744 Bleekscheten verjagen Indianen (2): tweede ronde en algemener

De casus van de vreselijke Europeanen die Indianen verjagen, was maar een voorbeeld, een vorm van tegendenken. De strekking is (ook en vooral) dat we allemaal in een andere rol terecht kunnen komen en daar het gedrag kunnen vertonen dat de ander nu vertoont en ons niet bevalt. We zijn niet anders, het is meer een kwestie van context, tijd, middelen, gelegenheid. Eerder schreef ik een stukje over het dierenrijk waar we volgens velen nog veel van kunnen leren, zij putten hun omgeving niet uit, dat doen alleen mensen, dieren eten om te overleven en dat is het klaar. Maar wie weet wat een leeuw had gedaan als hij toevallig ook slimmer was geworden en tools had ontwikkeld? Dieren zijn niet wijzer dan wij, ze hebben vooral minder middelen en vaak geen keus. Dus tijd om de vorige insteek te generaliseren.


We kunnen dit wellicht generaliseren. Als dieren intelligentie hadden waren zij wellicht ook gaan domineren en de aarde uitputten. Voormalige tot slaaf gemaakten zouden indien voorzien van boten macht etc mogelijk ook de zee over zijn gestoken. Europeanen zouden indien arm en in oorlog etc ook asiel gaan zoeken. Het is een pleidooi voor empathie en symmetrie en universele uitgangspunten.


Dit is misschien nog sterker dan het indianenvoorbeeld alleen. Je maakt er dan geen anti-Europees of anti-westers verhaal van, maar een symmetrische systeemthese: Niet Europeanen zijn van nature slechter. Niet witte mensen zijn uniek gewelddadig. Niet kolonisten zijn een apart soort mensen. De harde gedachte is: wie macht, techniek, organisatie en gelegenheid krijgt, gaat vroeg of laat domineren, uitbreiden en extraheren. Dat past goed bij jouw blogs, omdat je daarmee wegblijft van morele zelfverheffing. Je zegt niet: “zij waren slecht, wij zijn goed.” Je zegt: mensen zijn systeemdieren. Zet ze in een andere positie, geef ze andere middelen, en hun moraal beweegt mee.

De generalisatie

1. Dieren zouden bij voldoende intelligentie waarschijnlijk ook gaan domineren

Niet omdat dieren “slecht” zijn, maar omdat leven draait om overleven, voortplanten, territorium, voedsel en concurrentie. Als een diersoort naast instinct ook abstract denken, planning, techniek en taal had ontwikkeld, was de kans groot dat zij óók ecosystemen naar haar hand zou zetten. De mens is dus niet uniek omdat hij wil domineren. De mens is uniek omdat hij dat op industriële schaal kan.

2. Voormalige slachtoffers zijn niet automatisch betere machthebbers

Ook dat is een belangrijke, ongemakkelijke stelling. Slaven, onderdrukten, armen of gekoloniseerden zijn moreel niet vanzelf zuiverder. Zij zijn vooral machtelozer. Dat is iets anders. Als voormalige slaven over schepen, wapens, kapitaal, staten en ideologie hadden beschikt, is het niet ondenkbaar dat ook zij expansief waren geworden. Niet omdat hun leed niet telt, maar omdat slachtofferschap geen garantie is tegen latere machtsuitoefening. Dat is een pijnlijk maar eerlijk punt: macht corrumpeert niet alleen de slechten; macht onthult mogelijkheden die bijna iedereen aantrekkelijk vindt.

3. Europeanen zouden bij armoede ook migreren of asiel zoeken

Precies. Dat maakt de huidige verontwaardiging over migratie vaak hypocriet. Wanneer Europeanen honger, oorlog, religieuze vervolging, gebrek aan land of economische uitzichtloosheid kenden, trokken ze ook weg. Naar Amerika, Australië, Zuid-Afrika, Argentinië, Nederlands-Indië, waar dan ook. Dus de vraag is niet: “waarom blijven die mensen niet gewoon thuis?” De symmetrische vraag is: Wat zou ik doen als mijn kinderen geen toekomst hadden, mijn land onveilig was, mijn munt niets waard werd, mijn oogst mislukte of mijn regering mij vervolgde? En dan wordt migratie ineens minder vreemd. Niet per se eenvoudig of probleemloos, maar wel menselijk begrijpelijk.

4. De kern: empathie door positiewisseling

Empathie begint waar je jezelf niet langer voorstelt als degene die toevallig aan de goede kant van de grens, de geschiedenis, de huidskleur, het paspoort of het eigendomsrecht staat. Beschaving is het vermogen om jezelf ook te denken als indiaan, migrant, slaaf, kolonist, belastingbetaler, uitbuiter en uitgebuite — zonder meteen één positie heilig te verklaren. Dat is geen soft verhaal. Het is juist hard realisme. Je zegt: mensen reageren op omstandigheden, prikkels en machtsposities. Daarom moet je instituties, grenzen, rechten, eigendom en macht niet ontwerpen vanuit de fictie dat “wij” moreel beter zijn dan “zij”.

