741 Dynamiek in (kunst-)kritiek
Opiniestuk in de Volkskrant van Bob de Jong. Het is een voor mij herkenbaar essay waarin wordt betoogd dat elke vernieuwing in de kunst door (nota bene) experts met weerzin wordt tegemoet getreden. Dat was honderd geleden al zo toen de impressionisten niet serieus werden genomen, en dat is nu met AI-gegenereerde kunst het geval. Zonder ziel, knoeiwerk, rommel, dat soort termen. De Jong heeft het over een oproep om commentaar te geven op een AI-kunstwerkje waarna wederom de experts los gaan totdat blijkt dat ze in het ootje zijn genomen en het om een origineel gerespecteerd werk gaat. Later worden de voormalige vernieuwers zelf de poortwachters van hun kindje en zo verder. Dit gaat (natuurlijk) niet alleen in de kunst zo, het lijkt me een menselijk fenomeen. Het sluit aan bij mijn rode draad en ik wil graag de dynamiek uit (laten) schrijven, welke stappen worden er (telkenmale) doorlopen in deze ontwikkeling van de ene naar de andere fase? Wat is de verklaring in het licht van mijn eigen dossier-opbouw? Er zit een economisch aspect aan, wat je hebt opgebouwd laat je niet zomaar los, en er zijn hele gemeenschappen van makers en de kringen eromheen (musea, tijdschriften) die van de status quo leven en er belang bij hebben dat zo te houden. Na de dynamiek volgen 10 stellingen.
De dynamiek is ongeveer deze:
- Nieuwe techniek verschijnt
Drukpers, verftube, fotografie, Duchamp, AI. - Bestaande elite schrikt
Niet omdat de kunst verdwijnt, maar omdat hun poortwachtersrol wordt bedreigd. - De kritiek wordt verheven geformuleerd
Men zegt: het mist ziel, vakmanschap, intentie, rust, diepte, kwaliteit. - Maar eigenlijk gaat het over toegang
Wie mag kunstenaar heten? Wie mag publiceren? Wie mag exposeren? Wie bepaalt de norm? - De nieuwe techniek verlaagt de drempel
Meer mensen kunnen drukken, schilderen, fotograferen, beelden maken. - De oude garde noemt dat vervlakking
Democratisering wordt vermomd als kwaliteitsverlies. - De buitenstaanders worden eerst belachelijk gemaakt
Impressionisten, fotografen, Duchamp, AI-kunstenaars: allemaal worden ze weggezet als gemakzuchtig of onecht. - Daarna verandert de kunst zelf
Schilderkunst hoeft niet meer realistisch te zijn. Kunst hoeft niet meer alleen handwerk te zijn. Intentie verschuift. - De vroegere rebellie wordt later canon
Wat eerst werd geweigerd, hangt later in musea en staat in studieboeken. - De nieuwe canon bewaakt vervolgens zelf de poort
De erfgenamen van de vorige revolutie blokkeren de volgende. - Het patroon herhaalt zich
De taal verandert, maar de reflex blijft: “dit is geen echte kunst”. - De kernzin
Niet de techniek bepaalt het oordeel, maar de positie van degene die oordeelt. Wie de drempel bezit, noemt zijn macht liever smaak, kwaliteit of ziel.
Dit sluit nagenoeg perfect aan bij veel thema’s op Rudymentair: macht, selectie, façade, optimale extractie, elites, meritocratie en de vraag wie bepaalt wat waarde heeft.
1. Kwaliteitsargumenten zijn vaak vermomde machtsargumenten
Wanneer een gevestigde groep zegt dat iets “geen kwaliteit” heeft, gaat het regelmatig niet over kwaliteit maar over het beschermen van een positie.
2. Elke elite verdedigt haar eigen toegangspoort
Gilden, universiteiten, banken, media, kunstenaars, consultants en politici verschillen minder van elkaar dan ze denken: allemaal bewaken ze de toegang tot hun domein.
3. De strijd gaat zelden over de technologie zelf
De echte strijd gaat over wie status, inkomen, invloed en legitimiteit verliest wanneer een nieuwe technologie verschijnt.
4. Democratisering wordt vrijwel altijd gepresenteerd als kwaliteitsverlies
Toen iedereen kon drukken, fotograferen, bloggen of muziek maken, werd voorspeld dat de kwaliteit zou instorten. Meestal bleek vooral het monopolie te verdwijnen.
5. Mensen verdedigen hun investering, niet hun principes
Wie twintig jaar heeft geïnvesteerd in een bepaald vak, diploma of netwerk heeft er belang bij dat die investering schaars blijft.
6. De grootste tegenstanders van verandering zijn vaak voormalige rebellen
De revolutionair van gisteren wordt de poortwachter van vandaag. De rebel wordt uiteindelijk onderdeel van het systeem dat hij ooit bestreed.
7. Het begrip “vakmanschap” wordt vaak strategisch ingezet
Vakmanschap bestaat echt, maar wordt ook gebruikt als argument om concurrentie buiten te sluiten wanneer technische ontwikkelingen de toetredingsdrempel verlagen.
8. Waarde ontstaat niet alleen door kwaliteit maar ook door schaarste
Een Monet is niet alleen waardevol omdat hij mooi is, maar ook omdat er weinig van zijn en omdat instituties hebben afgesproken dat hij belangrijk is.
9. Veel instituties leven van kunstmatige schaarste
Of het nu gaat om grond, geld, diploma’s, vergunningen of kunst: een groot deel van de economische waarde komt voort uit gecontroleerde toegang.
10. Geschiedenis laat zien dat elites zelden worden overtuigd
Nieuwe technologieën winnen meestal niet doordat critici van mening veranderen, maar doordat gebruikers de oude poortwachters simpelweg omzeilen.
Een elfde, meer Rudymentair-achtige stelling zou kunnen zijn:
“Wanneer iemand zegt dat iets geen echte kunst, geen echte journalistiek, geen echte wetenschap of geen echte economie is, begint vaak niet een debat over kwaliteit maar een gevecht over wie het recht heeft om de definitie te bepalen.”
Dat is eigenlijk dezelfde dynamiek die je ook terugziet bij banken versus Bitcoin, uitgevers versus bloggers, universiteiten versus autodidacten, traditionele media versus sociale media en zelfs bij de woningmarkt: degene die de toegangspoort bezit, presenteert zijn belang als algemeen belang. Dat maakt de macht vaak onzichtbaar.