichtbaar te maken. Ze is juridisch netter en moreel beter verpakt dan haar voorgangers.

Principe 7: Slachtofferschap is geen morele vaccinatie

Wie onderdrukt is geweest, heeft recht op erkenning. Maar dat betekent niet dat hij, eenmaal machtig, vanzelf rechtvaardiger handelt. Voormalige slachtoffers kunnen — bij andere middelen en kansen — ook domineren, uitsluiten of exploiteren. De geschiedenis bevestigt dit keer op keer. Dit principe voorkomt dat de analyse moralistisch wordt. De vraag blijft altijd structureel: wie heeft nu de macht, en wat doet die ermee? De kernformule blijft: Wanneer belang, macht en verhaal samenvallen, ontstaat onderdrukking die zichzelf niet als onderdrukking herkent.


Addendum

1. Wat vooral een accentverschuiving is

1. Bot geweld moet zichtbaarder in het model

Het model ging al over macht, dwang, verhulling en afdwingbaarheid. Maar de discussie maakt duidelijk dat bot geweld niet als laatste voetnoot moet worden behandeld. Het is geen restant uit het verleden, maar een blijvende onderlaag van macht. De betere formulering is dus niet: vroeger geweld, nu subtiele dwang. Maar: macht gebruikt subtiele middelen zolang die werken, en valt terug op bot geweld zodra gehoorzaamheid te duur, te onzeker of onmogelijk wordt.

2. Moderne onderdrukking is niet zachter, maar gelaagder

Het eerdere model kon de indruk wekken dat de moderne wereld vooral werkt via contracten, markten, schuld en taal. Dat blijft waar, maar is te netjes geformuleerd. Die zachte vormen bestaan naast sancties, militaire dreiging, proxy-oorlogen, vloten, bases, blokkades en direct geweld. Dus: de folder en het geweer horen bij hetzelfde systeem.

3. De geografische schaal moet explicieter

In rijkere landen ervaren burgers macht vaak als procedure, contract, hypotheek, carrière, bureaucratie of marktwerking. In armere landen en geopolitieke periferieën ligt de macht vaker dichter bij het geweer: staatsgreep, militie, sanctie, bezetting, drone, blokkade of proxy-oorlog. Dat is geen ander systeem, maar dezelfde logica op een andere schaal en met andere middelen. Kernzin: In het centrum ziet macht eruit als procedure; aan de rand vaker als geweld.

4. De façade is vooral bedoeld voor het thuisfront

De verhulling werkt vooral hier. De mensen aan de ontvangende kant van sancties, goedkope arbeid, grondstoffenroof, militaire dreiging of talentroof hoeven meestal niet overtuigd te worden. Zij zien de machtsverhouding vaak scherper. De burger in het centrum heeft het verhaal nodig om zichzelf goed te blijven voelen. Kernzin: De koloniale leugen hoeft de gekoloniseerde niet te overtuigen; zij moet vooral het thuisfront geruststellen.

5. Superioriteitsverhalen zijn universeel

Het neerkijken op armere landen past al in het model. Maar de discussie maakt scherper waarom dat gebeurt: wie profiteert, heeft een verhaal nodig waarin zijn voordeel terecht lijkt. Rijke landen zeggen niet graag: onze rijkdom hangt mede samen met hun armoede. Ze zeggen liever: wij zijn verder, slimmer, vrijer, productiever of beter georganiseerd. Maar het symmetriepunt blijft: bij rolwisseling zouden anderen waarschijnlijk ook een verhaal ontwikkelen waarin zijzelf superieur lijken.

6. Talentroof past precies in hetzelfde patroon

Het Westen kijkt neer op armere landen, maar haalt tegelijk hun knapste koppen hierheen. Dat is geen losse hypocrisie, maar een kernvoorbeeld van het model. Eerst wordt de periferie als onderontwikkeld gezien. Daarna wordt haar talent opgenomen in het centrum. Vervolgens wordt dat succes gebruikt als bewijs van de kracht van het centrum. Kernzin: Eerst halen we hun grondstoffen, daarna hun arbeid, daarna hun talent.