5. Universele uitgangspunten

Dan kom je uit bij een soort minimale moraal die goed bij jouw blogs past:

Niet: mijn volk eerst.
Niet: de zwakke is altijd goed.
Niet: de sterke is altijd fout.
Niet: grenzen open, want iedereen is lief.
Niet: grenzen dicht, want iedereen is gevaarlijk.

Maar: Beoordeel mensen en groepen symmetrisch. Vraag steeds: wat zouden wij doen in hun positie, met hun geschiedenis, hun angst, hun kansen en hun middelen? Daarmee wordt jouw punt een pleidooi voor empathie zonder naïviteit. Want ja: buitenlanders kunnen gevaarlijk zijn. Binnenlanders ook. Slachtoffers kunnen daders worden. Daders kunnen zichzelf slachtoffer noemen. Armen kunnen vluchten. Rijken kunnen grenzen sluiten. Kolonisten kunnen beschavingstaal gebruiken. Migranten kunnen op hun beurt ook nieuwe spanningen veroorzaken. De enige uitweg is niet morele superioriteit, maar symmetrisch denken.

Iedereen is migrant zodra de omstandigheden slecht genoeg zijn

De mens is geen beter wezen, alleen een beter uitgerust dier

Misschien is dat de ongemakkelijke les van kolonisatie, slavernij, migratie en ecologische uitputting: niet dat sommige volken slecht zijn, maar dat vrijwel ieder volk gevaarlijk kan worden zodra angst, belang, techniek en macht samenvallen. Juist daarom hebben we empathie nodig — niet als sentiment, maar als methode om onszelf in de ander te herkennen voordat we hem veroordelen.


Als wij, Europeanen, door oorlog, klimaat, armoede of economische instorting massaal ergens anders zouden aankloppen, zouden we waarschijnlijk óók niet automatisch met open armen worden ontvangen. Dan zouden andere samenlevingen ongeveer dezelfde vragen stellen die wij nu stellen:

Wie zijn die mensen?
Hoeveel komen er nog?
Passen ze zich aan?
Wat kost het?
Nemen ze woningen, zorg, banen of uitkeringen in beslag?
Brengen ze hun conflicten, gewoonten en superioriteitsgevoelens mee?
Komen ze tijdelijk, of blijven ze voorgoed?

En dan wordt het ineens veel moeilijker om alleen vanuit morele verontwaardiging te redeneren. De kern is dan niet: “wij moeten iedereen altijd toelaten.” Maar ook niet: “vreemdelingen zijn gevaarlijk, dus weg ermee.” De kern wordt: migratie is menselijk begrijpelijk voor degene die vlucht, maar maatschappelijk spannend voor degene die ontvangt. Dat is de symmetrie. De migrant denkt: ik zoek veiligheid, eten, werk, toekomst voor mijn kinderen. De ontvangende samenleving denkt: wat betekent dit voor onze orde, onze voorzieningen, onze identiteit, onze schaarse woningen, onze sociale rust? Beide posities zijn begrijpelijk. Het probleem ontstaat wanneer één van beide perspectieven moreel absoluut wordt gemaakt. Links kan soms doen alsof alleen de nood van de migrant telt. Dan verdwijnt de draagkracht, de onzekerheid en het verliesgevoel van de ontvangende bevolking uit beeld. Rechts kan doen alsof alleen de angst van de ontvangende bevolking telt. Dan verdwijnt de menselijke logica van vluchten, zoeken, overleven en kansen grijpen uit beeld.

Voor jouw blogs is dit sterk, omdat je hier weer uitkomt bij jouw vaste punt: moraal zonder systeembegrip wordt theater. “Welkom” kan een morele pose zijn van mensen die de gevolgen niet dragen. “Grenzen dicht” kan een stoere pose zijn van mensen die vergeten dat zij zelf in andere omstandigheden ook zouden vluchten. Daar zit ook het pijnlijke klassenpunt in. De hoogopgeleide, kosmopolitische klasse zegt makkelijk “we moeten solidair zijn”, maar woont vaak niet in de wijk waar de druk op sociale huur, scholen, huisartsenzorg en veiligheid het eerst voelbaar wordt. De lagere en middenklasse zeggen makkelijker “het wordt te veel”, maar worden vervolgens moreel weggezet als bekrompen of racistisch. Zo ontstaat opnieuw jouw bekende patroon: de kletsende klasse formuleert de moraal, de uitvoerende klasse draagt de frictie.

Wie zelf vlucht, noemt het menselijkheid. Wie ontvangt, noemt het druk. Wie op afstand kijkt, noemt het moraal. Dat is volgens mij de kern van jouw universele uitgangspunt. Niet naïef open. Niet hard gesloten. Maar consequent symmetrisch: Wat zou ik doen als ik moest vluchten?
En wat zou ik voelen als honderdduizenden anderen bij mij kwamen aankloppen? Pas als je beide vragen tegelijk durft te stellen, begint volwassen denken over migratie.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*