7. Vietnam is geen uitzondering, maar een systeemles

Vietnam laat zien dat macht tegenmacht oproept. De onderworpen partij is geen passief decor, maar een lerend systeem. Zij past zich aan, organiseert zich, verhoogt de kosten van overheersing en kan soms winnen. Daarmee is Vietnam niet alleen een kras op het Amerikaanse zelfbeeld, maar ook een illustratie van een universeel principe: macht leert, maar tegenmacht leert ook.

2. Wat echt nieuw of scherper is

8. Contract en geweer zijn geen historische opvolgers

Dit is misschien het belangrijkste nieuwe inzicht. We moeten niet denken: eerst was er geweld, later kwamen contracten. In werkelijkheid bestaan contract, belasting, lokale elites, rechtvaardiging en geweld al eeuwen naast elkaar. De Romeinen kwamen niet alleen met zwaarden. Ze kwamen ook met belasting, orde, infrastructuur, recht, lokale machthebbers en bestuurlijke afspraken. Maar onder dat alles lag militaire afdwingbaarheid. Kernzin: Het contract is niet de opvolger van het geweer; het is vaak de administratie ervan.

9. Ook oude onderdrukking was vaak juridisch verpakt

Slaven, indianen, overwonnen volken en afhankelijke groepen tekenden soms contracten, verdragen of regelingen. Dat maakt de verhouding niet automatisch vrijwillig. De goede vraag is steeds: wat gebeurde er als men níet tekende? Als het alternatief verlies van land, veiligheid, voedsel, status, vrijheid of leven was, dan is het contract geen zuiver vrijwillige afspraak.

10. Lokale elites zijn een aparte machtslaag

Een echt nieuw accent is de rol van lokale tussenpersonen. Macht van buitenaf wordt goedkoper en stabieler wanneer een deel van de lokale elite eraan meewerkt. Dat geldt voor Romeinen, koloniale machten, internationale instellingen, banken, vastgoedpartijen, consultants en moderne bestuurslagen. Kernzin: Onderwerping werkt beter wanneer een deel van de onderworpen elite eraan meeverdient.

11. De matrix moet meerdere assen krijgen

Het model is niet alleen een ladder van zacht naar hard. Het is een matrix met minstens vier assen:

  1. Hardheid: verhaal, norm, contract, sanctie, dreiging, geweld.
  2. Schaal: gezin, bedrijf, klasse, staat, wereldorde.
  3. Afstand: dichtbij, uitbesteed, ver weg, buiten beeld.
  4. Tijd: Romeinse belasting, koloniale verdragen, industriële arbeid, IMF-voorwaarden, sancties, supply chains.

Daardoor wordt duidelijker dat dezelfde machtslogica steeds terugkomt, maar telkens in een andere combinatie.

12. De symmetrie geldt ook door de tijd heen

Eerder lag de nadruk vooral op rolwisseling tussen groepen: wat als wij migrant waren, wat als indianen “eigen volk eerst” hadden gezegd, wat als anderen de schepen hadden gehad? De discussie voegt toe: ook tussen historische periodes is de symmetrie groter dan gedacht. Romeinen, kolonisten, staten, banken, grootmachten en moderne instituties gebruiken steeds vergelijkbare mengvormen: verhaal, contract, lokale elite, belasting, afhankelijkheid en geweld.

13. Internationaal recht moet in het model als machtsarena

Internationaal recht is niet zomaar het tegenovergestelde van macht. Het is vaak een arena waarin macht zich juridisch presenteert. Sterke landen kunnen recht afdwingen wanneer het hun uitkomt. Zwakke landen beroepen zich op recht, maar missen vaak de middelen om het af te dwingen. Kernzin: Internationaal recht is sterk waar machtige landen het willen afdwingen, en zwak waar machtige landen er zelf last van krijgen.

14. Geweld is risicomanagement

Geweld wordt niet alleen vermeden uit beschaving, maar ook uit kostenoverweging. Geweld is duur, zichtbaar en riskant. Het roept verzet op, beschadigt het verhaal en kan mislukken. Daarom probeert macht eerst goedkopere vormen van gehoorzaamheid: verhaal, norm, contract, schuld, afhankelijkheid, lokale elites en sancties. Kernzin: Macht kiest de goedkoopste vorm van gehoorzaamheid die nog werkt.

15. De periferie ziet de harde laag eerder dan het centrum

Voor mensen in het centrum lijkt macht vaak rationeel, juridisch en technisch. Voor mensen aan de rand is de harde laag sneller zichtbaar. Daarom kunnen burgers in rijke landen blijven geloven in hulp, ontwikkeling, mensenrechten en marktwerking, terwijl mensen elders vooral afhankelijkheid, druk, geweld of leegtrekking ervaren. Kernzin: Het centrum ziet de folder; de periferie ziet het geweer.

3. Wat dit betekent voor het oorspronkelijke model

16. Het model wordt minder netjes

De eerdere formulering was analytisch sterk, maar mogelijk te zalvend in toon. De discussie maakt duidelijk dat macht niet alleen verhult, maar ook slaat, schiet, blokkeert, sanctioneert en bombardeert. Het model moet dus rauwer worden.

17. Het model wordt historischer

De mengvorm van contract, lokale elite, belasting, rechtvaardiging en geweld is niet modern. Zij is oud. Het moderne zit vooral in de schaal, techniek, abstractie en afstand.

18. Het model wordt ruimtelijker

Er is een verschil tussen centrum en periferie. Niet omdat daar andere wetten gelden, maar omdat de dosering anders is. Rijke landen kunnen macht netter laten lijken omdat veel harde gevolgen elders plaatsvinden.

19. Het model wordt symmetrischer

De kritiek op het Westen blijft staan, maar zij wordt niet moralistisch. Het Westen is niet uniek slecht; het is historisch het actuele voorbeeld van wat macht doet wanneer zij techniek, kapitaal, instituties en verhalen bezit. Bij rolwisseling zouden anderen waarschijnlijk vergelijkbare verhalen, contracten, elites en geweldsvormen ontwikkelen.

20. Het model wordt scherper als methode

De uiteindelijke vraag wordt niet: is dit geweld of is dit contract? Maar: welke combinatie van verhaal, contract, lokale medewerking, afhankelijkheid en geweld maakt deze machtsverhouding mogelijk?

4. Nieuwe kernformule

De oorspronkelijke formule was: Mensen doen wat hun positie mogelijk maakt, en noemen het daarna redelijk. Na de discussie kan daar een tweede formule naast: Het verhaal maakt macht aanvaardbaar, het contract maakt macht uitvoerbaar, de lokale elite maakt macht goedkoop, en het geweld maakt macht afdwingbaar. Of nog korter: Elke tijd verzint nieuwe woorden voor oude dwang.

5. Samenvattende conclusie voor het addendum

De discussie met mijn vriend verandert de kern van de Rudy-systemiek niet, maar maakt haar harder en preciezer. Het gaat niet om een overgang van ouderwets geweld naar moderne subtiele onderdrukking. Het gaat om een blijvende combinatie van verhaal, contract, lokale elites, afhankelijkheid en geweld. Die combinatie verschijnt op verschillende schalen: in bedrijven, banken, staten, koloniale verhoudingen en wereldpolitiek. De echte toevoeging is dus niet dat macht gewelddadig kan zijn. Dat wisten we al. De toevoeging is dat contract en geweld veel nauwer samenhangen dan een nette moderne blik graag toegeeft. Zelfs de meest juridische vorm van macht draagt vaak ergens de vraag in zich: wat gebeurt er als iemand niet meewerkt?

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*